Mijn (k)oude dag

Een lezer uit Roermond werkt nu tien jaar als zelfstandige zonder personeel. Daarvoor werkte hij bij een baas, waar hij weinig pensioenrechten opbouwde. Hij dubt al jaren over een voorziening voor zijn oude dag, overwoog ooit een lijfrenteverzekering (voor een periodieke uitkering wanneer hij stopt met werken), en later een kapitaalverzekering voor een belastingvrije uitkering. Van beide zag hij af, omdat hij er geen geld voor had. Inmiddels gaan de zaken beter en nadert hij de veertig. Echt zo'n mijlpaal waarbij mensen even stilstaan en denken aan later. Oude dag of koude dag? That's the question.

Eigen bazen en bazinnen kennen zijn verhaal wel. Je bent druk met de op- en uitbouw van je zaak. De oudedag, de zorg voor nabestaanden en een arbeidsongeschiktheidsverzekering komen dan snel in het gedrang. Een zelfdoener denkt dat hij nooit ziek wordt, onsterfelijk is en doorwerkt tot de verlossende e-mail van Beenderman, die niet meer langs de deuren scharrelt maar ons nu binnenhaalt via internet.

De briefschrijver beschikt over een pensioenreserve van 50 duizend gulden op een spaarrekening en stopt bij leven en welzijn over 25 jaar met werken. Hij woont met zijn partner in een huurhuis. Zij regelt haar eigen zaken, er zijn geen kinderen en hun levensstijl is sober. Op zijn 65ste wil hij minimaal 500 duizend gulden bezitten om er een direct ingaande levenslange lijfrente (een privé pensioen) van te kopen, of er gewoon op in te teren. Is een half miljoen voldoende?

Die vraag stellen lezers vaak. Helaas: iedereen moet zelf schatten hoeveel inkomen hij straks nodig denkt te hebben. Richtinggevend en gebruikelijk als maatstaf is het huidige inkomen. Dat komt door de koppeling van het pensioen aan het inkomen en de bereidheid van de overheid die voorziening fiscaal te bevoordelen, onder meer door de premie-aftrek. Wie straks als een vorst wil leven, bijvoorbeeld van vele malen zijn inkomen, hoort niemand protesteren. Je moet alleen voldoende opzij leggen, daarop een flink rendement halen en je risico's afdekken.

Terug naar Roermond. Hoe maak je van een halve ton een half miljoen, in 25 jaar? Bijvoorbeeld door elke maand 500 gulden in een aandelenbeleggingsfonds te stoppen en daar gemiddeld, netto 8 procent rendement op te maken. Is te doen.

Wanneer die 50 duizend gulden op zijn, moet hij uit andere eigen middelen investeren. Dit duurt wel even, want hij ontvangt intussen rente op zijn krimpende spaartegoed. Interen van die 500 duizend gulden in het beleggingsfonds levert 25 jaar lang (tot 90 jaar) bijna 47 duizend gulden per jaar op. Mits het fonds de voornoemde 8 procent netto maakt.

Lastiger is het zakelijke risico en de nadelige gevolgen voor de pensioenpot. Als er geen scheiding tussen de zaak en privé bestaat, bijvoorbeeld via een bv, kunnen zakelijke en persoonlijke (arbeidsongeschiktheid) tegenslagen de reserve verminderen of opslokken. Ook de verhouding tussen de partners is van belang. Bij gemeenschap van goederen en ernstige tegenslagen, loopt ook haar bezit/vermogen gevaar. Kortom: genoeg om over na te denken.

Een briefschrijfster van veertig uit Venlo – Limburg bruist – opende onlangs de poorten van haar eigen bedrijf. Ze deed tot nu toe niets aan haar oude dag, want dat is niet gebruikelijk in haar branche. Merkwaardig. De man van de verzekeringen komt daarom met een lijfrentepolis op de proppen. De premies zijn tot een flink bedrag aftrekbaar van haar belastbare inkomen, vanwege die pensioenachterstand. Dat lijkt haar aantrekkelijk. Na 1 januari aanstaande komt dit aftrekvoordeel in het nieuwe belastingsysteem (box 1) op hooguit 42 procent, althans voor haar inkomen. Je betaalt dus 58 procent zelf. Bovendien moet ze straks met de uitkering een lijfrente kopen. En je moet blijven leven om er van te genieten. Ook bij zakelijke tegenslag moet zij de premies blijven betalen en daalt het belastingvoordeel, terwijl een eigen belegging meer armslag geeft.

Wat is verstandiger: een lijfrentepolis of zelf beleggen. Die vraag stellen lezers vaak. In feite willen ze weten welke aandelen of fondsen het goed (blijven) doen. Geen verstandig mens wil zich aan een antwoord branden. Je kan gemiddelden voor de lange termijn aangeven, bij voldoende spreiding. Zeg tussen de 8 en 12 procent.

In dit geval komt er bij dat mevrouw – waarschijnlijk binnen 25 jaar – een half miljoen erft. Zo'n koe kan je flink melken, blijkt uit het eerste voorbeeld. Mevrouw zal straks niet van de kou en honger omkomen. Dus waarom een verzekering? Stop elke maand wat in een beleggingsfonds, als reserve.

Haar ouders schenken nog regelmatig een portie effecten. In die verwilderde portefeuille zitten tien verschillende fondsen. Hoog tijd voor een tuinman met snoeischaar.