Geen zero sum

Valt het kwartje aan zijn of aan mijn kant van de streep? Velen denken dat het in de economie altijd draait om die vraag. Als ik een fiets koop en ik weet vijftig piek op de prijs af te dingen, dan gaat mijn winst rechtstreeks ten koste van de verkoper. En op wereldschaal, zo gelooft menigeen, gebeurt precies hetzelfde. De welvaart boven de evenaar gaat ten koste van die in het zuidelijk halfrond.

Inderdaad, economie lijkt een `zero sum game'. Toch is dat vaker niet dan wel het geval.

Een voorbeeld. Als je vandaag de dag een computer koopt, krijg je voor twee- tot drieduizend gulden een apparaat waar alles op en aan zit wat een moderne computergebruiker nodig heeft.

Twintig jaar geleden betaalde je het tienvoudige voor een machine met slechts een fractie van de potentie van een modern exemplaar. Hoe kan dat, zoveel meer product voor zoveel minder geld? Hebben computerfabrikanten hun werknemers of hun toeleveranciers van onderdelen uitgeknepen? Is hun winstmarge uitgehold en hebben aandeelhouders zwaar moeten inleveren? We weten wel beter.

De prijsdaling van computers heeft natuurlijk alles te maken met schaalvoordelen – hoe groter de series waarin geproduceerd kan worden, des te efficiënter de productielijn – die vertaald worden in lagere prijzen. Tegelijkertijd zorgt een aanhoudende reeks van technische vernieuwingen ervoor dat computers veel beter zijn geworden: geen zwart scherm met groene lettertjes meer, maar gewoon alles full colour. Geheugens die een veelvoud zijn van wat twintig jaar geleden mogelijk was, enzovoorts, enzovoorts.

Zeker, er zijn ook gevallen waarin de winst van de een wel verlies voor een ander betekent. Die situaties vind je vooral in bedrijfstakken waar de totale markt niet groeit of waar geen wezenlijke innovaties mogelijk zijn. Als bijvoorbeeld de prijs van een ambachtelijk product als een viool omlaag zou gaan, dan kan dat bijna alleen ten koste gaan van de vioolbouwer.

En in de aandelenwereld dan? Je kunt er toch niet omheen dat als je gisteren een aandeel voor vijftig euro kocht dat je vandaag na een plotselinge koersstijging voor zestig kunt verkopen, die tien euro winst alleen in jóuw zak belandt. Niet in die van de verkoper van gisteren, en niet in de zak van de koper van vandaag. Helemaal waar. En als de koersen van aandelen op langere termijn steeds naar hetzelfde niveau zouden terugkeren, zou er inderdaad sprake zijn van een zero sum game. Maar zolang schaal- en efficiencyvoordelen de bedrijfwinsten nog verbeteren, kunnen koersen blijven stijgen, en mag ook degene die jouw aandeel voor zestig euro kocht, opnieuw op winst hopen.