Als staatshoofd op de kaart gezet

Een week in Japan heeft de kroonprins als toekomstig staatshoofd op de kaart gezet. Willem-Alexander is klaar voor een discussie over zijn bevoegdheden.

Hoe het was: de prins treedt binnen, gaat zitten (en lijkt onhandig met de situatie), de prins gaat weer weg. Ceremonieel is heel geschikt om kwaliteiten, of het gebrek daaraan, te verhullen. Dus vooral zo houden, in het laatste geval.

Sinds ruim vier jaar geleden de huidige particulier secretaris van Willem-Alexander, Jaap Leeuwenburg, aantrad als adviseur en begeleider van de prins, is er veel aan gedaan om daaraan een einde te maken. Nu is de strategie: wat erin zit, moet eruit. Besloten is dat de talenten van de prins zichtbaar gemaakt moeten worden.

Willem-Alexander zou voortaan niet zomaar meer aanwezig zijn, een lint doorknippen of iets onthullen. Waar mogelijk zou dit in het vervolg vergezeld gaan van het voeren van een inhoudelijk woord. Van `exposure' van zijn kwaliteiten. Van een uitgekiende mediastrategie, kortom.

Vandaag vloog hij naar huis na een gevoelig, officieel bezoek van acht dagen aan Japan ter herdenking van 400 jaar betrekkingen met Nederland. Na een reis die stijf stond van het Japanse protocol en waarin de marges waarbinnen de prins zijn talenten kon uiten zodoende uiterst beperkt waren.

Toch is Willem-Alexander tijdens deze reis in meerdere opzichten raak op de koninklijke kaart gezet. Prins-charmant was hij ook: joelende Japanse meisjes liepen met hem weg. En prins-waterbeheer: na een toespraak daarover in Osaka is hij gevraagd een belangrijke rol te komen vervullen bij het derde Wereld Water Forum in Japan. Nieuw is de prins-des-vaderlands: zijn toespraak in Nagasaki donderdag was wat dat betreft een doorbraak. Zelfs een uitspraak die hij eerder had gedaan - een discussie over de inhoud van de monarchie is goed, ook die moet met zijn tijd meegaan - opende daarna gisteren het Journaal.

Ontspannen maar beslist noemde Willem-Alexander de Japanse bezetting van voormalig Nederlands Indië tussen een reeks van strikt formele erkentelijkheidsspeeches, ,,zwarte bladzijden'' uit de gezamenlijke geschiedenis die niet mogen worden vergeten. ,,Als je vierhonderd jaar bilaterale relaties viert, moet je de hele geschiedenis meenemen'', zei hij daarover gisteren, toen hij de pers twintig minuten te woord stond – geheel media-getraind, zonder een moment van twijfel. Dat de helft van zijn speech hierover ging, vond de prins ook logisch: ,,Als er nog steeds mensen zijn die onder die periode lijden, vind ik het niet meer dan normaal dat dat ook procentueel gezien meer aandacht krijgt.''

Niet iedereen, zo werd tijdens deze reis informeel toegelicht, dacht er zo over. Rond de toespraak van de prins heeft zich een territoriumgeschil afgespeeld, geheel in de geest van de recente discussie over de bevoegdheden van het staatshoofd. Gebruikelijk is dat voorafgaand aan zo'n toespraak wordt `gewinkeld' bij diverse ministeries. Voor adviezen, voor wat wel en niet kan. Buitenlandse Zaken gaf te kennen tegen te zijn: de prins mocht niet over de bezettingstijd spreken, het was te riskant en bovendien een taak van minister van Aartsen en premier Kok. Maar Buitenlandse Zaken is gepasseerd.

Van Aartsen, die de prins een deel van zijn reis vergezelde, was donderdag met moeite tot een inhoudelijke reactie op de speech van de prins zelf te verleiden. Hij bleef vooral zeggen dat premier Kok bij het aanvaarden van de spijtbetuiging van voormalig premier Obuchi zo formidabel was. En dat het werkelijk belangrijke voorbereidend werk om de komst van de Japanse keizer naar Nederland in mei zo soepel mogelijk te laten verlopen, zodoende ,,allang'' was verricht.

