KOPMAN MOKKENDE MULTIMILJONAIR

De Amerikaanse publiekstrekker reed zaterdag anoniem rond in de Amstel Goldrace. Lance Armstrong (28) beschouwde zijn eerste wereldbekerwedstrijd als een trainingsritje voor de Tour de France. Na afloop was hij niet bereid tot commentaar. Armstrong gedraagt zich als een superster.

In het Europese wielermilieu vallen de renners van US Postal uit de toon. Het cyclisme is voor hen geen hobbyisme maar big business. De Amerikaanse ploeg bedient zich van ongebruikelijke ontspanningsmethoden, merkte nieuwkomer Patrick Jonker tot zijn verbazing. ,,Bij Rabo luisterden we op de hotelkamer naar muziek of keken we naar blote tieten in de Panorama. Bij US Postal gaan 's avonds onmiddellijk de computers aan. Dan gaan de jongens on-line aandelen kopen bij de Nasdaq. De meesten zijn goede beleggers.''

Jonker is dit seizoen aangesteld als meesterknecht van Lance Armstrong, die als kopman van US Postal een aparte plaats inneemt. De geboren Texaan was altijd al een buitenbeentje in het peloton. Na zijn genezing van teelbalkanker en zijn overwinning in de Tour de France heeft hij zichzelf vorig jaar op een voetstuk geplaatst. Hij raakte bevriend met basketballer Michael Jordan en tennisser Andre Agassi. In de Verenigde Staten, waar wielrennen weinig voorstelt, is hij veel populairder dan de schaatsheld Eric Heiden of de fietsheld Greg LeMond tijdens hun actieve periode. Armstrong is multimiljonair en een voorbeeld voor alle zieke, sportminnende Amerikanen.

,,Ik twijfel wel eens of we hetzelfde beroep uitoefenen'', zegt Jonker een half uur voor de start van de Amstel Goldrace. De Australische Nederlander behoort tot de mondiale subtop. Vergeleken met de rijzende ster van Armstrong is hij een weke waterdrager. ,,Ik praat over een nieuwe Opel. Hij praat over een nieuwe Porsche'', verklaart Jonker. ,,Ik ben het werkpaard. Hij heeft een salaris van een topvoetballer. Lance is bevriend met Texaanse oliesjeiks die met hun privéjet even bij hem langskomen in Europa. Een paar uur later vliegen ze weer terug naar huis. Best wel komisch, als je het van dichtbij bekijkt'', zegt Jonker met een knipoog.

Even verderop stapt Armstrong uit de camper van zijn sponsor. Hij luistert ongeduldig naar een Franse televisiecommentator die hem tevergeefs voor de camera uitnodigt. Armstrong beschouwt de gehele Franse wielerpers als zijn vijand, nadat hij in het dagblad Le Monde vorig jaar als dopingzondaar werd afgeschilderd. De corticoïden in zijn lichaam bleken afkomstig van een zalfje. De zoveelste dopingrel werd in de kiem gesmoord. Armstrong voelde zich verraden. Schuldig of niet, de glans van de gele trui was besmet.

Zijn aversie tegen Franse journalisten staat niet langer op zichzelf. Armstrong lijkt dit seizoen alle verslaggevers te mijden. Daarmee onderscheidt hij zich van zijn buitenlandse collega's, die volgens goed gebruik in wielerkringen bijna altijd en overal aanspreekbaar zijn.

Armstrong negeert deze gedragscode, net als zijn land- en ploeggenoten Tyler Hamilton en George Hincapie. Zij verbergen hun hagelwitte tanden achter een boosaardige grimas. De mannen van US Postal hanteren hun eigen wielerwetten, weet Jonker. ,,Zij zijn superprofessioneel met hun vak bezig. En het gebruik van die computers is leuk speelgoed om snel rijk te worden.''

Ploegleider Johan Bruyneel moet lachen, wanneer hij met de Amerikaanse renners van US Postal wordt geconfronteerd. ,,In de Tour mogen ze niet met de computer tikkelen'', zegt de Belgische leermeester op quasi strenge toon. Bruyneel heeft slechts een adviserende rol. Armstrong bepaalt welke voorbereidingen hij nuttig acht. De ploegbaas en de kopman hebben dit voorjaar veel telefonisch contact. Over de laptops is het laatste woord nog niet gesproken'', erkent Bruyneel. ,,De jongens zijn niet gelukkig met mijn beslissing. Voor hen is de computer verstrooiing. Voor mij telt alleen het resultaat. Ik ben van mening dat rust in een grote ronde zwaarder weegt dan ontspanning.''

