De val van de Chinese muren

Commercie en controle binnen één accountantskantoor hou je niet uit elkaar met een zogeheten `Chinese muur', zeggen de fracties van PvdA, D66 en GroenLinks. Daarom moeten de controleurs van jaarrekeningen zich losmaken van hun collega's die bedrijven adviseren. Huisartsen hebben toch ook geen financieel belang in uitvaartondernemingen, zeggen critici.

De saaie boekhouder is geen pleonasme meer. De boekhouder, of liever de accountant, is tegenwoordig een adviseur, in een goed pak, met een dynamische carrière. Elk jaar zetten de vijf grote accountantskantoren PriceWaterhouseCoopers, KPMG, Ernst & Young, Deloitte & Touche en Arthur Andersen miljarden guldens om. De accountant, die als enige buitenstaander jaarlijks de boeken van grote bedrijven inziet, is langzaamaan een vertrouwenspersoon geworden van directies. Hij rekent niet alleen de uitgaven en inkomsten na, maar adviseert de leiding over te besparen kosten en te vermijden fouten.

Wat mag de moderne accountant allemaal? Die vraag wordt steeds vaker gesteld nu hij steeds meer nieuwe taken op zich neemt en de zakelijke dienstverleners wereldwijd opereren. In mei presenteren de ministers van Financiën, Economische Zaken en Justitie een onderzoek (Berenschot) naar de werking van de accountantswet uit 1993, die waarschijnlijk leidt tot vernieuwing van die wet.

De positie van de accountant is wettelijk vastgelegd omdat hij een publieke functie heeft: hij informeert de buitenwacht (aandeelhouders, klanten en investeerders) over de `getrouwheid', de juistheid en volledigheid van de jaarrekening van grotere bedrijven. In totaal zijn 9.000 grotere Nederlandse bedrijven verplicht zo'n accountantscontrole jaarlijks te laten uitvoeren. In jargon hebben zij `controleplicht', hun accountant is een `certificerende accountant'.

Alles draait om de onafhankelijkheid van de certificerende accountant. Als een accountant andere zakelijke relaties heeft met de bedrijven die hij controleert, dan zou zijn publieke accountantsverklaring over de jaarrekening onbetrouwbaar lijken. Om te voorkomen dat de band tussen accountant en cliënt te innig wordt, geldt in Italië bijvoorbeeld de regel dat elk bedrijf om de negen jaar wisselt van accountantskantoor.

Net als bij notarissen en rechters staat of valt zijn functioneren met betrouwbaarheid en onafhankelijkheid. Zijn loyaliteit ligt in theorie bij de buitenwacht, bij openheid, en niet zozeer bij zijn cliënt. Die overigens wel zijn rekening betaalt. Dát zijn onafhankelijkheid überhaupt een issue is, is veel accountants een doorn in het oog.

Maar de accountants hebben de schijn tegen, zegt hoogleraar accountancy J. Blokdijk, die tot 1992 vennoot was bij KPMG. Ook Paul Baart, voorzitter van het Nederlands Instituut van Register Accountants (NIVRA) waar alle 13.400 Nederlandse registeraccountants lid van zijn, stelt vast dat accountants zich steeds vaker moeten verdedigen. De zakelijke dienstverlening is in hoog tempo veranderd; accountancy alleen is minder lucratief dan een breed aanbod aan diensten. De vijf grote internationale accountantskantoren leveren nu tal van diensten: managementadvies, interim-managers, corporate finance adviezen, fiscale- en juridische adviezen en zelfs advocatuur. Ze doen het omdat de klant erom vraagt, zegt Baart. ,,Sommige klanten willen voor alle diensten bij één winkel terechtkunnen.''

Toch schudt iedere accountant ,,theoretische'' voorbeelden van belangenverstrengeling uit zijn mouw.

Zoals de lastige vragen. ,,Als accountant moet je soms kritische vragen stellen bij je cliënt als er iets onduidelijk is in de boekhouding'', zegt hoogleraar Blokdijk. ,,Als jouw kantoorgenoot managementadviezen geeft aan dezelfde cliënt, dan wil hij die cliënt behouden. Als accountant kom jij dus onder druk te staan om minder lastige vragen te stellen.''

