`Scheiding accountant en adviseur'

Accountants die bedrijven adviseren en certificerende accountants, die de jaarrekeningen van grote bedrijven controleren, moeten niet meer voor één kantoor werken. Dat is de enige manier om (de schijn van) belangenverstrengeling binnen accountantskantoren te voorkomen.

Dat vinden de Kamerleden R. Hindriks (PvdA), J. van Walsem (D66) en K. Vendrik (Groenlinks). De ongeveer 5.000 certificerende accountants moeten worden ingeschreven in een controleregister waar de overheid op toeziet. Zij mogen dan niet in één kantoor werken, en de winst en verlies delen, met managementadviseurs, financiële adviseurs en juristen. De rest van de accountants, een meerderheid van ruim 10.000, zijn dan wel vrij om dat te doen maar zij mogen de controletaak dan niet meer uitoefenen.

De Accountantswet uit 1993 wordt momenteel herzien, volgende maand presenteren de departementen Financiën, Economische Zaken en Justitie een evaluatie-onderzoek (Berenschot) naar de werking ervan. Eén reden voor de herziening zijn de snelle veranderingen in de zakelijke dienstverlening. Internationale accountantskantoren, zoals KPMG, Ernst & Young, PricewaterhouseCoopers, Arthur Andersen en Deloitte & Touche, bieden steeds meer diensten aan. Het gaat om managementadvies, fiscale- en juridische adviezen, financiële adviezen en zelfs advocatuur. Deze samenwerking stuit op tal van bezwaren.

Kern is de onafhankelijke positie van certificerende accountants. Als zij een andere zakelijke relatie hebben met de 9.000 grotere bedrijven die zij controleren dan zou hun publieke accountantsverklaring over de boekhouding onbetrouwbaar kunnen lijken. Hindriks: ,,Bij de controle van een jaarrekening moet de accountant streng in de leer zijn, lastige vragen stellen aan zijn cliënt. Als zijn collega's managementadviseur zijn die die cliënt willen behouden, dan wordt het moeilijker om streng in de leer te zijn.'' Vendrik: ,,De wettelijke taak van de accountant is verweven in een commerciële praktijk en dat kan echt niet.''

Voorzitter P. Baart van het Nederlands Instituut van Register Accountants (NIVRA), erkent dat ,,de samenleving steeds meer vraagt om transparantie''. Het aloude argument van grote kantoren dat zij `Chinese muren' hebben tussen de accountants en de juristen of adviseurs, is volgens Baart niet meer toereikend. ,,De houding van de samenleving is nu: `don't tell me, show me'.'' De oplossing zoekt het NIVRA in de oprichting van een extern toezichtsorgaan. Dat zou ondermeer moeten toezien op de zogeheten `collegiale toetsing', van NIVRA-accountants onderling. In dat orgaan moeten mensen van buiten het beroep zitten.

Maar dat extern toezichtmodel van het NIVRA is volgens PvdA-er Hindriks slechts een ,,afleidingsmanoeuvre''. Er is er maar één die kan toezien op de onafhankelijke controle van jaarrekeningen, zegt hij en dat is de overheid.

Daarnaast wil het NIVRA veranderen van een publiekrechtelijke- in een privaatrechtelijke organisatie. Het NIVRA ziet van oudsher toe op de onafhankelijkheid van accountants en behartigt tevens de belangen van accountants. Die combinatie van taken wringt. Het NIVRA wil vrijer zijn om de belangen van haar leden te behartigen. Maar het NIVRA ziet weinig in een aparte overheidsregister omdat de certificerende accountant volgens hen dan geïsoleerd raakt.