Britse overheid verkoopt ether

De veiling van Britse mobiele telefoonlicenties gaat de slotfase in. Voor telefoonbedrijven en consumenten is de uitkomst onzeker. De overheid vaart er wel bij, maar wat te doen met al die miljarden?

Boven de Britse eilanden woedt een luchtgevecht. Telefoonmaatschappijen cirkelen om elkaar heen in de hoop zoveel mogelijk ether te veroveren, die de Britse overheid als eerste in Europa per opbod te koop aanbiedt. In ruil voor hun miljarden hopen ze een lucratieve markt te vinden voor een nieuwe generatie mobiele telefoons.

Voor de Britse schatkist zijn die licenties nu al een godsgeschenk. Het biedsaldo, aanvankelijk geschat op hooguit twee miljard pond, staat nu op ruim het elfvoudige. De rest van de Europese markt, die in totaal ruim 200 miljard gulden denkt te verdienen aan het verkopen van soortgelijke licenties, volgt ademloos de slotfase van de Britse strijd.

Dertien bedrijven schreven zich in voor de veiling van de vijf nieuwe licenties. Zes zijn er nog in de race, nadat vorige week het Spaanse Telefónica opgaf. Onder de volhouders bevinden zich de huidige vier Britse mobiele belbedrijven – British Telecom (BT), Vodafone AirTouch, One2One en Orange – plus twee debutanten op de Britse markt: de Frans-Amerikaanse joint venture NTL Mobile en het Canadese TIW.

De Canadezen staan aan kop met hun bod van 4,38 miljard pond (16,7 miljard gulden) voor de zogeheten A-licentie, die alleen openstaat voor de nieuwkomers. Het slotduel om de B-licentie, het grootste frequentieblok dat openstaat voor alle kandidaten, zal mogelijk gaan tussen BT en Vodafone. Het laatste bedrijf heeft vooralsnog het hoogste bod (5,96 miljard pond) uitgebracht. Mogelijk is BT ook tevreden met het C-blok, dat iets kleiner is, maar waarschijnlijk relatief een stuk goedkoper. Door Vodafone zo op hoge kosten te jagen zou BT een commerciële voorsprong krijgen in een markt waar minuscule marges tellen.

Dat de schaarse bandbreedte in het overvolle radiospectrum van het Westen duur betaald moet worden staat vast. Of de bedragen zakelijk überhaupt verantwoord zijn, valt echter onmogelijk te zeggen. Nick Graham-Rack, chef-technologie van The Smith Group, die de Britse overheid over de veiling heeft geadviseerd, zei deze week tegen de Financial Times dat voor de deelnemers langzamerhand ,,een lose-lose-situatie'' dreigt. ,,Als ze geen licentie in de wacht slepen worden ze gestraft omdat ze een kans hebben gemist. En als ze er wel een krijgen worden ze gestraft vanwege de hoge investeringen'', aldus Graham-Rack.

De betrokken bedrijven geloven die terug te kunnen verdienen omdat de consument bereid zou zijn fors te betalen voor de opwindende toepassingen die de nieuwe generatie mobiele telefoons zou bieden: live video, surfen, het afspelen van muziek of ander gecompliceerd dataverkeer dat nu alleen is weggelegd voor PC-gebruikers. Maar die technologie staat nog in de kinderschoenen, zal hoe dan ook pas over een jaar of wat beschikbaar komen, maar vergt nu al reusachtige investeringen. Zoals de verdubbeling van het aantal zend- en ontvangmasten voor de nieuwe mobiele netten tot zo'n 10.000.

Geen van de bedrijven wil op voorhand zeggen wat telefoneren met de GSM van de toekomst gaat kosten. Dat de huidige biedoorlog de prijs daarvan opdrijft staat vast. ,,Het is een indirecte belasting van onze klanten'', zei een van hen eerder deze week anoniem.

Het Britse ministerie van Financiën hád de kandidaten voor een licentie natuurlijk kunnen vragen om een gesloten enveloppe. Maar het koos voor een veiling per opbod, officieel omdat dat ,,snel, transparant, eerlijk en efficiënt'' is. Daarbij gooide het gewiekst de deur open voor nieuwkomers, ,,omdat dat de markt opfrist''. En het liet door economische kansberekingsspecialisten een open biedsysteem ontwerpen dat alle kandidaten aanmoedigt maximaal te bieden op de licentie die voor hun het waardevolst is. Het bieden kan pas worden gestaakt als de laatste kandidaat zich heeft teruggetrokken óf als de overblijvers zich neerleggen bij een hoger bod op de licentie die ze zelf het liefst zouden hebben. Het resultaat, na 149 rondes, is een bonanza voor de staat die alle verwachtingen heeft overtroffen.

Minister Gordon Brown staat intussen wel voor de vraag wat hij met die miljarden moet doen. In zekere zin is het een luxe probleem omdat de Britse overheidsfinanciëen er na twee jaar Labour-regering florissant voorstaan. De huidige begroting heeft een overschot van twaalf miljard pond en bood ruimte aan zowel belastingverlaging, het aflossen van een stuk staatsschuld als een kolossale injectie in het noodlijdende stelsel van gratis gezondheidszorg.

Niettemin staan de gegadigden nu in de rij. De ministers van vervoer, onderwijs en defensie krijgen waarschijnlijk nul op het rekest. Brown wil het geld gebruiken om vervroegd staatsschuld af te lossen.

Volgens het Centre for Economics and Business Research (CEBR), is dat echter funest voor de Britse pensioenfondsen, die verplicht zijn in staatsleningen te investeren. Hoe minder de staat hoeft te lenen, hoe minder de fondsen hebben te beleggen. Het instituut vindt dat Brown overzees moet beleggen, wat de binnenlandse inflatie en de hoge koers van het pond zou temperen.

    • Hans Steketee