Eerbetoon aan de Dwaze Moeders

Kunstenaar Rini Hurkmans maakt een beeld voor het nieuwe park in Buenos Aires, waar de slachtoffers van de militaire junta zullen worden herdacht.

Wie ervoor gezorgd heeft dat ze een inschrijfformulier toegestuurd kreeg, weet kunstenaar Rini Hurkmans niet. Maar in het voorjaar van 1999 lag hij er opeens: een oproep uit Argentinië om een ontwerp in te dienen voor een beeld in het nieuwe `Parque de la Memoria' in de hoofdstad Buenos Aires.

Het `Parque de la Memoria', waarvan de aanleg inmiddels is begonnen, wordt een plaats ter herdenking van de slachtoffers van het militaire junta-bewind tussen 1976 en 1983. Volgens officiële bronnen gaat het om 9.000 vermoorde of vermiste personen; Argentijnse mensenrechtenorganisaties spreken van minstens 30.000 slachtoffers. Tien van deze organisaties, waaronder de Vereniging van Moeders van Plaza de Mayo (wereldwijd bekend als de Dwaze Moeders), stelden drie jaar geleden het plan op voor een gedenkteken aan de Rio de la Plata, de rivier waarin de lichamen van veel slachtoffers verdwenen zijn. In 1998 stemde het gemeentebestuur toe in de aanleg van een park bij de rivier met een monument en een beeldengroep. Het monument wordt een in een heuvel gegraven gang, met de namen van de vermisten in de muren gegraveerd; voor de beelden werden kunstenaars uit de hele wereld gevraagd een ontwerp in te dienen.

Er kwamen 663 ideeën uit 44 landen binnen, te beoordelen door een jury van kunstenaars, museumdirecteuren en Adolfo Pérez Esquivel, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. De acht winnaars, wier namen in november vorig jaar werden bekendgemaakt, worden beloond met de uitvoering van hun ontwerp en een geldprijs van 10.000 dollar. Van hen komen er drie uit Argentinië, een uit Colombia en een uit Brazilië. Dan zijn er Dennis Oppenheim uit de Verenigde Staten, de Sloveense Marjetica Potrc en Rini Hurkmans.

Hurkmans constateert een groot verschil tussen de ontwerpen van de Argentijnen en die van buitenlanders als zijzelf: ,,De Argentijnse kunstenaars zijn allen direct betrokkenen. Ze lopen over van gevoelens van woede en onmacht, en dat zie je terug in hun werk. Claudia Fontes bijvoorbeeld maakt een beeld van Pablo Míguez, de jongste vermiste, die in 1977 op 14-jarige leeftijd werd ontvoerd. Het wordt een beeld van staal, op ware grootte, en ze geeft de jongen een megafoon in zijn hand.''

Hurkmans was nog nooit in Argentinië geweest; van de recente geschiedenis kende ze niet meer dan de `basale feiten'. Toch kostte het haar weinig moeite om zich in de nabestaanden in te leven, vertelt ze. ,,Aan dit soort tragedies valt weinig te snappen. Ik heb me in de psychologische kant van het onderwerp verdiept, en gewerkt vanuit mijn vermogen tot compassie.'' Daarnaast sloot de thematiek goed aan bij haar eigen werkwijze: ,,Of ik nu een beeld, een installatie of een foto maak, ik probeer altijd een plaats te creëren voor het `stomme', het onuitspreekbare.''

Bevlogen beschrijft ze haar winnende ontwerp, dat de werktitel `Pietà de Argentina' draagt: ,,Ik maak al sinds 1993 elke twee jaar een piëta. Meestal sta ik zelf model; voor dit beeld zal ik één van de Dwaze Moeders vragen. Ik fotografeer haar bovenop de heuvel in het park, gezeten in een stoel, met op haar schoot een stapeltje felgekleurde kleren. Het liefst zou ik daarvoor de echte kleren van een van de vermisten vinden. De Dwaze Moeders dragen witte hoofddoekjes; oorspronkelijk waren dat de luiers van hun verdwenen kinderen. Om de vrouw heen liggen meer van die bontgekleurde stapeltjes in het gras. Een levensgrote afdruk van de foto komt, in glasplaten gesmolten, op de top van de heuvel te staan, als een doorzichtige muur. Achter de vrouw stroomt de Rio de la Plata, voor haar strekt het park zich uit. Terwijl om haar heen de jaargetijden wisselen, zit de vrouw daar en kijkt de bezoekers recht aan. Maar haar blik moet beslist niet dramatisch of droevig zijn; het beeld is juist een eerbetoon aan de kracht van de Dwaze Moeders.''

Vlak nadat ze haar idee had ingestuurd, zag Hurkmans op televisie een documentaire over een Koerdische moeder, wier dochter eveneens was verdwenen. Als enig aandenken had de vrouw een stapeltje kleren op schoot. Hurkmans voelde zich gesterkt in haar interpretatie van het onderwerp. ,,Het was voor mij het bewijs dat dit een universele problematiek is. Op de grote drama's in het leven reageren mensen overal hetzelfde.''

Wanneer het park precies klaar is en het beeld zal worden uitgevoerd, is vooralsnog onduidelijk. Hurkmans: ,,Dat kan nog wel een jaar of anderhalf duren. Om in een land als Argentinië iets voor elkaar te krijgen, moet er een heel log bureaucratisch mechanisme in werking gezet worden. Maar zodra ik bericht van de organisatie krijg, stap ik in het vliegtuig.''

    • Sandra Heerma van Voss