En de verhullende accountantsverklaring. ,,Stel dat een collega-adviseur van jouw kantoor een slecht advies heeft gegeven aan de cliënt. Je zou de effecten daarvan in de jaarrekening kunnen wegpoetsen'', zegt een andere accountant. De ruimte daarvoor zit in de beoordeling van bijvoorbeeld debiteuren, die subjectief is.

Of de opdringerige adviezen. De accountant verwijst, op grond van kennis van de jaarrekening, zijn cliënt naar een adviseur in zijn kantoor. Deken P. von Schmidt auf Altenstadt van de Orde van Advocaten, die zich fel uitspreekt tegen multidisciplinaire samenwerking, zegt daarover in Het Advocatenblad van februari: ,,Waarom kan er in de zakelijke dienstverlening, ook als die in het algemeen belang een bijzondere wettelijke regeling heeft gekregen, eigenlijk zo verrassend veel meer dan bijvoorbeeld in de medische dienstverlening? Ik heb in elk geval nog nooit gehoord van een huisarts die financiële belangen heeft in een uitvaartonderneming die hij onder de aandacht van zijn patiënten brengt.''

Ook uit de Verenigde Staten komt kritiek, maar om een andere reden. De Amerikaanse toezichthouder Securities and Exchange Commission (SEC) berispte in januari accountant-gigant PriceWaterhouseCoopers omdat ruim 1.300 partners aandelen bleken te bezitten in bedrijven waar kantoorgenoten de jaarrekeningcontroleren. Professor Blokdijk vertelt hoe dat ,,in de jaren vijftig al ging'' bij het kantoor Klynveld Kraayenhof & Co. (later KPMG) waar hij werkte: ,,Het kantoor groeide en dus kregen we elk jaar een langere lijst van bedrijven waar we niets mee te maken mochten hebben omdat dat cliënten waren geworden.'' Ook nu kunnen accountants via internet bijna dagelijks een langere lijst zien van bedrijven waar ze geen aandelen in mogen hebben. De reden: in principe kan een kantoorgenoot-aandeelhouder beschikken over koersgevoelige informatie (voorkennis).

In de praktijk zijn er weinig voorbeelden waarbij de onafhankelijkheid van een Nederlandse accountant in het geding is gekomen, onderstreept NIVRA-voorzitter Baart. Tot vorig jaar wezen grote kantoren dan ook steevast op de zogeheten `Chinese Muren' tussen de verschillende diensten binnen het kantoor. Maar zéggen dat die bestaan, is niet meer toereikend. Baart: ,,De samenleving eist transparantie en openheid. Het publiek zegt over onafhankelijkheid niet meer: `tell me', het zegt nu: `show me'.''

Het moet dus anders. Maar de vraag is hoe – en die vraag ligt gevoelig. De accountantswereld is complex. De helft van de NIVRA-achterban is bijvoorbeeld wel gediplomeerd registeraccountant maar niet werkzaam als certificerende accountant. Ze zijn `financiële controller', in dienst van een bedrijf, bestuurder van een bedrijf, of iets compleet anders. Daarnaast zijn er de `accountant administratie consulenten', verenigd in het NOvAA, die geen opleiding tot registeraccountant hebben gevolgd en die vooral middelgrote- en kleine bedrijven adviseren. Alleen de 5.000 certificerende accountants, van de 9.000 controle-plichtige bedrijven, hebben een wettelijke verantwoordelijkheid. De rest, een meerderheid, dient het belang van werkgever of cliënt. Het NIVRA wijst erop dat de accountants die de 400.000 kleinere bedrijven controleren, ook een publieke verantwoordelijkheid hebben.

