Publieke praatpalen

Sinds de telecommunicatiemarkt is vrijgegeven, verschijnen in de grote steden belhuizen. Voor allochtone ondernemers een uitgelezen kans: vergunningen en vestigingseisen bestaan niet, de investeringen zijn minimaal. `Het is lucht kopen en lucht verkopen.'

Een vrouw met rode rasta's staat stampvoetend bij de balie.

,,No goei! Nobody speaks. I don't talk. I don't speak.''

Aan de andere kant van de balie slaat Mehmet Cluz haar zwijgend gade. Hij schuift de bon naar haar toe, door het praatgat in de glaswand. Nigeria, 4 minuten, 3 seconden, fl. 9,10. De computer heeft exact geregistreerd hoelang de vrouw belde, en waarheen. Mehmet zucht. ,,Het is altijd hetzelfde met haar.''

De rij wachtende mensen achter de vrouw met rode rasta's groeit. No goei, herhaalt ze. Mehmet kijkt haar dreigend aan. Ze talmt. Uiteindelijk haalt ze tergend langzaam een tientje uit haar jaszak en frommelt het door het gat in de glaswand. Dan stapt ze opzij voor de volgende klant. Een kleine man met een zwarte pet met de rode letters Pink Floyd erop geborduurd.

Veertien gulden, zegt Mehmet.

,,Dat kan niet!''

De man stroopt zijn linkermouw op. Hij tikt op zijn horloge.

,,Ik heb gekeken: begint op 10, eindigt op 8, is acht minuten.''

Mehmet schuift de bon naar hem toe. Egypte, 8 minuten, 0 seconden, Fl 14,00. Argwanend bestudeert de man het papiertje. ,,Oké'', besluit hij dan. ,,Ik betaal.''

Meer Bellen Minder Betalen, staat er op de gevel van Telepoint Center, gelegen tegenover station Den Haag Hollands Spoor. Van 10 uur 's morgens tot 12 uur 's nachts brengt deze belofte een gestage stroom bellers op de been. Ze stappen een tl-verlichte ruimte binnen met witte plavuizen op de vloer en hokjes langs de wanden met telefoons en plastic krukjes. Ze gaan zitten in een van deze negen telefooncellen, cabines, gooien guldens in een van de twee muntjestelefoons aan de muur of wachten hun beurt af op het zwarte skaileren bankje midden in de zaak.

Op een van de oranje zuilen hangt een aanplakbiljet met de tarieven. Meer dan 250 bestemmingen, van Afghanistan tot Zimbabwe. Het hoogste tarief is drie gulden per minuut, voor een gesprek naar Birma, Eritrea, Ethiopië, Mauritius, Tsjaad. Bellen naar West-Europese en Noord-Amerikaanse landen kost twee kwartjes per minuut. Maar de meeste bellers komen hier om voor een gulden per minuut te telefoneren met Turkije en Marokko, voor 1 gulden 75 met Suriname en voor 1 gulden 50 naar de Nederlandse Antillen.

Diffuus

In de periferie van de booming internationale telecommunicatiemarkt openen allochtone ondernemers hun belhuizen. Het concept kennen ze in een of andere gedaante uit het land van herkomst. In Nederland is dat pas lonend sinds PTT Telecom, de voorloper van KPN Telecom, zijn monopoliepositie op spraaktelefonie verloor op 1 juli 1997. De markt is op dit moment, zoals dat gaat met markten die nog maar kort geleden zijn opengebroken, diffuus.

In plaats van een monopolist zijn er nu meer dan vijftig `aanbieders' van telefoonlijnen. Deze carriers hebben een eigen netwerk of kopen met korting grote hoeveelheden belminuten in bij KPN, die sinds 1997 verplicht is zijn netwerk beschikbaar te stellen aan concurrenten. Carriers kunnen ook handelen met andere bedrijven die een eigen netwerk hebben, zoals kabelmaatschappijen, en de gesprekken via een goedkope buitenlandse route leiden.

