Freud

Vanwege de toegankelijkheid voor leken las ik met interesse de verkorte versie van de Duikerlezing door J. van Heerden in de W&O bijlage van 15 april (`Geen kind verliest graag een duim'), die handelde over verdringing in de psychologie. In de zin `volstrekt onzinnige theorie zoals de reïncarnatietherapie die in korte tijd meer bereikt dan enige andere therapie.' trof mij de uitdrukking `volstrekt onzinnige theorie'. Helaas is het idee van reïncarnatie zo'n vervuild begrip geworden, waarschijnlijk omdat het onbewust herinnert aan hekserij, vage New Age ideeën en boze geesten. Misschien dat daarom wetenschappers, vooral in elkanders nabijheid, nadrukkelijk moeten stellen hoe onzinnig het idee van een onstoffelijke geest wel niet is; ik las dat dit weekend in de wetenschapsbijlagen van maar liefst twee vooraanstaande kranten. Dat is jammer. Want de consequenties van zo'n theorie kunnen een uitweg zijn uit meer dan één filosofische, psychologische en religieuze kwestie. De nadrukkelijkheid waarmee men afstand neemt van het concept van een niet-materieel bewustzijndragend element dat telkens terugkeert in een volgend mensenlichaam doet mij eerlijk gezegd nogal krampachtig aan. Het doet een beetje denken aan nota bene het onderwerp van het artikel: verdringing. Ik ben benieuwd hoe lang deze afwijzende houding tegenover reïncarnatie standhoudt bij zorgvuldige toepassing van eerder genoemde objectieve meetmethoden.

    • O.G. Kruijt