`Soms is het beter dat ze weggaan'

De baanzekerheid van topmanagers lijkt kleiner, de gouden handdrukken groter dan ooit.

Nina Brink kreeg het niet, Bram Peper wel en het is nog openbaar ook. Een ,,gouden handdruk''. De dienaren van de publieke zaak geven openheid over hun salaris en hun wachtgeld, maar dat is in het bedrijfsleven heel anders.

De meeste Nederlandse ondernemingen weigeren openheid te geven over de individuele salarissen van hun topmanagers en trekken die lijn door als het om gouden handdrukken gaat. Ook blijft doorgaans onduidelijk of de vertrokken bestuurder zijn aandelenopties mag houden.

Dat is in de Angelsaksische wereld anders. Aandeelhouders zijn eigenaar en hebben recht op informatie. Toen co-voorzitter P. Davis van Reed Elsevier in 1994 het veld moest ruimen kon hij ook zijn company car voor een schappelijke prijs overnemen. Vorig jaar vertrokken bij de uitgever drie topmanagers. H. Bruggink en N. Stapleton kregen twee jaarsalarissen plus twee jaar pensioenpremie respectievelijk aanvulling. H. Spruijt ontving twee jaarsalarissen, twee jaar pensioenpremies plus ,,enkele andere emolumenten''.

Excessieve gouden handdrukken zijn in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten regelmatig inzet van meningsverschillen tussen grote beleggers en de boards of directors, die het gouden afscheid fiatteren. Zo klaagde de beheerder van het pensioenfonds van de ambtenaren van de staat New York onlangs bij Coca-Cola over de in zijn ogen excessieve afvloeiïngsregeling die topman D. Ivestor bij zijn gedwongen vertrek kreeg, waaronder de auto van de zaak, de lidmaatschapskosten van zijn country club en een maandelijkse toelage van 56.000 dollar. Ivestor is nog geen 53.

Hand in hand met de salarissen en bonussen stijgen ook in het Nederlandse bedrijfsleven de gouden handdrukken: het afgelopen jaar was dit 30 miljoen gulden, zo blijkt uit de tot nu toe verschenen jaarverslagen. In de top van het bedrijfsleven is de baanzekerheid kleiner dan ooit. Onderzoeker J. van Hezewijk becijferde onlangs in weekblad Elsevier dat vorig jaar bij de 500 grootste ondernemingen een recordaantal van 138 bestuurders moest vertrekken. Fusies hebben hieraan bijgedragen. Tegenvallende winstgroei is een ander argument om topmanagers aan de kant te schuiven, zie de uittocht bij uitgever Reed Elsevier. En dan zijn er de onvermijdelijke conflicten over ,,het te voeren beleid'', die bestuursvoorzitters van onder meer Oce en Wolters Kluwer hun baan kostte. Uit het jaarverslag van Oce kan de lezer opmaken dat bestuursvoorzitter J. Hovers, die onverwacht opstapte, geen cent gouden handdruk heeft gekregen. Het bedrijf met de hoogste handdruk dit jaar lijkt Reed Elevier: 11,6 miljoen gulden voor drie topmanagers. Het recordbedrag bij een bedrijf in een jaar staat op naam van Philips, dat in 1998 bijna 17 miljoen gulden betaalde aan gouden handdrukken en gerelateerde pensioenaanvullingen. Wessanen, een voedingsbedrijf dat na de mislukte fusie met drankenconcern Bols weer zelfstandig is, betaalde naar schatting 5 miljoen gulden aan twee opgestapte managers.

Bij de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) heeft openheid over gouden handdrukken geen hoge prioriteit. ,,Wij bekijken het van geval tot geval'', zegt adjunct-directeur F. van `t Groenewout. ,,In sommige gevallen, zoals Elsevier en Vopak, is het beter dat zij weggaan en zijn de afvloeiïngsregelingen bedrijfslasten die je maar moet nemen. Als mensen om onopgehelderde reden weggaan is het nog moeilijker te beoordelen.''

    • Menno Tamminga