Belhuizen halen hun winst uit deals met deze carriers. Ook lucratief is de verkoop van opwaarderingskaarten voor mobiele telefoons en de handel in internationale telefoonkaarten. Hiermee kunnen mensen thuis, via een al dan niet gratis inbelnummer, de internationale tarieven van KPN omzeilen. Op de balie van Telepoint Center liggen ze uitgestald: Globalcard, Topcall, Europa Türk Telecom, Condor, Africa Com, Gnanam, Unity. In deze kaarten, die op straat van hand tot hand gaan, bestaat volgens de wijkagent van de Schilderswijk een levendige zwarthandel. De telefoonkaarten werken niet allemaal even goed. Van sommige zijn de centrales altijd bezet, en vaak is er ruis op de lijn. Aan het loket van Telepoint Center hangt een A4-tje met de tekst Geen garantie op de Unity-kaart. Zeki Demirfas, die achter de balie staat op dagen dat Mehmet Cluz vrij is, vermoedt dat Unity maar een paar maanden zal bestaan. ,,Ze zullen eerst heel veel kaarten verkopen, en dan verdwijnen.''

De wereldwijde stroom migranten gaat van het zuiden naar het noorden, van het oosten naar het westen en een van de eindbestemmingen is West-Europa, Nederland, Den Haag, de Schilderswijk. Deze landverhuizers veroorzaken internationaal privé telefoonverkeer dat in omgekeerde richting loopt. Op het knooppunt van deze wereldwijd tegengestelde stromen brengt Mehmet Cluz zijn dagen door.

Hij komt uit de Turkse stad Alanya, aan de kust van de Middellandse Zee, die hij de Witte Zee noemt. Zijn familie woont daar nog. Als zijn collega naar Turkije is, zit hij zeven dagen per week, soms veertien uur achter elkaar, voor zijn baas, Ali Yavuz, achter de oranje balie om ervoor te zorgen dat in Telepoint Center Den Haag de internationale contacten, technisch althans, naar behoren verlopen.

In het kleine kantoortje, gescheiden van de rest van de zaak door de balie en een glaswand, bedient hij de computer, de fax, het kopieerapparaat en de drie gsm's die onder zijn handbereik liggen. Hij is de expert. Als klanten hem hun mobiele telefoons toeschuiven installeert hij een nieuwe sim-kaart of waardeert hun beltegoed op. Gebarentaal is de lingua franca van het belhuis, hier en daar aangevuld met twee woorden Nederlands (gulden wisselen) en telecomwoorden als prepaid, sim en gsm. Het gebaar voor telefoneren (uitgestrekte pink bij de mond en duim bij het oor) is wereldwijd hetzelfde. Barse mannen die dit gebaar maken verwijst Mehmet met een hoofdknikje naar een van de cabines. Vrouwen met boodschappentassen aan hun arm willen telefoonkaarten kopen, weet hij. Tienermeisjes komen het beltegoed van hun mobiele telefoon opwaarderen. Twee tellen later lopen ze bellend, heupwiegend, de zaak weer uit.

,,Ha, mijn bodyguard!'' Mehmet doet de deur van zijn hokje van slot voor een korte man met een wollen muts en een spijkerbroek. Mehmet schenkt een glaasje thee voor hem in, houdt een pakje Marlboro voor zijn neus. Deze man, Roberto, rent voor hem de klanten achterna die zonder te betalen de zaak verlaten. Hij is een van de mannen uit de buurt die bijna dagelijks aanlopen bij Mehmet. Ze drinken thee en roken sigaretten.

Tot voor kort had Roberto zelf een belhuis, om de hoek van het Telepoint Center, maar zijn compagnon, zegt hij, verzoop alle winst. Brizil Internationaal Bellen, staat er nog steeds op de etalageruit. Roberto weet alles van belhuizen. ,,Je moet op zijn minst veertien uur per dag draaien om de huur, de telefoonlijnen en de belasting eruit te halen.''

Om een belhuis als Brizil, met vier of zes cabines, draaiende te houden moet er maandelijks minstens 2.500 gulden binnenkomen om de huur, de gas- en elektriciteitrekening en de huurlijnen te betalen. In de tijd dat Roberto een belhuis had waren er veel belhuizen in deze buurt. ,,Maar de meeste hadden geen bodem om op te staan.'' Alleen de beste zijn overgebleven, weet Roberto. ,,De slechte, waaronder veel oplichters, zijn verdwenen.'' Roberto kent de trucs. ,,Die gasten kopen stopwatches bij de Kijkshop, ja, en die draaien ze open, ja, en dan staat de wijzer verder dan normaal. Maar een goed lopend belhuis met een computer, zoals Telepoint Center, hoeft geen trucs uit te halen, die hebben zo wel een omzet van 35.000 gulden per maand.'' Mehmet knikt. Hij haalt zeker vijf à zevenduizend gulden in de weekeinden binnen en drie à vierduizend in de rest van de week.

