Hollands Dagboek: Ward Berenschot

Deze week voerde de nieuwe studentenpartij DIS in Amsterdam campagne voor een plek in de centrale studentenraad. De strijd tegen verschoolsing van de universiteit echoot inmiddels door het hele land. Mede-oprichter en politicoloog Ward Berenschot (22) wil dat studenten hun creativiteit kunnen ontwikkelen.

Woensdag 12 april

Ik sta hier om te voorkomen dat jullie stemformulier in de papierbak verdwijnt.'' Ik spreek 150 politicologiestudenten toe. Het gaat over de studentenraadsverkiezingen en over DIS, de nieuwe studentenpartij waarvoor ik kandidaat ben. Vorig jaar ging slechts 19 procent stemmen door te weinig informatie en doordat studenten zich niet meer verantwoordelijk voelen voor de universiteit. Ik vertel dat DIS dat staat voor Democratisch Initiatief Studenten, een poging is om de betrokkenheid van studenten bij de universiteit te vergroten.

In de hal hebben we een standje opgezet. Mede-oprichter Robbert komt met de folders aanzetten waarin een samenvatting staat van onze ideeën over de universiteit. Ik deel ze uit en begin gesprekjes. ,,Zodat jullie een inhoudelijke keuze kunnen maken.''.

Die middag ga ik met een aantal DISsers naar een discussie over `onderwijskwaliteit', georganiseerd door de Centrale Studentenraad, het hoogste inspraakorgaan voor studenten. Er ontstaat een felle discussie. ,,Het gaat helemaal niet om creativiteit. Studenten moeten opgeleid geworden tot ambtenaren met grote dossierkennis'', betoogt een raadslid.

Ik verbaas me. Ik wind me op. Het gaat wél om creativiteit. Het universitaire onderwijs moet studenten kritisch, zelfstandig en creatief leren denken over elk denkbaar onderwerp. De maatschappij heeft behoefte aan academici die op zo'n manier kunnen denken, niet aan studenten die wandelende dossiers zijn van uit het hoofd geleerde boeken.

Toch lijkt het bijbrengen van dossierkennis het enige doel van een academische opleiding. `Wat moet ik weten voor het tentamen?' is tegenwoordig de belangrijkste vraag van een student. Van studenten wordt gevraagd de verplichte kennis van buiten te leren om die op het tentamen te reproduceren.

Donderdag

Al heel vroeg sta ik met mijn studiegenoten Eran en Eelke bij de GGD voor een `Venezuela-ochtend'. Ter voorbereiding van het onderzoek dat we als politicologen daar volgende maand mogen doen, halen we prikken, verlengen we ons paspoort, en verdelen we taken.

Daarna weer DIS-folders verspreiden. Er komt een economie-docent naar me toe om op studenten af te geven. ,,Zeg nou gewoon dat de huidige studenten slecht zijn.''

Ik antwoord dat studenten niet worden uitgedaagd. Het studiefinancieringsstelsel heeft het studeren in een puntenjacht veranderd. Studienormen en de noodzakelijke bijbaantjes dwingen de student tot efficiëntie. En de opleidingen, ook economie, vinden dat best. Als zij zoveel mogelijk studenten zo snel mogelijk door de studie loodsen krijgen ze meer geld. Dus kauwen docenten de stof voor, krijg je studiepunten voor aanwezigheid in de `klas' en maken docenten tentamens waarvan ze zeker weten dat 60 procent slaagt. Ik geef de man nog snel een folder.

Om drie uur loop ik in mijn trainingsbroek naast Menno, Rutger en Martijn. We doen rondjes Vondelpark. Drie maanden geleden hebben we elkaar uitgedaagd om de marathon van Rotterdam te lopen. Maar we weten dat we veel te weinig rondjes hebben gedraaid en voeren zenuwachtige gesprekken over zondag. ,,Hoeveel water drink jij nou?'' vraagt iemand. En het volgende rondje gaat louter over elkaars knieën.