Alles was bij deze reis uitgekiende strategie, ook het onhoorbare. Aan het hof is tegelijk met de precaire toespraak van de prins meteen een noodscenario opgesteld. Voor het geval zijn woorden in Japan of bij de oorlogsslachtoffers in Nederland helemaal verkeerd zouden vallen. De woorden waarmee de speech dan zouden worden toegelicht, waren met behulp van meereizend Japandeskundige professor Willem van Gulik al opgesteld. Nodig waren ze niet.

Juist binnen het keurslijf van het Japanse ceremonieel heeft Willem-Alexander zich als flexibel en behendig toekomstig staatshoofd gepresenteerd.

Een kroonprins zien is voor Japanners een verpletterende ervaring. Laat staan hem ook te kunnen hóren. De beveiliging van de immer als een zonnetje glimlachende kroonprins Naruhito, die Willem-Alexander een deel van diens programma vergezelde en die in Japan de status van een bijna-heilige heeft, had grote invloed. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) poogde nog vergeefs wat meer bewegingsruimte voor Willem-Alexander te scheppen. Een bijbehorend boekwerk vol plattegronden van de festiviteiten gaf weinig hoop; iedereen vastgelegd in vakjes, loopjes langs stippellijntjes. Gewijde stiltes vielen waar de prins verscheen, hij poogde dat met grapjes te verlichten, liep ook vaak gebogen om de afstand tot de Japanners op borsthoogte zo klein mogelijk te houden. Hij viel één keer uit zijn rol van aangepast zijn in Oosterse culturen, toen het bekijken van een tentoonstelling uitliep: ,,Het kan hoor, er zijn geen Japanners bij.''

Er lag voor iedere gelegenheid een toespraakje klaar, maar de meeste bleven ongebruikt, omdat Willem-Alexander ter plekke zelf een respectbetuiging improviseerde. De andere werden nogal eens door hem gewijzigd. Als je vijf speeches lang hetzelfde hoort, zei de prins daarover gisteren, ,,dan zorg ik wel dat de mijne daar niet ook over gaat''. Hij week volstrekt af van de Japanse aanpak.

In zijn gevolg leek het Japanse ceremonieel intussen juist een tikje besmettelijk. Yvonne van Rooy, voorzitter van de Stichting 400 jaar Nederland-Japan zorgde onder de Nederlandse delegatie alom voor hilariteit door de koninginne-allure waarmee zij het Japanse volk tegemoet trad.

Rond de prins wordt niet alleen met ritueel respect over zijn optreden tijdens deze reis gesproken. Ook enigszins hoopvol. Tal van uitspraken deze week, altijd off the record, geven aan dat zowel bij de Rijksvoorlichtingsdienst als in hofkringen met ongeduld wordt gewacht op meer openheid. Binnen de Rijksvoorlichtingsdienst is de discussie over de bevoegdheden van de koningin met vreugde ontvangen: het zou kunnen helpen het optreden van de majesteit soms wat te versoepelen. Het zou ook kunnen helpen de majesteit soms op andere gedachten te brengen. Heeft de RVD, ofwel premier Kok, gepoogd haar bijvoorbeeld van haar ski-vakantie in Oostenrijk te doen afzien? Dan wordt er geknikt, oh já, met een lachje.

Al staat de entourage van de prins zelf bekend als de vooruitstrevende tak van de hofhouding, voordat hij zelf koning is wordt het antwoord op dé vraag nog stevig ingestudeerd. Wat vond hij van de discussie over het koninklijk huis? ,,Ik besef dat de discussie plaatsheeft en ik ben er een voorstander van, maar ik wil hem niet voeren in oneliners en soundbytes'', zei Willem-Alexander herhaaldelijk. Toch voegde hij daar voor de camera's van het NOS-journaal nog aan toe dat hij al eerder, in zijn interview met Paul Witteman, gezegd had dat de discussie gevoerd moet worden om het koningshuis te laten meegaan met de tijd. Om er bij te zeggen: ,,Anders zou het meteen afgeschaft worden.''