Etno-marketeer

Uiteindelijk zal dat geld – als het goed is – terechtkomen bij Ali Yavuz. Hij is niet alleen eigenaar van Telepoint Center Den Haag, maar ook van restaurant Topkapi, waar Mehmet altijd zijn thermoskannen thee haalt. Yavuz bezit nog een tweede belhuis in Den Haag en is eigenaar van Europa Türk Telecom (ETT) in Bilthoven. Hij bestiert de zaken van een afstand, hij laat zich nooit zien in het belhuis. Een rijk man is hij, zeggen de mannen die voor hem in Telepoint Center en Topkapi werken. Ali Yavuz is bezig zijn belhuizen en Topkapi te verkopen. ,,Met ETT ben ik een grote speler op de markt geworden, wat moet ik nog met een belhuis?'', zegt hij, als hij een paar minuten tijd heeft gevonden om via de telefoon te praten. ETT is zelf een van de carriers die tegenwoordig handelen in belminuten. De jaarcijfers van ETT zijn geheim en over de omzet van zijn belhuizen wil Yavuz niets zeggen. Ook andere telecombedrijven, waaronder KPN, houden uit concurrentie-overwegingen hun cijfers voor zich.

Yavuz had negen jaar geleden het allereerste belhuis in Nederland, in Utrecht. Dat werkte toen nog zo: het belhuis maakte eerst verbinding met een carrier in de Verenigde Staten, die belde vervolgens terug en het telefoongesprek kon via hun – goedkopere – lijnen gevoerd worden. Het kon niet anders dan volgens dit call back-systeem vanwege het monopolie van PTT Telecom.

KPN haalt inmiddels zijn winst uit de groei van internet en mobiele telefonie en expansie in het buitenland; de conventionele spraaktelefonie in Nederland boet steeds meer aan belang in. Toch, weet ook KPN, is de markt van allochtone bellers een interessante markt. Drie jaar geleden stelden ze er speciaal een etno marketeer voor aan die zich voornamelijk bezighoudt met communicatie tussen KPN en bestaande allochtone abonnees. ,,Allochtonen hebben structureel een hogere telefoonnota dan autochtone Nederlanders, en niet alleen omdat ze meer internationaal bellen'', zegt deze etno marketeer. ,,Ze bellen ook binnen Nederland vaker.''

De etno marketeer – die zijn naam van KPN niet mag geven – weet uit ervaring en onderzoek dat vriendschapsbanden sterker en familierelaties inniger zijn dan bij autochtone Nederlanders. Niemand komt er onderuit om minstens een keer per week te bellen naar ouders, ooms, tantes, en het maakt niets uit of ze hier wonen of in Turkije. Bellen in een belhuis maakt het leven overzichtelijker. ,,Het is goedkoper, natuurlijk, en bovendien kunnen ze het gesprek afbreken met mijn tikken zijn op of mijn tijd is om.''

Verder is er nog een dwingende reden om naar het belhuis te gaan: veel allochtonen kunnen thuis niet bellen. Twintig procent van de allochtone KPN-abonnees heeft de eigen telefoonlijn voor internationaal telefoonverkeer laten blokkeren. ,,Dat vragen ze aan'', zegt de etno marketeer, ,,uit zelfbescherming.''

Ooit had KPN zelf een zaak aan het Hobbemaplein in de Schilderswijk waar mensen tegen gereduceerde tarieven naar het buitenland konden bellen, maar die is inmiddels verkocht. Ali Yavuz wilde in zijn twee belhuizen in de Schilderswijk een officieel KPN-dealership beginnen om landenkaarten, gsm-abonnementen en mobiele telefoons te verkopen. Maar KPN wilde geen contract sluiten, zegt Yavuz. Alleen via tussenhandel kan hij aan KPN-producten komen – en dat geldt volgens hem voor alle belhuizen.

