Melkkoeien 1

Het Centrum voor Landbouw en Milieu waarschuwt dat steeds meer melkkoeien permanent op stal komen te staan. Iets voor de Dierenbescherming om tegen te ageren, stelt het CLM in NRC Handelsblad van 18 april.

Dat de natuur een `tweede slachtoffer' zou worden is echter niet waar. Het CLM rekent ons voor, dat als het EG-melkquotum onveranderd blijft en de productiestijging per koe doorzet, het aantal melkkoeien in 2015 vergeleken met 1984 zal zijn gehalveerd. Maar, omdat dit ook bijna een halvering van de rundermesthoop inhoudt, dus veel minder verstikstoffing en verzuring, zou dit door CLM als zeer heugelijk vermeld moeten worden. Maar geen woord.

Tevens moet het dan mogelijk zijn om tegen 2015 vele duizenden hectare voor de grasproductie overbodig geworden weidelandschap om te zetten in echte natuur; in bos, veld, plas, moerasland.

Een tweede grote natuurwinst, ook daarover zwijgt het CLM. Wat het wél beweert is een gotspe. Dat als de koeien op stal blijven `eerst de insecten en vervolgens de kievit, grutto en tureluur achteruit gaan'!

Welnu, in de moderne, diep bemaalde, biljartgroene en kruidenloze kunstweides tref je allang geen tureluur of grutto meer aan; deze soorten met hun gevoelige snavels broeden enkel nog in de schaarse, natte – voor de moderne boer bewerkelijke – weidevogelreservaten. CLM bepleit dat Dierenbescherming en Natuurmonumenten samen een campagne voeren voor de koe in de wei, terwijl hun belangen in deze kwestie volgens mij wezenlijk tegenstrijdig zijn. De verkeerde raad aan Natuurmonumenten geeft aan dat het Centrum voor Landbouw en Milieu zich beter kan richten op het geven van milieuvriendelijke adviezen aan de landbouw, dat is genoeg hooi op de vork.