HOGEROP

De zon breekt door in Adventure World van attractiepark de Beekse Bergen. Deze dag wordt de survivalbaan bevolkt door Amsterdamse scholieren en succesvolle zakenmannen en -vrouwen: pupillen en mentoren in het pilot-project Giving Back. Khadija (15) helpt registeraccountant Marilyn Acker bij het aansnoeren van de veiligheidsgordel waarmee zij even later de tientallen meters hoge togglebaan afsuist. ``Teamwork, daar draait het vandaag om'', legt initiatiefnemer Charles Ruffolo uit. ``Kinderen kijken hoog op tegen zakenmensen. Hier helpt de leerling de meester en verdwijnen alle verschillen.''

Ruffolo, ofwel `Ruf', is de eerste `professional networker' die Nederland rijk is. Zijn talent om zakenmensen met elkaar in contact te brengen zet hij sinds vorig jaar in voor een geheel andere doelgroep: scholieren uit sociaal-economisch achtergestelde milieus. De jongeren die geselecteerd zijn voor Giving Back zitten op het mavo, havo of vwo, hebben minimaal gemiddeld een zes, zijn actief op school en hebben betrokken ouders. ``Ze hebben het talent, de capaciteiten en de motivatie om iets te bereiken, maar dat alleen is niet voldoende. Je hebt ook de kans nodig om je talenten te ontplooien.' Die kans wil Ruffolo ze bieden via Giving Back: een droom en wellicht een handige kruiwagen. ``Ik vind het doodzonde als iemand met een vwo-diploma bij McDonald's wil gaan werken, alleen omdat hij of zij niet niet weet dat er zoveel meer mogelijk is.''

In Giving Back koppelt Ruffolo scholieren aan succesvolle zakenlieden, politici en televisiesterren: als rolmodel én als mentor. Een voorbeeld is het Amsterdamse raadslid Fatima Elatik, als Marokkaanse islamitische vrouw het rolmodel bij uitstek voor de allochtone meisjes in de groep. Acteur en televisieproducent Jimmy Geduld is haar mannelijke tegenhanger. ``Giving Back past bij mijn levensfilosofie: wie goed doet, goed ontmoet'', vertelt Elatik. Haar pupil Khadija vindt het leuk om mee te doen aan Giving Back. ``We hebben samen gewinkeld, zijn naar de opera geweest en ik ben op Fatima's werk geweest.''

Het Giving Back programma duurt een jaar en bestaat uit verschillende onderdelen. Er worden workshops georganiseerd over onderwerpen als het politieke systeem, internet en sollicitatievaardigheden. Daarnaast vinden sociale uitjes plaats, zoals zakenlunches. Er is een uitwisseling met een Amerikaanse highschool en iedereen verricht een dagje sociale werkzaamheden in zijn of haar eigen wijk. Daarnaast onderneemt iedere mentor individuele activiteiten met zijn of haar pupil.

Momenteel doen vierentwintig scholieren mee aan Giving Back, afkomstig van vier scholen in Amsterdam. Het merendeel van hen is van allochtone afkomst, een woord dat Ruffolo verafschuwt. Immigranten, noemt hij ze liever, met een verwijzing naar zijn eigen achtergrond. Ruffolo is een `Italian-American', wiens grootvader aan het begin van deze eeuw naar de nieuwe wereld trok. Ruffolo groeide op in Pittsburg, in een buurt die niet veel kansen bood en raakte zelf als tiener de weg kwijt. Lanterfanterend bracht hij zijn dagen door, totdat zijn grote broer terugkwam uit Vietnam en zei: `You're going in the military. No buts, you're going.' ``So I know what a mentor can do for you'', zegt Ruffolo hierover in zijn kenmerkende `Anglo-Dutch' waarin Engels en Nederlands voortdurend door elkaar lopen, ``iemand die je van het linkerpad op het rechterpad zet.'' Twintig jaar lang bleef hij in het leger, gestationeerd in Europa, waar hij zijn Nederlandse vrouw leerde kennen. Met het oog op het leven na het leger haalde hij tijdens zijn militaire loopbaan zijn doctoraal bedrijfs- en bestuurskunde en werd lid van de Amerikaanse Kamer van Koophandel, waar hij voor 450 gulden per jaar aanschoof bij de grote industriëlen die dezelfde businesslunches bezochten. Zo bouwde hij zijn eigen toekomst op: Ruffolo International Business Services, Ribs Consultancy. ``De kracht van netwerken is dat je mensen leert kennen, die als het moment daar is jou iets gunnen. That is what networking is about. Geven en nemen: een relatie opbouwen.''

