Motorpsycho bouwt een kathedraal van space rock

Het is 1968 en we bevinden ons in San Francisco. Op het podium van de Avalon Ballroom worden bewegende beelden van kronkelende vormen vertoond. Ieders aandacht, dus ook die van de muzikanten op het podium, wordt erdoor getrokken. Achter in de zaal staat een grote emmer met LSD-limonade. De groep maakt er een echte happening van, met nummers van langer dan een kwartier die ongemerkt in elkaar vloeien. Langzaam maar zeker groeit het gevoel van eenwording tussen de verzamelde broeders en zusters. Muziek schept een band, mits we allemaal dezelfde geestverruimende middelen geslikt hebben.

Het is 2000 en we zijn in Utrecht. Op het podium van Tivoli worden bewegende beelden van kronkelende vormen vertoond. Ieders aandacht, dus ook die van de muzikanten op het podium, wordt erdoor getrokken. Achter in zaal wordt bier verkocht. De Noorse groep Motorpsycho maakt onvervalste space rock, dertig jaar nadat zweverige nummers van langer dan een kwartier werden geïntroduceerd door groepen als Grateful Dead en Pink Floyd. Langzaam maar zeker groeit het gevoel van eenwording tussen de verzamelde Motorpsycho-fans. Muziek schept een band, mits we allemaal naar dezelfde cd's hebben geluisterd.

Motorpsycho kan het 1968-gevoel als geen ander oproepen, zoals er wel meer Scandinavische popmuzikanten zijn die betere Amerikaanse muziek maken dan de Amerikanen zelf. In het tienjarig bestaan vestigde Motorpsycho een reputatie van topper in het psychedelische rockgenre, met twee gitaristen die elkaar diep in de ogen kijken terwijl ze hun notenborduursels alle ruimte geven om zich spontaan te ontspinnen. Omdat Bent Saether en Hans Magnus Ryna ook wel in de gaten hadden dat ze achter de ruggen hun trouwe fanclub werden uitgelachen om hun langdradige hippiemuziek met hardrockneigingen, besloten ze om het op de nieuwe cd Let them eat cake eens anders aan te pakken. Het werd een korte cd met beknopte, melodieuze en overwegend akoestische nummers, die zo goed uitpakte dat de vergelijking met de jaren zestig-groep Love op zijn plaats is. Let them eat cake is een mooie cd, met als enige minpuntje dat de muziek ontzettend ouderwets klinkt.

In Tivoli kwamen de korte nummers van Let them eat cake wel mondjesmaat aan bod, maar niet voordat het viertal met de ruggen naar het publiek eerst een kathedraal van breed uitgesponnen ruimtemuziek had opgetrokken. Op geïnspireerde momenten herinnerde de lyrische klank van het dubbele gitaarspel aan de Allman Brothers en deed de kabbelende Rhodes-piano denken aan The Doors en Riders on the storm. Die momenten waren er maar weinig, en er hing een grauwsluier van gezapigheid over de meer dan twee en een half uur lange jamsessie. Op den duur werd zelfs de zwoele zang voorspelbaar en leek het of er een opname van het Woodstockfestival werd afgedraaid, samengebald tot een avond onvervalste hippiemuziek. Zongen ze maar in het Noors, dan had Motorpsycho iets eigens dat de devotie van de in trance verkerende fans rechtvaardige.

Concert: Motorpsycho. Gehoord: 19/4 Tivoli, Utrecht.

    • Jan Vollaard