Dwing de certificerende accountants om afscheid te nemen van de vele adviserende accountants, zeggen zowel professor Blokdijk als de Kamerleden R. Hindriks (PvdA), K. Vendrik (GroenLinks) en J. van Walsem (D66). De certificerende accountant moet dan in een register worden ingeschreven waar de overheid op toeziet, wegens de publieke taak. Hij stapt dan uit de vennootschap en deelt niet langer in de winst en verlies met andere beroepsgroepen: managementadviseurs en juristen. Om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Alle niet-certificerende en adviserende accountants – die in Nederland de 400.000 kleinere bedrijven bijstaan – zouden dan wel vrij zijn om commerciëler te werken. Met andere woorden: in de multidisciplinaire kantoren te werken.

Slecht idee, vindt het NIVRA, dat van oudsher de belangen van accountantsbehartigt. ,,Je moet de certificerende accountant niet te veel isoleren. Certificerende accountants en adviserende accountants kun je niet scheiden want dan blijft de certificerende accountant niet op de hoogte'', zegt Baart. ,,Hij moet op de hoogte zijn van nieuwe ontwikkelingen in de markt en in internet. De waarde van een bedrijf, bijvoorbeeld, bepaalt hij niet meer alleen aan de hand van de vraag of de machines zijn afgeschreven. Het innovatievermogen en de klantentevredenheid bij een bedrijf zijn ten minste even belangrijk. Voor zulke inzichten moet de certificerende accountant ook kunnen adviseren en heeft hij behoefte aan samenwerking met adviserende accountants of bijvoorbeeld managementadviseurs.''

Ook het NIVRA vindt dat een certiferende accountant niet per definitie met iedere kantoorgenoot (jurist of adviseur) samen één klant kan bedienen. Een NIVRA-commissie `onafhankelijkheid' buigt zich nu over welke samenwerkingsvormen wel door de beugel kunnen.

Wat in elk geval níet kan, is de winst en verlies delen met managementadviseurs die investeren in internetbedrijfjes. Vaak zijn die nog te arm om met geld voor adviezen te betalen, dus betalen ze in aandelen. De adviseur heeft dan per definitie een financieel belang in het bedrijf en kan dus niet meer één kantoor delen met accountants die de jaarrekening controleren. Om deze reden verkocht Ernst & Young onlangs zijn adviseurs aan Cap Gemini en zullen de advies-partners van PriceWaterhouseCoopers zich in de hele wereld dit jaar ook afsplitsen van het accountantskantoor.

Het NIVRA ziet van oudsher ook toe op de onafhankelijkheid van accountants, onder meer in de vorm van zogeheten `collegiale toetsing'. Er is ook een extern tuchtcollege voor het accountantsberoep, dat valt onder Economische Zaken. Maar die combinatie van belangenbehartiging en toezicht, wringt. Daarom wil het NIVRA veranderen van een publiekrechtelijke- in een privaatrechtelijke organisatie. Zo zal ze vrijer zijn om de belangen van haar leden te behartigen, vertelt Baart. En de onafhankelijkheid? Om alle twijfels daarover weg te nemen, pleit het NIVRA ervoor om een `extern toezichtsorgaan' in het leven te roepen. Daar moeten mensen van buiten het beroep in zitten. Zij moeten dan onder meer toezien op de uitvoering en de inhoud van de collegiale toetsing, die wel bij de accountants zelf zou moeten blijven. ,,Als je die sport niet beoefent, kun je de praktische toetsing ook niet uitvoeren'', aldus Baart.

Dit is voor de Kamerleden Hindriks, Vendrik en Van Walsem weer onverteerbaar. Hindriks: ,,Er ontstaat dan een privaatrechtelijke oligarchie van grote kantoren die de markt onderling verdelen.'' En daar zit volgens hem ,,niemand op te wachten''. ,,Als de accountants de vrije markt op willen dan verliezen ze de privileges van een publiekrechtelijk georganiseerd beroep. Dan mogen alleen de accountants controleren die zich inschrijven in een overheidsregister.'' Het extern toezichtmodel van het NIVRA is volgens PvdA'er Hindriks slechts een ,,afleidingsmanoeuvre''. Als het NIVRA privaatrechtelijk zou worden, dan is er nog maar één partij die kan toezien op de onafhankelijke controle van jaarrekeningen, zegt hij. Dat is de overheid.