JARENLANG VECHTEN TEGEN HET AFSTERVINGSPROCES

In eigen kring geldt als hij als een levende legende. Daarbuiten wordt Rob Barel (42) regelmatig uitgemaakt voor een overjarige dwaas. `Sydney' moet het eind- punt worden van de kleurrijke pionier van de triatlon. Over het gevecht tegen de biologische klok en het genot van het ouder worden.

Wijsheid komt met de jaren. Was hij tot voor kort de gevangene van zijn eigen emoties, op 42-jarige leeftijd weigert Rob Barel om nog langer als een neuroot door het leven te gaan. ,,Het heeft even geduurd, maar sinds een paar jaar heb ik afscheid genomen van dat dwangmatige gevoel dat mij heel lang in de greep heeft gehad: winnen, winnen, winnen. Winnen was alles, een obsessie die mij maar niet los liet. Van tweede en derde plaatsen werd ik boos en chagrijnig. Sterker nog, een slechte wedstrijd was een reden om er nog maar weer eens een schepje bovenop te doen.''

Zijn fysiotherapeut vergeleek hem twaalf maanden geleden niet voor niets met een prehistorisch oermens, een moderne uitgave van de Neanderthaler kortom. Barel, glimlachend: ,,Niet zozeer door mijn bonkige lichaamseigenschappen als wel door de permanente gevoelens van onrust die in mijn lijf schuilen. Altijd maar op jacht, altijd maar op zoek naar meer, meer, meer. Nooit rust aan mijn hoofd. Dat gevoel is langzaam maar zeker gaan slijten. Tegenwoordig kan ik zelfs genieten van een wedstrijd.''

En toch: diep in zijn hart brandt het heilige vuur als vanouds. Hij kan het niet ontkennen. ,,Nog een paar maanden stel ik mijn leven volledig in dienst van de sport. Niet meer zo dwangmatig als een paar jaar geleden, want ik kies mijn wedstrijden met zorg en doe geen gekke dingen meer. Niet koste wat kost nog een wedstrijdje meepakken bijvoorbeeld om dat je toch in de buurt bent, zoals ik voorheen vaak deed. Die tijd is geweest. Sydney is mijn laatste uitdaging, mijn ultieme droom. Daarna moet het afgelopen zijn. Ik krijg geen tweede kans meer, dat besef leeft heel sterk. Na Sydney ben ik klaar.''

Op een leeftijd waarop de meeste topsporters al lang en breed zijn afgehaakt, is Rob Barel bevangen door de olympische koorts. Niet ten onrechte, want begin deze maand verbaasde hij vriend en vijand door op Hawaiï als tweede te eindigen in een wereldbekerwedstrijd op de olympische afstand (1,5 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer lopen). Daarmee voldeed de routinier voor de eerste keer aan de kwalificatie-eis voor deelname aan de Olympische Spelen: een plaats bij de beste acht. Nog één zo'n uitschieter, in zijn eerstvolgende wedstrijd op 2 juli in Monaco bijvoorbeeld, en Barel vervult in Sydney de rol van nestor van de Nederlandse olympische ploeg.

Mocht hij zich niet rechtstreeks plaatsen, dan nog hoopt hij zijn opwachting te maken bij de olympische vuurdoop van `het kwartje', zoals de discipline in triatlonkringen steevast wordt aangeduid. Op basis van de wereldranglijst heeft Nederland recht op drie inschrijvingen. Slechts één triatleet, Eric van der Linden, is al verzekerd van deelname. Samen met zijn vijftien jaar jongere collega Dennis Looze maakt Barel, nummer 31 op de wereldranglijst, de meeste aanspraak op de twee resterende plaatsen. Desnoods is hij bereid om als knecht van Van der Linden op te treden. Want ja, deelname aan de Spelen, zo weet Barel, zou een passend sluitstuk zijn voor de triatlonprof die zo kan worden bijgezet in het sportmuseum.

