Hoge inflatie brengt renteverhoging dichterbij

Inflatie en geldgroei in de eurolanden liggen boven het referentieniveau dat de ECB hanteert. Een rentestap wordt daarom verwacht.

De raad van bestuur van de Europese Centrale Bank handhaafde op 13 april het belangrijkste rentetarief, de herfinancieringsrente, op 3,5 procent. Daardoor is de kans toegenomen dat ECB-president Wim Duisenberg komende donderdag, als het bestuur opnieuw vergadert, wel een renteverhoging aankondigt.

Belangrijkste indicator daarvoor is de hoge inflatie in de elf landen die samen de Economische en Monetaire Unie (EMU) vormen. De Europese Centrale Bank, die de koopkracht in de eurolanden moet bewaken, hanteert een inflatie van 2 procent als plafond. Afgelopen maand steeg de inflatie in de eurozone op jaarbasis naar 2,1 procent. In februari was dat nog 2 procent. De prijsstijgingen zijn overigens goeddeels te wijten aan de hoge olieprijs. De verwachting is dat de olieprijs dit najaar weer daalt en dat het inflatieniveau navenant terugloopt. Daar staat tegenover dat de goede economische vooruitzichten voor de EMU-landen de inflatie aanjagen. De zwakke euro brengt verder het risico van importinflatie met zich mee. Een renteverhoging op korte termijn lijkt dan ook onvermijdelijk.

De financiële markten rekenen uiterlijk 11 mei op een renteverhoging, maar achten een verhoging van de basisrente met een kwart procent komende donderdag waarschijnlijker. ECB-bestuurders hebben al bij verschillende gelegenheden laten doorschemeren dat ze het huidige renteniveau te laag vinden. De rente zit onder een ,,neutraal niveau'' en geldt als stimulerend voor de economie. De ECB wil de economie gezien de hoge inflatie juist afremmen.

Een factor die kan meespelen bij de beslissing de rente al dan niet te verhogen is de publicatie van het geldgroeicijfer, komende woensdag. In februari was de groei van de geldhoeveelheid die in de eurozone in omloop is al met 6,2 procent op jaarbasis gestegen, ruim boven de norm van 4,5 procent die de ECB als referentie hanteert. Analisten verwachten overigens een lichte daling van de geldgroei.