Vanuit zijn geloof en zijn eigen achtergrond wilde Ruffolo iets (terug)doen voor de minder bedeelde jeugd. Dat werd Giving Back, een concept dat ook in Amerika bestaat, maar volgens Ruffolo vooral menselijk is. Toch wuift hij de typering `barmhartige Samaritaan' direct weg: ``Ik houd niet van hokjes en het past niet bij de businessapproach die ik hanteer. Ik geef de zakenmensen die ik benader de keuze. Ben je geïnteresseerd in Giving Back? Okee, je kunt geld geven, middelen of tijd. Zo niet, no hard feelings, but I move on.'' Het project ontvangt geen overheidssubsidie.

De pilot van Giving Back loopt aan het einde van het schooljaar af. Volgend jaar gaat het project ook in Den Haag van start. Het enige heikele punt is het vinden van voldoende zakenlieden die jaarlijks 75 uur kunnen en willen vrijmaken voor Giving Back. De mentoren van het eerste uur zijn enthousiast en velen van hen zijn van plan ook na het jaar Giving Back hun pupil te blijven volgen.

Mentor Marilyn Acker doet mee aan Giving Back omdat zij weet wat het inhoudt om als allochtoon je eigen weg te vinden. ``Ik ben een Amerikaanse en ben hier gekomen voor mijn werk. Ik heb hier nu mijn eigen bedrijf, maar ik weet hoe het voelt om niet écht tot een gemeenschap te behoren, er net buiten te staan.'' Voor haar was en is het contact met haar pupil een eye-opener, vertelt ze. ``Dingen die voor ons als werkenden vanzelfsprekend zijn, zijn dat voor haar niet. Een agenda bijhouden bijvoorbeeld. Dan sta ik voor een gesloten deur omdat een neef jarig is en een feest geeft. Samen op de fiets naar het Rijksmuseum kan niet, want ze heeft geen fiets.''

Op de survivalbaan bouwt het `dreamteam' onder leiding van mentor Jan Bos aan het einde van de middag een touwbrug boven een drie meter breed riviertje. Bos heeft jaren vliegtuigen verkocht bij Fokker en werkt nu als bedrijfsconsultant. Zijn liefde voor de luchtvaart heeft hij gemeen met zijn pupil Sabri (15), die vol lof praat over zijn mentor en alles wat hij samen met hem onderneemt interessant vindt. Teamgenoot Bahaddin (18) wil na het vwo wellicht geneeskunde gaan studeren. Hij heeft zich aangemeld voor Giving Back omdat het hem meer kansen biedt om in het bedrijfsleven terecht te komen. ``Je wordt begeleid door mensen die het gemaakt hebben. Die ervaringen leer je niet op school of op straat'', zegt hij. Zelf beschikt hij niet over een dergelijk netwerk. ``Mijn vader heeft allerlei baantjes gehad, bij de Hoogovens gewerkt. Onder het praten springt hij ongedurig van de ene voet op de andere. ``Ik moet nu weer helpen, anders heb ik niks gedaan'', verontschuldigt hij zich terwijl hij naar zijn maatjes snelt. Voor Dex (16) is de vraag waarom hij meedoet aan Giving Back heel makkelijk te beantwoorden. ``Voor het geld'', antwoordt hij met een knipoog, terwijl zijn rastavlechtjes om zijn hoofd dansen. ``Nee, grapje'', lacht hij. ``Nou, uiteindelijk natuurlijk wel'', gaat Sabri er serieus op door. ``We willen allemaal een goed betaalde baan.''