Indianen spelbrekers bij Braziliaans feest

Met groot vertoon wordt vandaag de `ontdekking' van Brazilië door de Portugezen gevierd. Indianen zitten niet in de feestcommisie.

Zelfs het indianenkoppie van de kleine Kiko is met rode strijdkleuren beschilderd. Gillend van plezier draait hij rond op de grote bureaustoel van boswachter. Op tafel ligt een speer, aan het deurtje van de magnetron bungelt een gekleurde verentooi.

Een paar maanden geleden zetten de boswachters het op een lopen, toen de stam van Kiko het natuurreservaat van de Monte Pascoal bezette. Voor het eerst in veertig jaar kunnen de Braziliaanse Pataxó-indianen nu hun heilige berg weer op.

Geëmotioneerd baant hoofdman Arapati Jurandí (38) zich een weg tussen de struiken. Na een half uur klauteren houdt hij even rust. ,,Daar stopten de touringcars om het reservaat in te gaan.'' Jurandí wijst naar de toegangshekken van het natuurpark. ,,Wij mochten daar niet eens in de buurt komen.'' Het dorpje van de Pataxó ligt een halve kilometer verderop. Armoedige hutjes, ingesnoerd door prikkeldraad.

Volgens de wet hebben de Pataxó-indianen in Bahia recht op 22 duizend hectare land. Ze zijn teruggedreven op een lapje van een paar vierkante kilometer. Niet alleen door de blanke veeboeren in de regio; sinds 1961 is het staatsbosbeheer zelf die de indianen van hun land beroofd. De Monte Pascoal is een toeristisch natuurpark waar speciale soorten apen en egels huizen. De indianen, die al duizenden jaren hun voorouders op de berg eren, mogen er sindsdien niet meer in. ,,Als ze je pakten, kreeg je klappen'', vertelt de hoofdman en strijkt zijn rieten rokje glad.

,,Kom nou, doorlopen, ik zal jullie de zee laten zien'', roept Kiko ongeduldig. Als een gems springt hij van steen naar steen. Ondanks het verbod van de boswachters is hij hier duidelijk eerder geweest. ,,Voor ons betekent de ontdekking van Brazilie het begin van een bezetting'', vertelt de hoofdman. ,,Daarom hebben we de berg teruggenomen. Samen met onze familie uit heel Brazilië zullen we hier vijfhonderd jaar indiaanse uitroeiing herdenken.'' Meer dan de nagebootste Portugese zeilboten, de toespraken en het vuurwerk, is de Monte Pascoal dan ook hét symbool van het omstreden feest dat vandaag in Brazilië gehouden wordt.

Monte Pascoal de Paasberg - was de eerste glimp die de Portugeze zeevaarder Pedro Cabral precies vijfhonderd jaar geleden opving van Brazilië. Eigenlijk was Cabral op weg naar India, maar hij was te ver naar het Westen afgedreven. Zo `ontdekten' de Portugezen het land dat ze later naar de tropische Brazielboom noemden.

Bij hun landing op het strand van Bahia ontmoetten de zeevaarders de vriendelijke, naakte indianen van Brazilië. Ze boden de Portugezen hun vrouwen aan en keken verbaasd toe hoe Cabral een houten kruis op het strand plantte en daar de mis lazen. Later zou de eerste bisschop van Brazilië door indianen worden opgegeten. Na een week vertrok Cabral weer naar Indië. Hij liet twee bemanningsleden achter om de taal te leren en stuurde twee indianen als cadeau naar de koning van Portugal. Later bleek dat er nog twee bemanningsleden waren achtergebleven. Betoverd door de vrije indiaanse gewoonten besloten ze te deserteren.

