Medici

Op de tv zag ik een dichter die ontroerd werd door zijn eigen werk, bij bepaalde wendingen moest hij oppassen voor een brok in zijn keel. Dat heb ik zelf ook weleens. Het schijnt zelfs op internet te staan, dat ik weleens ontroerd word door mijn eigen werk. Ik neem aan dat ik dat ooit in een interview heb gezegd.

Nu verplaatsen we ons naar een hotel op Terschelling. Huisartsen en specialisten, allemaal betrokken bij een ziekenhuis in Sneek, kwamen daar bijeen om zich te bezinnen op hun beroepspraktijk. Natuurlijk werden ze daarin krachtig bijgestaan door de geneesmiddelenindustrie. In de lobby was een soort farmaceutische kermis opgezet – nooit van mijn leven heb ik zoveel buitenissige balpennen bij elkaar gezien.

Mij hadden ze gevraagd om een inleidend praatje te houden. Nee, niet over iets medisch. Ik mocht helemaal zelf weten waarover dan wel. `U weet vast wel wat leuks.'

Nu werd ik bij het gezelschap geïntroduceerd door een van de organiserende medici. Hij had mij opgezocht op internet. Hij had gelezen dat Van Zomeren soms ontroerd werd door zijn eigen werk. ,,Dat heb ik zelf ook weleens'', zei hij, ,,als ik de familie moet condoleren.''

Toen ik deze begon door te vertellen, bleken sommigen hem eerder grof dan grappig te vinden. Maar je moet je voorstellen: een beetje een verlegen man, zo'n mompelende specialist die elke zin iets geestigs probeert mee te geven, maar steeds onverstaanbaar, onbegrijpelijk. En dan opeens, in alle helderheid, zonder nadruk, zonder effectbejag (maar in feite perfect getimed): `Als ik de familie moet condoleren.'

Dezelfde man verzorgde het bedankje toen ik uitgesproken was. ,,Ik heb mij in mijn jeugd erg eenzaam gevoeld'', zei hij. ,,Was ik maar een kanoet geweest, denk ik nu, dan had ik geweten dat er nonnetjes beschikbaar waren op het wad.''

Daaruit kun je opmaken waarover ik het gehad had. Kanoeten zijn kleine steltlopers, nonnetjes tweekleppige schelpdieren, voor vogels beschikbaar als ze niet te diep wegzitten – ter consumptie dus.

    • Koos van Zomeren