Eik op schaatsen

JAN HENDRIK OORT, Nederlands grootste astronoom van wie de honderdste geboortedag op vrijdag 28 april wordt herdacht, hield niet van sterren opmeten. Toen hem in 1923 tijdens een verblijf aan Yale Observatory in New Haven een post aan een nog te bouwen observatorium in Johannesburg werd aangeboden, ging hij er niet op in. Liever dan fotografische platen op te meten boog hij zich over theorie, en in 1924 koos hij voor de Leidse Sterrewacht. Tot zijn dood in 1992 was hij er actief.

Net als zijn Groningse leermeester Kapteyn vond Oort vooral wiskunde van buitengewoon belang voor de sterrenkunde, mits ze natuurlijk de hemelverschijnselen niet begroef onder taaie vergelijkingen maar inzicht bood in de onderliggende fysica. Als geen ander had Oort een neus voor nieuwe vergezichten. Zo besefte hij als een der eersten de enorme potentie van de radioastronomie. In 1944 zette hij zijn leerling Henk van de Hulst aan de taak op zoek te gaan naar een geschikte spectraallijn in dat gebied. Die kwam al snel met de 21 cm waterstoflijn op de proppen, waarna het zaak was een radiotelescoop te bouwen. Op 11 mei 1951 kreeg Oort de 21 cm lijn in Kootwijk met een Würzburg-antenne (door de Duitsers achtergelaten) in beeld – op Harvard waren ze hem zes weken voor. Later was Oort de drijvende kracht achter de bouw van de radiotelescopen te Dwingeloo en Westerbork.

Oort brak in 1927 internationaal door met zijn theorie over de structuur van ons Melkwegstelsel. Hij leidde twee elegante formules af (waarin hij de twee `Oort-constantes' A en B introduceerde) die de rotaties van de sterren om het centrum van de melkweg adequaat beschreven. Prompt kreeg hij aanbiedingen van Harvard en Columbia University, maar sloeg ze af: hij was te zeer gehecht aan Nederland. Ook is Oorts naam verbonden aan de kometenwolk die zich aan de rand van ons zonnestelsel ophoudt, bijna halverwege de dichtsbijzijnde sterren. Al deze ontdekkingen waren voor het Amerikaanse weekblad LIFE aanleiding Oort in 1955 op te nemen in de top-100 van beroemde wereldburgers, tussen Igor Stravinsky en Winston Churchill. `De grote eik van de astronomie is geveld en wat moeten we zonder zijn schaduw?', schreef Chandrasekhar na Oorts overlijden in 1992.

Ter gelegenheid van Oorts honderdste geboortedag organiseert de Leidse Sterrewacht komende week een een internationaal symposium in museum Naturalis, onder de titel `From Comets to the Universe: Looking Ahead in Wonder'. En afgelopen donderdag opende de Leidse rector-magnificus Wagenaar in de universiteitsbibliotheek een speciale Oort-tentoonstelling die tot 27 mei doorloopt. De (geïllustreerde) catalogus bevat een heldere en toegankelijke biografische schets van de hand van Jet Katgert-Merkelijn, die eerder het in de Leidse UB aanwezige Oort-archief inventariseerde.

De tentoonstelling brengt Oorts leven en werk op bescheiden maar innemende wijze in beeld. We zien het jongetje Oort als indiaan tussen familie en vrienden, er is een prachtige foto van de 19-jarige Oort voor de Rijksdag in Berlijn en ook aanwezig zijn de houten Noren (de catalogus spreekt ten onrechte van Friese doorlopers) waarop Oort tot 1982 (!) zodra er ijs lag tochten maakte over de Wijde Aa en de naburige Plassen. Ook kregen de medewerkers van de Leidse Sterrewacht een middag ijsvrij. Aandoenlijk is een schrift waarin de fanatieke schaatser Oort in 1961 noteerde welke tochten hij vanaf 1946 gereden had. `Za 8 febr 1947. Elfstedentocht. Heel koud. Slechts enkelen rijden de tocht uit.'

Verder zijn er de verplichte foto's met collega-astronomen, geannoteerde vakpublicaties, correspondentie en eerbewijzen. Zo zien we Oort, hoed in de hand, koningin Juliana uitleggen hoe ze de Dwingeloo-telescoop moet openen. Speciale aandacht is er voor de Krabnevel. Op reis door de Verenigde Staten, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, had die Oorts aandacht getrokken en terug in Nederland vroeg hij zijn vriend de sinoloog Duyvendak of deze in de Chinese en Japanse kronieken nog andere dan die ene toen al bekende melding van een hel oplichtende ster in 1054 kon traceren. Inderdaad kwam Duyvendak met nieuwe vindplaatsen en de conclusie van Oort was dat de Krabnevel het restant van een supernova moest zijn, een ster die zich aan het eind van zijn leven in een gigantische explosie opblaast en daarbij korte tijd zeer helder is.

Oort hield van kunst en astronoom-kunstenaar Vincent Icke, die ook het omslag van de catalogus ontwierp, is wellicht om die reden op de tentoonstelling aanwezig met een speciaal kunstwerk, getiteld `Nothing is quite as practical as a good theory'. De Melkweg van waxinelichtjes, hangend aan zwart garen waaraan polystyreen is geregen en dat hoog in de uitleenhal is bevestigd aan perspex platen waarop een melkweg van luciferhoutjes ligt gedrapeerd, zou Oort hebben bekoord.

Tentoonstelling: `Jan Oort, astronomer'. Universiteitsbibliotheek Leiden, Witte Singel 27. Tot 27 mei, toegang gratis. Ma t/m vr 8.30-22u, za 9.30-17u, zo 13-17u. Catalogus ƒ15,-.