Akkoord tussen zes landen over nieuw treinspoor

Zes Europese landen werken aan een nieuw, gezamenlijk beveiligingssysteem voor het spoor, waardoor treinen in de toekomst zonder problemen de landsgrenzen kunnen overschrijden. Ook kunnen treinen door het nieuwe systeem dichter op elkaar rijden.

Dit maakte NS Railinfrabeheer, dat in Nederland het spoor beheert en onderhoudt, vanochtend bekend. Nederland, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië en Spanje hebben na vijf jaar overeenstemming bereikt over de eisen aan het nieuwe beveiligingssysteem. Volgend jaar richten alle landen er proefbaanvakken mee in.

Treinen moeten nu nog van locomotief wisselen voor ze de grens over kunnen, omdat de ingebouwde beveiligingssoftware in de meeste landen verschilt. De tijd die hiervoor nodig is kan oplopen tot een uur. Het wisselen van de locomotieven is straks niet meer nodig.

Door het nieuwe beveiligingssysteem hoeven treinen ook niet langer op grote afstand van elkaar te rijden. Treinen rijden nu standaard op drie kilometer afstand van elkaar, terwijl dat niet altijd nodig is. Het nieuwe systeem gaat uit van het type trein, de snelheid en de remweg en berekent vervolgens de optimale afstand tussen treinen op het spoor. De machinisten krijgen hun instructies niet meer via seinen langs de spoorbaan (Telerail), maar via draadloze gsm-communicatie (GSM-Rail). In Nederland neemt NS Railinfrabeheer volgend voorjaar proeven op de trajecten Maastricht-Heerlen en Meppel-Leeuwarden.

Het systeem wordt in Nederland ontwikkeld door de bedrijven Alstom en Adtranz en maakt deel uit van het ontwikkelingsprogramma BB21 dat de NS begin vorig jaar presenteerde. BB21 staat voor het beter benutten van het spoor in de 21-ste eeuw. Technologische vernieuwingen moeten zorgen voor een intensievere benutting van het spoor. Het aantal treinen op het huidige spoorwegnet moet hierdoor met 10 tot 25 procent toenemen. De totale kosten voor het plan zijn tussen de twee en vier miljard gulden.

Voor het verhogen van het aantal treinen op het spoorwegnet is ook een nieuwe energievoorziening nodig. Het huidige 1.500 volt-systeem wordt vervangen door het veel zwaardere 25 kilovoltsysteem, dat de Europese standaard lijkt te worden. Dat is in elk geval nodig voor de hogesnelheidslijnen, zoals de HSL Amsterdam-Parijs.