Ministerie OC en W 3

In het verleden zorgden vacaturestops en het last in first out-principe ervoor dat hele generaties jonge hoger opgeleiden lange tijd nauwelijks in aanmerking kwamen voor een baan bij een ministerie.

Gelukkig is daar de laatste jaren verandering in gekomen. Sinds enige tijd zijn ministeries weer in staat om nieuwe mensen aan te trekken. Daarbij wordt vaak de voorkeur wordt gegeven aan 'jong bloed', zoals bij de traineeprogramma's. Ministeries staan nu voor de uitdaging om met deze nieuwe generatie medewerkers te leren omgaan waarbij de concurrentie met de private sector moet worden aangegaan. Dat is niet eenvoudig. Pas afgestudeerden hebben op de universiteit geleerd logisch te redeneren. Dat is iets fundamenteel anders dan in een politieke omgeving beleid maken. Ook lopen ze vaak aan tegen de hiërarchische werkwijze.

Verder is het zo dat veel mensen die al heel wat jaren op dat ministerie zitten, de managers, maar ook de 'senior beleidsmedewerkers', een gebrekkig beeld van wat er in de nieuw binnengekomen twintigers en vroege dertigers omgaat. Er is genoeg goed personeel, maar er is te weinig goed personeelsbeleid.

NRC Handelsblad heeft, misschien wel onbedoeld, een belangrijk onderwerp aangekaart. Ministeries staan de komende jaren voor een belangrijke uitdaging. De sterk oververtegenwoordigde babyboomers zullen de departementen verlaten. Dit betekent dat meer en meer vacatures ontstaan. Voor een deel zullen die niet hoeven te worden opgevuld, omdat als gevolg van deregulering, internet en Europa minder rijksbeleid nodig is. Maar tegelijkertijd moeten overheidsorganisaties de komende jaren erin slagen nieuw talent te vinden en te behouden. Lukt dat niet, dan kan zonder veel overdrijving worden gesteld dat de toekomst van het openbaar bestuur in het geding komt.