Na een douche ga ik DIS-folders vouwen op de politicologen-borrel. In de universiteitskrant Folia had gestaan dat de verkiezingscampagne mat verliep dus voelen we behoefte tot crisisberaad. We besluiten nog meer posters met Rutgers leuze 'Slik je of spuug je' op te hangen en ik beloof meer collegepraatjes te houden.

Met vijfentwintig studenten en twee docenten heb ik later een `klassenuitje' – we gaan Italiaans eten en later bowlen. Met deze groep hebben we een onderzoek naar `politieke cultuur' opgezet, waarvoor ik naar Venezuela ga. Van bowlen kan ik helemaal niets.

Vrijdag

Ik houd steeds gladdere praatjes bij het folderen, merk ik als Suzanne, mijn vriendin, mij nadoet. Die middag win ik met schaken van Jan die ook kandidaat staat voor DIS, en verlies ik met voetbalteam `Nop in je Rug' op vernederende wijze.

Om half acht staat Suzanne voor de deur. Ze heeft net voor de Studentenradio een gesprek over DIS gevoerd. ,,Daar draai ik m'n hand niet meer voor om'', zegt ze stoer. We gaan naar `Magnolia'. De film is een drieëneenhalf uur durende drama-orkaan, waarin bijna elke vorm van menselijk leed voorbij komt. `All is connected' lijkt de duidelijkste boodschap van de mooie film. En dat is een mooie gedachte voor een dagboek.

Zaterdag

Ik droomde vannacht dat ik een biertje had gedronken. Ik voelde me heel schuldig'', zegt Rutger als ik eindelijk (ik had m'n schoenen vergeten) bij het meetingpoint aankom. De hele dag lopen we ter voorbereiding door Rotterdam. Eindelijk worden we het eens over ons marathon-tenue: het wordt oranje. We kopen een spuitbusje `hot chili', zodat ons publiek ons gemakkelijk kan spotten.

We vullen onze cellen op een verregend `Pasta-feest'. Uit een grote pan laten we ons ruim opscheppen terwijl iedereen om ons heen zijn trainingsschema lijkt te bespreken. Ik word nu echt zenuwachtig. Omdat de band alleen voor ons lijkt te spelen gaan we maar snel naar huis. Bizar vroeg lig ik in bed te denken aan alle mogelijke blessures.

Zondag

Als je een marathon gaat lopen wordt elke routine belangrijk, dus ook het ontbijt. Ik kies pannenkoeken. Na enkele bizarre voorbereidingsrituelen (pleisters over de tepels; vaseline tussen de billen; `hot chili' in het haar) joggen we naar de Coolsingel. Daar praat ons publiek ons nog even moed in. ,,Beloof je dat je je kniebanden niet stukloopt'', vraagt mijn moeder moederachtig.

Boem! Onder toepasselijke triomfmuziek zijn we weg. Al snel valt Menno af, maar Rutger, Martijn en ik blijven goed bij elkaar. Langs de kant voltrekt zich ondertussen een belangrijk moment: Suzanne ontmoet mijn moeder, en later ook mijn vader. Tijdens het lopen vraag ik me af hoe dat gaat (Goh, dus jij bent nou Suzanne...) Zou mijn moeder jeugdverhalen gaan vertellen? Na 12 kilometer staan ze vrolijk juichend aan de kant. Ik geloof dat het ijs gebroken is.

Door familie en door ons dispuut Ferdy Durke van de studentenvereniging SSRA krijgen we van alles toegestopt en worden we goed afgeleid. Tot de 30 km gaat alles goed. ,,Ik wil wel uitgeput de finish halen" zegt Rutger. Moedig versnelt hij. Tot ons ongenoegen. Want in het Kralingse Bos komt De Hel.

