Schandaal in Holland

Het had de hoogste top van de romantiek in de Nederlandse letterkunde kunnen zijn. Niet De Schaapherder van Oltmans, niet De lotgevallen van Ferdinand Huyck van Van Lennep, niet De Leeuw van Vlaendren van Conscience, niet Majoor Frans van Bosboom-Toussaint – ze kunnen zelfs niet eens in de schaduw staan van wat de grootste historische roman van het Nederlandse taalgebied had moeten zijn.

Ik bedoel het boek dat de overgeleverde schelmenverhalen van het geknechte maar niet te bedwingen lagere volk vertelt, de roman die het begin van natievorming in de Lage Landen beschrijft en de opstandige geest van de geuzen ademt, het epos van het verzet tegen de Spaanse tirannie, een ontroerende liefdesgeschiedenis en per saldo het misschien wel meest `Nederlandse' boek ooit geschreven. Het verscheen in 1867 in, godbetert, het Frans: La Légende et les aventures héroïques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs door Charles de Coster.

Het is pech, pech en nog eens pech, maar we kunnen er niet omheen: Tijl Uilenspiegel behoort niet tot de Nederlandse literatuur, om de even simpele als afdoende reden dat De Coster, zoon van een Vlaamse vader en een Waalse moeder, schrijvend tussen twee culturen, in de taal van zijn moeder schreef.

De definitie van een Nederlands boek luidt: een boek dat oorspronkelijk is geschreven in het Nederlands. Ik beschouw de beslissing van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse boek om het boekenweekgeschenk voor 2001 te betrekken van een Engelstalige auteur, Salman Rushdie, dan ook als een stuitende aanval op het Nederlandse literaire boek en de Nederlandse taal. Zoiets heet verraad. Schaf het Nederlands dan maar af als literaire taal, zou ik willen zeggen tegen de collectieve propagandisten van het niet-Nederlandse boek.

Ik ben bang dat de heer Kraima, de directeur van de CPNB, niet eens kan begrijpen van welke verstrekkende betekenis voor de toekomst van de Nederlandse literatuur het was, toen Hafid Bouazza bij zijn debuut De voeten van Abdullah koeltjes liet weten: `ik ben geen allochtone schrijver maar een Nederlandse schrijver, ik schrijf namelijk Nederlands en geen allochtoons.' Het thema van de volgende Boekenweek, Het land van herkomst – Schrijven tussen twee culturen, is ongetwijfeld een van de meest acute en inspirerende onderwerpen in de tegenwoordige literatuur in Nederland. Dat heeft de CPNB dan tenminste ingezien. Maar wie schrijft tussen twee culturen moet een taal kiezen. Taal, taal, taal! Leer Nederlands spreken, Nederlands lezen, Nederlands schrijven, krijgen nieuwkomers te horen.

Voor een schrijver tussen twee culturen kan de keuze voor een taal pijn doen, er is moed nodig om in een tweede taal te schrijven. Beloon die moed, in plaats van een wegwerpgebaar te maken naar schrijvers die voor het Nederlands kozen.

Zoals Rushdie niet koos voor Hindi, maar voor Engels, koos bijvoorbeeld Astrid Roemer niet voor Sranangtongo, maar voor Nederlands. Als iemand een schoolvoorbeeld zoekt van de worsteling van een kunstenaar tussen twee culturen, lees dan eens de romantrilogie van Roemer: Gewaagd leven, Lijken op Liefde en Was getekend. Het is een onvergeeflijke blunder van de CPNB dat Astrid Roemer is gepasseerd. Kraima zou het hele jaar 2001 de voeten moeten wassen van deze schrijfster van een omvangrijk oeuvre, waarvan de literaire kwaliteit onvoldoende is opgemerkt.

In een recente uitgave van de CPNB formuleert directeur Kraima vier criteria voor de selectie van schrijvers van het Boekenweekgeschenk: zij moeten tot de literatuur behoren, veel lezers een plezier kunnen doen, met een deadline uit de voeten kunnen en tenslotte moet het geschenk een ingang bieden tot het oeuvre van de auteur. Voor een Nederlandse schrijver is de opdracht belangrijk, omdat oplagen als die van het Boekenweekgeschenk in ons taalgebied normaal gesproken onhaalbaar zijn. Vaak betekent het bovendien een doorbraak in het buitenland, herhaaldelijk is een boekenweekgeschenk vertaald. Het omgekeerde – een vertaling in het Nederlands – helpt de Nederlandse literatuur niet vooruit. Daarom is het contra-productief en kortzichtig Salman Rushdie te vragen.

Zijn wij dan geen wereldburgers? De literatuur is toch zeker universeel? Rushdie is toch een groot schrijver die bovendien tot symbool is geworden van de geestelijke vrijheid versus de haat en de bekrompenheid van zijn vervolgers? Ja, ja en ja. Een pleidooi voor de Nederlandse literatuur en taal heeft echter niets te maken met cultureel nationalisme of met de angst dat de dominante, autochtone Nederlandse cultuur in de multiculturele soep verdwijnt.

Ik ben het bijvoorbeeld hartgrondig oneens met Paul Scheffers afkeuring van wat hij de `grenzeloze houding van Nederlanders' noemt en met zijn pleidooi voor `een afscheid van de kosmopolitische illusie waarin velen zich wentelen'. Anders dan hij heb ik het niet begrepen op Tollens' `Overwintering op Nova Zembla' (en `Wie Neerlands bloed door d'aderen vloeit').

Het kosmopolitisme is de essentie van de universele beschaving, de zuurstof die kunstenaars en publiek ademen, de enige remedie tegen nationale bekrompenheid en etnische waan. Maar wat de CPNB heeft verzonnen is geen vorm van kosmopolitisme, eerder van provincialisme. De voorzitter van de dorpsfanfare nodigt Chailly uit, de klaverjasvereniging krijgt Kasparov op visite, het leesclubje drinkt chocola met Philip Roth.

Het provinciale minderwaardigheidscomplex uit zich in dikdoenerij. Kraima en Rushdie samen op de foto, is dat niet geweldig? De CPNB verkeert met de groten der aarde (en maakt intussen van de boekenweek een sponsorfestival).

De wereldliteratuur leeft van interactie, kruisbestuiving, culturele bevruchting, zij is een amalgaam van literaturen, die allemaal hun bestaansrecht en bestaansnoodzaak hebben, inclusief de Nederlandstalige literatuur die nu door haar eigen betaalde propagandisten in het verdomhoekje wordt gezet. Deze keuze past in de uniforme wereld van de hype, autoraces, hamburgers van MacDonald. Het thema van de boekenweek mag dan multi-cultureel zijn, de keuze van de CPNB past in de monocultuur van de commercie. In plaats van Het Land van Herkomst had men als motto voor de volgende boekenweek aan Du Perron beter de titel Schandaal in Holland kunnen ontlenen.