Zijn erelijst oogt immers als een monument: sinds 3 september 1982, de dag dat de bioloog zich voor het eerst waagde aan het veeleisende drieluik zwemmen-fietsen-lopen, kwam hij in 238 triatlons (hele, halve en kwart) over de streep. Bijna de helft daarvan (110) won hij, 176 keer belandde hij op het erepodium. Zijn curriculum vitae vermeldt verder zeven Europese, zes nationale en één wereldtitel, in 1994 behaald in Nice. Maar indrukwekkend of niet, twee medailles ontbreken in zijn prijzenkast, beseft de perfectionist. ,,Almere en Hawaiï heb ik helaas nooit weten te winnen. Twee topwedstrijden die mij om de een of andere reden telkens door de vingers zijn geglipt. Ergens is dat toch een smet op mijn carrière. Vooral aan die wedstrijd in Hawaiï, de Ironman, heb ik een kater overgehouden. Acht keer heb ik meegedaan, maar nooit is het me gelukt. Terwijl ik die wedstrijd vreselijk graag op mijn erelijstje had willen bijschrijven.''

Maar waarom zou hij treuren? Daar waar zijn generatiegenoten en mede-pioniers Axel Koenders, Mark Koks en Gregor Stam jaren geleden voorgoed afstapten, daar fietst, loopt en zwemt de old-timer uit Overberg onverstoorbaar verder. Geest en lichaam vormen nog altijd een hechte twee-eenheid, zo weet Barel, dus zeg hem waarom hij zou moeten stoppen. ,,Mentaal ben ik nog altijd ijzersterk. Ik weet wat ik wil. Helaas kan ik tegenwoordig niet alle wedstrijden meer naar mijn hand zetten zoals vroeger, maar op een goede dag ben ik nog altijd in staat om die jonge jongens bij te benen.''

Zijn blakende conditie is de vrucht van jarenlange arbeid. Barel was en is een trainingsdier, dat zijn handen niet omdraait voor een kilometer meer of minder. ,,Voor mij is trainen een genot. Nog steeds. Ik ben graag in de natuur. Zeker nu ik sinds een aantal jaren het plezier in mijn sport heb ontdekt. Ik ben ooit begonnen met zwemmen, en ook al had ik niet het talent waar ik op gehoopt had, toch heeft die sport mij ontzettend veel geleerd. Elke dag vroeg uit de veren heeft mij de discipline bijgebracht die mij nog dagelijks van pas komt.''

Al die jaren bleef Barel bovendien verschoond van lichamelijke ongemakken. Tot drie jaar geleden, toen hij voor het eerst begon te sukkelen met blessures. ,,Ik moet het misschien afkloppen, maar ik heb geluk gehad. Hoeveel sporters zijn er niet die op een gegeven moment hun loopbaan voortijdig hebben moeten beëindigen door een blessure? Dat is mij gelukkig altijd bespaard gebleven, hoewel ik vorig jaar een stressfractuur in mijn rib opliep waardoor de Spelen plotseling heel ver weg leken.''

Een andere mogelijke verklaring voor zijn opmerkelijk lange topsportcarrière zou gevonden kunnen worden in de wetenschap. Sinds een paar jaar slaapt Barel thuis in een lagedruktent, een zuurstofarme ruimte, bedoeld om de aanmaak van rode bloedlichaampjes (zuurstofopname) te stimuleren. ,,Beschouw het maar als mijn geheime wapen. In feite is het niets anders dan het nabootsen van een verblijf op hoogte, zonder dat je daar bovenmatige inspanningen voor hoeft te leveren. Heel prettig eigenlijk.''

In eigen kring geldt hij als een levende legende, als het onverwoestbare boegbeeld van de Nederlandse triatlonsport. Daarbuiten wordt Barel meer dan eens uitgemaakt voor een overjarige dwaas. Nog altijd verzet hij zich tegen dat imago, al voelt hij die behoefte steeds minder. ,,Met bepaalde vooroordelen heb ik leren leven. Zo is het in de beleving van de meeste mensen voor een sporter na zijn middelbare school feitelijk voorbij. Na je 25ste word je geacht om de maatschappij in te gaan. Toen ik destijds besloot om mijn studie te laten voor wat die was en de wijde wereld in te trekken, werd ik voor gek verklaard. Wat doe je dan de rest van de dag, kreeg ik te horen. Alleen maar trainen? Ja, zei ik dan. Maar dat wilde er niet in.''

Al jaren is Barel in gevecht met wat hij consequent ,,het afstervingsproces'' noemt. Goed, de fysiologische klok tikt verder, daar kan zelfs de afgestudeerde bioloog niets tegenin brengen. Maar verder? ,,Het is vooral een strijd met het heersende beeld over hoe een carrière eruit moet zien. Een topsporter van 42 jaar past niet in de grote gemene deler. Iemand van die leeftijd behoort achter een bureau te zitten, niet op een fiets.''