Opgejaagd door Rutger passeren we links en rechts groen aangelopen mensen en ik begin me weer eens af te vragen waarom ik dit eigenlijk doe. Dit hardlopen is een manier van trippen voor geheelonthouders: hier lopen 13.000 afgetrainde monniken high te zijn. High van het publiek dat van iedereen een held maakt en high van het vermogen van de geest om het opstandige lichaam te domineren. Eigenlijk is hardlopen een vorm van mediteren.

Ik moet heel hard mediteren om bij te blijven. Maar dan is daar vlak voor de finish Het Moment: we kijken opzij en zien triomf en blijdschap in elkaars door de uitgelopen `hot chili' gekleurde gezichten. ,,Daar komen de oranje mannen!'', roept de speaker uitbundig als we de armen ineenslaan. ,,Vrienden voor het leven!'' Een journaliste komt naar ons toe. ,,Dit had ik drie maanden geleden nooit gedacht'', hijgt Martijn haar toe. 4:12:44 . Even later komt ook Menno binnen. Ik ga aan iedereen hangen die mij wil omhelzen.

Maandag

Mijn spierpijn valt best wel mee. Opvallender is dat niemand wat over m'n haarkleur zegt. De DIS-sers met wie ik vergader, hebben het veel te druk met het bespreken van de laatste lootjes van de verkiezingscampagne. We gokken naar de opkomst en gaan daarna naar een echt lijsttrekkersdebat. Voor het eerst sinds het afschaffen van de universiteitsraad zijn er meerdere partijen op mijn faculteit en dat levert een levendige discussie op. DIS betoogt dat de universiteit geen academici meer opleidt, wat veel reacties en vragen oproept.

Daarna drink ik voor het eerst sinds tijden weer veel bier tijdens het optreden van het bandje van Jasper, die lijsttrekker is voor DIS bij rechten. M'n benen kunnen nog niet echt dansen.

Dinsdag

De hele dag zit ik in de bieb de chaotische Venezolaanse politiek te bestuderen. We hebben het maar makkelijk hier in Nederland, denk ik als ik folders ga uitdelen voor onze eigen politiek. Maar het is hier wel minder spannend. 's Avonds koop en beluister ik cd's met Job. Vrienden moeten elkaar uitdagen en stimuleren om mooie dingen te leren kennen.

Woensdag 19 april

Plotseling zit ik tussen 200 studenten te luisteren naar een college over het gerechtelijk vooronderzoek. Ik begeleid een journaliste van de VPRO-radio die het verschoolste onderwijs probeert vast te leggen. Daarna delen we samen folders uit. Dat gaat heel anders met een microfoon erbij – dan praten mensen makkelijker. Een student geeft het studieklimaat aardig weer: `Ik stem niet, het interesseert me allemaal niet, ik wil gewoon zo snel mogelijk m'n diploma halen'.

Terwijl de journaliste een uittrekselwinkel bezoekt waar studenten hun boeksamenvattingen kopen, bereid ik me voor op het DIS-debat. Met drie hoogleraren spreek ik over `de academische uitdaging'.

Mijn betoog over de devaluatie van het universitaire diploma oogst veel bijval. Een docent klaagt over `gammele gamma's' en `betuttelde bèta's' terwijl een andere, Amerikaanse, docent zich verwondert over het lakse Nederlandse studieklimaat. Hij pleit voor meer stimulans door financiële impulsen als prestatiebeloning. Ik zou vooral meer academische impulsen willen: tentamens die echt inzicht vragen en werkgroepen die interesse en betrokkenheid bij je oproepen.

Daarna kijken we in een restaurantje terug op de afgelopen maanden. We hadden lol om alles op te zetten en om samen campagne te voeren. Ik hoop dat het betrokkenheid en stemmen van medestudenten heeft opgeleverd. ,,Anders gaan we rellen , zeggen Rutger en Su strijdlustig en ietsje aangeschoten als ze 's avonds laat m'n dagboek komen lezen. Is dat dronken idealisme of gedreven inzet?

De voorbereiding is bizar. Pleisters over de tepels, vaseline tussen de billen, en `hot chili' in het haar