Justitie moet criminele informant laten gaan

. De Amsterdamse rechtbank heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard bij de vervolging van een 32-jarige man wegens invoer van harddrugs en lidmaatschap van een criminele organisatie. Tegen de man was twee weken geleden bij een strafzaak achter gesloten deuren een gevangenisstraf van acht jaar geëist.

Justitie heeft volgens de rechtbank onzorgvuldig gehandeld door de verdachte zonder overleg met het IRT Noord- en Oost-Nederland aan te houden en bovendien zijn status als informant voor dit team bekend te maken. De verdachte verklaarde zijn bemoeienis met drugshandel uit zijn werk als informant voor het politieteam in Zwolle. Justitie noemt het vonnis onbegrijpelijk en gaat in beroep.

De verdachte werd in januari vorig jaar opgepakt. Na zijn aanhouding verklaarde de man van Turkse afkomst dat hij al jaren als infiltrant voor het IRT Noord- en Oost-Nederland werkte. Uit een onderzoek van de rijksrecherche bleek volgens het college van procureurs-generaal echter niet dat de man als infiltrant was ingezet.

Wel werd duidelijk dat de man informant van het IRT was en daarbij ook soms werd aangestuurd. Het college plaatste kanttekeningen bij zijn begeleiding door de IRT-rechercheurs. Ook het OM in Amsterdam kreeg kritiek. Die had toen vragen rezen over de aansturing van de informant ,,onverwijld contact moeten zoeken met het IRT om helderheid te krijgen''.

De rechtbank stelt vast dat justitie ,,ruim voldoende tijd'' heeft gehad om te onderzoeken of de man informant was maar ,,daarvan kennelijk bewust heeft afgezien''. Daardoor berust ,,de beslissingen tot aanhouding en vervolging van de verdachte op onvoldoende afweging van alle in aanmerking komende belangen''. De rechters verwijten het justitie ook dat de informantenstatus bekend is geworden waardoor de man en zijn familie in levensgevaar zijn gebracht.

De advocaat van de man, C. Korvinus, denkt dat de uitspraak grote gevolgen heeft. Justitie kan nu niet meer ,,onder het mom van opsporingsbelang de belangen van een politie-informant die tevens mogelijk verdachte is opofferen''. Korvinus verdedigt ook de `groei-informant' Kris J. die in samenwerking met de Haarlemse rechercheurs Langendoen en Van Vondel jarenlang drugs heeft geïmporteerd. Hij wordt nu vervolgd wegens cokehandel.