Aantal ondervoede mensen neemt nauwelijks af

Het terugdringen van ondervoeding in de wereld gaat veel minder snel dan is afgesproken op de grote milieuconferentie in Rio de Janeiro in 1992. Dat concludeert de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, aan de vooravond van haar jaarlijkse bijeenkomst.

Ongeveer 790 miljoen mensen in ontwikkelingslanden en zo'n 34 miljoen mensen in de ontwikkelde landen – van wie driekwart in de vroegere Oostbloklanden – lijden aan ondervoeding. Dit aantal vermindert jaarlijks met ongeveer acht miljoen mensen, terwijl de Wereld Voedsel Conferentie zich in 1996 tot doel had gesteld het aantal jaarlijks met twintig miljoen terug te brengen. De FAO concludeert dat op veel plaatsen het aantal hongerige mensen juist toeneemt.

Bijna de helft van de ondervoeden woont in Azië, vooral in India, waar meer dan 200 miljoen mensen te weinig eten hebben. Maar de situatie in dit deel van de wereld wordt geleidelijk iets gunstiger – met uitzondering van vooral Afghanistan en Noord-Korea. In Afrika daarentegen neemt de honger alleen maar toe. In 28 landen ten zuiden van de Sahara is de situatie verslechterd, terwijl er in slechts tien landen enige vooruitgang is geboekt. Ghana wordt met name genoemd als een land waar de voedselsituatie is verbeterd, tussen 1990/92 en 1995/97 is het aantal gevallen van ondervoeding afgenomen van bijna 30 procent, naar iets meer dan 10 procent. In landen als Somalië en Eritrea heeft meer dan driekwart van de bevolking niet genoeg te eten.

De FAO werkt aan de ontwikkeling van methodes om de oorzaken van honger in kaart te brengen. Er wordt ondermeer gekeken naar bevolkingsgroei, analfabetisme, toegang tot infrastructuur, kwaliteit van de landbouwgrond.

De FAO concludeert dat ook de doelstelling om landbouw milieuvriendelijker te maken niet wordt gehaald. Vooral de uitputting van de landbouwgrond, het verlies van biologische diversiteit en klimaatverandering hebben gevolgen voor de productiviteit van de landbouw. In de landen ten zuiden van de Sahara neemt de opbrengst van de bodem ieder jaar af met zo'n 24 kilo voedingsstoffen per hectare. In zuidelijk Azië kost de uitputting van de bodem nu al ongeveer 20 miljard gulden per jaar.

Verhoging van de productiviteit met zo'n 40 procent tot 2020 is noodzakelijk in verband met de groei van de wereldbevolking. Maar dit kan volgens de FAO alleen als dat op een duurzame manier gebeurt.

De FAO beschuldigt de rijke landen ervan hun grenzen gesloten te houden voor landbouwproducten uit armere landen en bovendien hun eigen producten fors te subsidiëren. Het gevolg is dat de landbouw in de arme landen onvoldoende winstgevend is en daardoor wordt verwaarloosd. Ook het deel van de ontwikkelingshulp dat bestemd is voor landbouw, op dit moment ruim 15 miljard gulden, is gehalveerd sinds het einde van de jaren tachtig.