Bruyneel is de stille kracht achter het succes van Armstrong. Hij adviseerde zijn kopman twee jaar geleden met een lichtere versnelling te leren rijden. Hij zag in Armstrong een ronderenner, hoewel hij tot 1998 alleen in eendaagse wedstrijden had uitgeblonken. Over de huidige vorm van Armstrong maakt Bruyneel zich geen zorgen. ,,Zijn afstappen in de Ronde van Valencia, de Ronde van Baskenland en de Ronde van Aragon was ingecalculeerd. Hij heeft dezelfde vorm als vorig jaar om deze tijd. Niks om ongerust over te zijn'', meent Bruyneel.

In de Goldrace rijdt Armstrong zijn eerste wereldbekerwedstrijd van dit seizoen. In tegenstelling tot de editie van 1999, toen hij bijna zegevierde, rijdt hij dit keer anoniem rond. Hij eindigt op de 39ste plaats, op anderhalve minuut van winaar Erik Zabel, en toont zich na afloop een slechte verliezer. Volgens een Amerikaanse journalist is het ook kenmerkend gedrag van een sportman die zijn ziekte financieel heeft uitgebuit. Armstrong verkoopt zijn lucratieve kankerfonds, dat hij heeft opgericht na zijn genezing, aan welwillende Amerikaanse geldschieters. Europese pottenkijkers behandelt hij als voetveeg.

Na afloop van de Goldrace schreeuwt Armstrong lelijke woorden tegen de Belgische mecaniciens van US Postal. Hij smijt zijn fiets aan de kant en vraagt om voedsel. Hij loopt mokkend naar de douches en vraagt zijn chauffeur Eddy Merckx (de oude `kannibaal' wordt bijna zelf opgegeten) wanneer nu eindelijk de auto naar Brussel vertrekt. De beste wielrenner aller tijden haast zich naar een limousine. Even later nestelt de familie Armstrong zich op de achterbank. ,,Hij is een heel speciale'', zegt Merckx vlak voor vertrek.

Echtgenote Kristin Armstrong drukt zoontje Luke in de armen van zijn vader, die meteen enkele opdringerige fotografen tot de orde roept. Luke is een product van de medische vooruitgang. Toen zijn vader in het najaar van 1996 moest genezen van teelbalkanker, liet hij uit voorzorg zaadcellen invriezen. In het najaar van 1999 is Luke geboren. De gezonde baby kijkt deze middag kritisch om zich heen. Hij loenst een beetje met zijn blauwe ogen, net als zijn vader. ,,Normaal gesproken had ik geen kinderen kunnen krijgen. Hij is een mirakel'', zei Armstrong eind vorig jaar in een (zeldzaam) vraaggesprek met Het Nieuwsblad.

De Belgische verslaggever keek zijn ogen uit toen hij Armstrong de hand mocht schudden op een golfterrein in de buurt van Austin. Luxe is een eufemisme op de Barton Creek Club, waar de Texaanse elite zich laat rondrijden van grasspriet naar grasspriet. Armstrong bewoont enkele kilometers verderop een villa, met motor en speedboot binnen handbereik.

Ver weg van de smoezelige hotels waarin de renners tijdens de Tour moeten bivakkeren. Als beginnend beroepsrenner heeft Armstrong zich al verwonderd over het geringe comfort in de wielerkaravaan. Waarom stilstaan in een file als er helikopters worden gebouwd, vroeg hij zich hardop af.

Tijdens de winterstop geniet Armstrong in zijn geboortestreek van zijn nieuwe status. Tijdens het wielerseizoen bewoont hij een riante woning in de buurt van Nice. Volgens zijn ploegleider traint hij aan de Franse zuidkust weer als een bezetene. ,,Hij had in Amerika veel verplichtingen. Nu kan hij weer prioriteiten stellen'', zegt Bruyneel. Meesterknecht Jonker blijft de hoffelijkheid zelve. ,,Het is een hele eer om in zijn ploeg te rijden. Niemand in Europa kan aan hem tippen.''