Een halve eeuw lang liet Portugal de nieuwe kolonie aan zijn lot over. Handelaren ruilden Brazielhout tegen ijzeren gereedschap, die voor de indianen een revolutie betekenden. Avonturiers trouwden met indiaanse vrouwen en integreerden in hun stammen. Dit was het begin van de Braziliaanse rassenmenging. Toen Portugal in 1549 besloot het gezag te centraliseren en de oorlog met de indianen aanbond, bleven de huwelijken tussen kolonisten en indiaansen bestaan. Een `familieband' met een indiaanse stam betekende een bondgenoot in de oorlog tegen andere stammen. Drie eeuwen lang werden de indianen tegen elkaar uitgespeeld. En terwijl de suikerplantages in het noorden al snel op Afrikaanse slaven overgingen, bleven wilde groepen zogeheten bandeirantes tot eind vorige eeuw in het zuiden op indiaanse slaven jagen. In constante strijd met de jezuïeten, die het vanuit hun missies opnamen voor de indianen.

,,De vernedering ons volk gaat tot de dag van vandaag door'', zegt stamhoofd als we hoger op de berg opnieuw naar het uitzicht kijken. In de verte schittert de zee waarop Cabral aan kwam varen. Daar, op de kust bij Porto Seguro, zijn de offiëcele herdenkingsplechtigheden. Een huizenhoog kruis gedenkt vijfhonderd jaar kerstening. Maar het monument dat de indianen voor zichzelf wilden bouwen werd door de militaire politie afgebroken. Het standbeeld van een stervende indiaan zou een `belediging voor de Brazilianen' zijn, zei de minister van Toerisme. ,,Alsof indianen geen Brazilianen zijn'', antwoordde de voorzitter van de nationale indianencommissie (Funai). Hij klaagde over het feit dat er niet één indiaan in de feestcommissie zat en werd vorige week op staande voet ontslagen.

In Brazilië wordt het vijfhonderdjarig bestaan met meer enthousiasme gevierd dan het WK voetbal. Al twee jaar lang tellen grote klokken de dagen en de minuten terug die nog ontbreken tot het uur nul van de herdenking. ,,Dit feest wordt mooier en groter dan alle carnavals bij elkaar'', beloofde de minister van toerisme zes maanden geleden nog. En nu gooien de indianen roet in het eten. Overal zijn ze opstand. In Bahia heeft de militaire politie indianendorpen bezet. ,,Ík praat en jíj luistert'', riep senaatsvoorzitter Magalhães toen het indianenhoofd van een stam uit de Amazone hem vorige week gesticulerend met zijn speer aanspak. ,,Ik wil respect'', zei de blanke politicus met een beverig vingertje. ,,Want ík beslis hier.'' De indianen kwamen hem vragen om een snelle behandeling van het indianenstatuut, dat nu al meer dan negen jaar in het parlement rondslingert.

,,Apen en egels worden beter beschermd dan wij'', zegt de hoofdman van de Pataxó op de Paasberg. Via een panterpad zijn we nu nog hoger, aan de andere kant van de berg beland. Beneden een kale vlakte, zo ver het oog reikt. Hier en daar nog een plukje bos. Vijf enorme rookkolommen stijgen op naar de hemel. ,,Grootgrondbezitters die het bos afbranden'', verklaart hoofdman Jurandí. Maar dat land is toch van de Pataxó? Jurandí haalt zijn schouders op. ,,Er wonen inmiddels 250 grootgrondbezitters op ons land. Ze betalen de boswachters en kopen de indianencomissie om. Wat kunnen we doen?''

Niets. Want in Brazilië hebben indianen de juridische status van een zwakzinnige. Ze mogen niet zelf naar een rechter. Zelfs over hun woonplaats beslissen ze niet. Alles is sinds 1965 in handen van de overheidscommissie Funai, maar die is corrupt. De Funai was recentelijk betrokken bij illegale sterilisaties en het uitdelen van vergiftigd voedsel.

,,Hu hu, hu hu hu.'' Eindelijk zijn we op de top van de berg. De indianen roepen de geesten van hun voorvaderen aan. In een kringetje dansen ze rond. Daarboven het geraas van een politiehelikopter. ,,Met hulp van onze voorouders bereiden we ons voor op de komende vijfhonderd jaar'', verklaart de hoofdman. Dan gaat zijn mobiele telefoon over. Verkeerd verbonden. Een banketbakker uit Porto Seguro wil weten hoe laat hij taart bij mevrouw Da Silva kan afleveren.