KPN doet geen mededelingen over individuele contracten die al dan niet afgesloten worden. Beleid is, meldt een KPN-woordvoerder, dat voor de eigen Primafoon-winkels en Business Centers alleen A1-locaties in aanmerking komen. Verkooppunten binnen winkels van derden komen wel op andere plekken voor. Zo verkoopt KPN in overleg met de plaatselijke imams speciale landenkaarten in winkeltjes bij moskeeën. Daarmee kunnen mensen tegen gereduceerd tarief bellen naar Aruba, Marokko, Nederlandse Antillen, Suriname en Turkije.

Mehmet haalt een strip pillen uit de binnenzak van zijn colbertjasje. Oxazepam. ,,Dit zijn mijn stress-pilletjes,'' zegt hij, ,,een per dag, om rustig te blijven.'' Roberto steekt nog een Marlboro van hem op. Er is veel stress in het belhuis, legt hij uit. ,,Als mensen zich niet aan de huisregels houden. Bijvoorbeeld: je moet de deur van de cabine dicht doen en niet te hard praten.'' De mensen bij de muntjestelefoon schreeuwen altijd, en dan kunnen de mensen in de cabines niet rustig bellen. ,,Dan beginnen ze tegen elkaar te schreeuwen en dan wordt het steeds erger.''

De Colombiaanse vrouw uit cabine 2 vervoegt zich met een zorgelijke trek om haar mond, rap Spaans pratend, bij de balie. Mehmet kijkt haar glazig aan. Hij verstaat haar niet. Dan begint Roberto zich in vloeiend Spaans met de vrouw te bemoeien. Tenslotte zegt hij tegen Mehmet: ,,Ze zegt dat ze een operator aan de lijn kreeg die zei dat het nummer niet bestaat.'' ,,Het ligt aan de satelliet in Colombia'', zegt Mehmet, zijn standaardantwoord als de verbinding weigert tot stand te komen.

Als Roberto niet naar het belhuis komt om Mehmet te helpen met Spaans-sprekende klanten, en voor thee en sigaretten, dan is het om naar zijn schoonmoeder in de Dominicaanse Republiek te bellen.

Dat doet hij elke vrijdag, zaterdag en zondag. Hij stuurt haar elke maand geld. ,,Wat ik hier eet, kunnen ze daar niet opbrengen. Ik kan elke dag een kilo vlees kopen, zij niet eens een keer in de week.'' Daarom gaat hij iedere maand naar het grenswisselkantoor om geld naar haar over te maken. ,,De meeste gasten verzorgen hun familie en schoonfamilie die nog in het moederland woont. Daarom heb je een belhuis nodig. Om te zeggen: je maandgeld komt eraan, heb je het al ontvangen?'' Roberto had liever gehad dat het belhuis ook 's nachts open was. ,,Dat maakt het makkelijker, ja, omdat het in de Dominicaanse Republiek, ja, vijf uur vroeger is dan hier.''

De afgelopen drie jaar opende het ene belhuis na het andere in buurten waar veel allochtonen wonen, zoals de Haagse Schilderswijk en de Rotterdamse Tarwewijk. Officieel moeten ze zich op grond van de Telecommunicatiewet laten registreren bij toezichthouder OPTA. Maar de OPTA is tot nu toe niet overgegaan tot strikte handhaving van de registratieplicht voor belhuizen, omdat ze kleine spelers op de markt zijn. Belhuizen die het woord belhuis in hun bedrijfsnaam voeren, zijn wel makkelijk bij de Kamers van Koophandel te achterhalen: Amal Belhuis, Arif Belhuis, Azan Belhuis, Belhuis Carlos, Belhuis Casablanca, Belhuis Galaxy, Hanan Belhuis, Belhuis Lombok, Belhuis Tanger, Belhuis Sans Frontières. Deze lijst van bedrijfsnamen geeft een indicatie van de opkomst en ondergang van belhuizen; van de 92 belhuizen zijn er 42 inmiddels weer opgeheven, ontbonden of verplaatst. Het verhindert fortuinzoekers niet om in een leeg pand cabines te installeren en een eigen belhuis te beginnen.

Volgens Europa Türk Telecom die als carrier zaken met ze doet, schommelt het aantal belhuizen in Nederland rond de honderdvijftig. Het is, zegt Ali Yavuz, voor allochtone ondernemers de kans om een eigen zaak te beginnen: vergunningen en vestigingseisen zijn er niet, de investeringen zijn minimaal. ,,Je hoeft geen balen suiker of meel in te kopen'', zegt Ali Yavuz. ,,Het is lucht kopen en lucht verkopen. Velen gaan binnen een paar maanden weer over de kop omdat ze geen verstand hebben van de telecommarkt.'