Dinsdag nog viel het Barel op toen hij naar de rechtstreekse tv-uitzending van het Champions-Leagueduel Barcelona-Chelsea zat te kijken. ,,Dan wordt er tot in den treure verteld over het feit dat Chelsea acht spelers in de ploeg heeft die ouder zijn dan dertig. Acht spelers! Dan denk ik: nou en? Dan begint het pas! Zeker in het voetbal, een sport met een hoge moeilijkheidsgraad. Goed kunnen voetballen vereist ervaring en heel veel oefenining. In die zin is leeftijd een voordeel. Daar kom je verder mee dan pure fysieke kracht.''

Barel weet het zeker: ouderdom wordt aangepraat. ,,De biologische klok tikt veel langzamer dan een hoop mensen denken. Dat er nauwelijks topsporters zijn van boven de veertig heeft vooral te maken met het feit dat het mentaal niet zo makkelijk is om tien jaar vol te maken. Zeker niet als iedereen je na verloop van tijd de maatschappij in wil praten. Dat is bij mij nooit gelukt. Ik ben in zekere zin meegegroeid met de triatlon. Een sport die heel langzaam volwassen is geworden en nu zowaar zijn opwachting mag maken bij de Olympische Spelen.''

Zich neerleggen bij de heersende meningen en gangbare opvattingen is sowieso niet aan hem besteed. Noem hem koppig, noem hem eigenwijs – het is Barel om het even. ,,Als je kiest voor topsport, zeker voor een kleine sport als triatlon, ben je op jezelf aangewezen. Je moet wel eigenwijs zijn, want anders red je het niet. Ik heb altijd mijn eigen koers uitgestippeld, en nooit een ander de schuld willen of kunnen geven, behalve aan mezelf. Ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn eigen keuzes, niemand anders.''

Zijn dwarse karakter heeft de geboren Amsterdammer niet van een vreemde. ,,Mijn vader was uit hetzelfde hout gesneden: altijd tegen de stroom in. En vergeet niet: het lijkt een eeuwigheid geleden, maar ik ben opgegroeid in de tijd van de Provo's, in de jaren zestig toen de CPN nog een grote partij was en het in de mode was om jezelf af te zetten tegen de gevestigde orde. Van die periode heb ik onbewust toch een flinke tik meegekregen.''

Daar kan de Nederlandse Triathlon Bond (NTB) over meepraten. Sinds zijn entree in de triatlonwereld leeft Barel op gespannen voet met de officials, die in zijn ogen te weinig oog hebben voor de belangen van de sporters. Hij geeft een actueel voorbeeld: ,,Half juli schijn ik verplicht te zijn om aan de start te verschijnen bij het Nederlands kampioenschap, terwijl op datzelfde moment in het buitenland een belangrijke wedstrijd op het programma staat waar ik me zou kunnen plaatsen voor de Spelen in Sydney. Kennelijk vindt de bond dat niet interessant. Daar zijn ze van mening dat ze ons al meer dan voldoende steun verlenen.''

Na de Spelen begraaft Barel definitief de strijdbijl. Bang voor het zwarte gat zegt hij in elk geval niet te zijn. ,,Drie jaar geleden heb ik een half jaar noodgedwongen thuis gezeten als gevolg van een stressfactuur in mijn been. Toen werd ik gedwongen om na te denken over mijn maatschappelijke toekomst, want de vooruitzichten op herstel waren niet al te gunstig. Ik kreeg uiteindelijk een aanbod om bij een McDonalds-restaurant wat in de marketing te doen. Dat heb ik gedaan en ik moet zeggen: dat beviel goed. Het is de kunst én de uitdaging om straks de voldoening uit een maatschappelijke loopbaan te halen in plaats van uit de sport.''

Voldoening die hij, zo eerlijk moet hij wel zijn, tegenwoordig ook haalt uit de verbazing van anderen. ,,Van nature ben ik redelijk ijdel. Ik spot toch een beetje met de logica door op mijn 42ste zo af en toe nog voorin mee te doen. Sommigen vragen zich af hoe ik dat flik en spreken hun bewondering uit. Die erkenning streelt mij wel.''