Yavuz heeft dat inmiddels wel.

Hij is Europa Türk Telecom, zegt hij, aan het uitbouwen tot een van de grote carriers in Turkije en Marokko. Daar, in Marokko, waar hij in sommige straten wel vijf belhuizen ontdekte, kwam hij tot de conclusie dat belhuizen niet slechts een tijdelijk verschijnsel zijn in een rommelige ontwikkelingsfase van de telecommarkt. ,,Ook als bellen via Internet nog maar een fractie kost van wat internationaal telefoneren nu kost, blijven ze bestaan'', zegt hij, ,,omdat ze zijn zoals de koffiehuizen zijn.'' Een plek om bij te praten. De tarieven van Telepoint Center voor de meest gebelde landen ontlopen die van KPN sinds de tariefsverlaging van vorige zomer niet veel meer, het daltarief voor Turkije en Marokko zit er zelfs onder, en toch blijven de bellers naar het belhuis komen. ,,Ook omdat ze de nota's van KPN niet vertrouwen'', zegt Ali Yavuz, ,,ze denken dat er meer minuten worden berekend dan ze hebben gebeld''. In zijn eigen Telepoint Center wordt elk kwartje drie keer omgedraaid. Behalve een plek om bij te praten is het belhuis ook een plek om geld uit te sparen.

Lakschoenen

Een man in driedelig pak meldt zich bij Mehmet aan de balie. Seijf Özgüzel wil een telefoonkaart van Europa Türk Telecom. Meestal heeft hij geen tijd om langs te gaan bij een belhuis. Soms belt hij zelfs, heel duur, mobiel naar Turkije. ,,De meeste Turken die in Nederland wonen hebben iemand in Turkije die hun zaakjes in de gaten houdt. Dan bellen ze om te vragen hoe het met de zaken gaat.''

,,Is er hagel geweest?'', vraagt Seijf aan zijn zaakwaarnemer. ,,Is mijn huur al opgehaald? Hoe is het met de dieren? Hoe staan de sinaasappelbomen erbij?''

Mehmet is vandaag kortaf tegen de klanten, keer op keer gooit hij de la met telefoonkaarten met een klap dicht, hij steekt de ene na de andere sigaret op. Op het knooppunt van de tegengestelde stromen van landverhuizers en telefoonverkeer naar het land van herkomst, slaat oververhitting toe omdat het islamitische offerfeest is aangebroken. De hele dag is het druk in het belhuis. De centrales in Turkije en Marokko zijn overbezet.

Mehmet heeft zelf mobiel gebeld naar zijn vader en moeder en zuster in Turkije. In Nederland is hij alleen. ,,Alle Turken hebben vrij vandaag. En alle islamitische kinderen gaan vandaag niet naar school.'' Hij ziet ze langs gaan, in hun beste kleren, om met familie en vrienden feest te vieren. ,,Eten en drinken, goeie contacten maken, boos worden, goeie contacten maken.'' Maar Mehmet moet vandaag de hele dag werken. Zeki is het offerfeest in Den Haag aan het vieren en zijn andere collega is naar Turkije.

Zijn eerste glimlach van vandaag is voor een klein meisje. Ze heeft een blauwe fluwelen jurk aan, die tot op haar enkels reikt. Zwarte lakschoentjes, witte sokjes. ,,Ah, Selva, kom maar hier. Alles goed?'' Het meisje stapt het kantoor binnen. Haar vader en moeder staan in cabine 1, met de deur open. Selva's vader beveelt haar dat ze naar de telefoon moet komen, om met oma in Marokko te praten. Selva pruilt. Met woeste stappen komt haar vader op haar af en trekt haar de cabine in. Om de beurt spreken de moeder, de vader en het kind in de hoorn. ,,We vroegen hoe het schaap smaakte'', zegt de vader als ze opgehangen hebben. Dat smaakte zoals elk jaar, en verder ging alles goed. Zoals elke week.

Is mijn huur al opgehaald? Hoe is het met de dieren? Hoe staan de sinaasappelbomen erbij?

Een goed lopend belhuis met een computer heeft een omzet van 35.000 gulden per maand