BEROEMD SKELET IS NIET VAN PHILIPPUS II MAAR VAN BASTAARDZOON

Het skelet dat in 1977 werd gevonden in de Koninklijke Tombe II in het Griekse Vergina is toch niet van de Macedonische koning Philippus II van Macedonië (382-336 v.Chr), de vader van Alexander de Grote. Waarschijnlijk is het skelet van koning Philippus III Arrhidaeus, een meestal als nogal stupide getypeerde bastaardzoon van Philippus II, die na de dood van Alexander koning werd. Dit blijkt uit een gedetailleerde anatomische analyse door de Griekse antropoloog Antonis Barsiokas (Science 21 april). Indertijd was de identificatie met Alexanders oorlogzuchtige vader met veel publiciteit omgeven, mede door de indrukwekkende reconstructie door de Brit Richard Neave van het gezicht van deze koning, die met de verovering van heel Griekenland de basis legde voor de gigantische machtsexpansie van Macedonië onder Alexander.

De belangrijkste aanwijzing voor de identificatie met de roemruchte koning Philippus II was de pijlwond aan het rechteroog die het skelet zou vertonen en die overeen zou komen met de wond die Philippus opliep bij het beleg van Methone in 354 v. Chr. (of volgens andere bronnen bij de inspectie van een Macedonische katapult). Volgens Barsiokas gaat het hier helemaal niet om een wond, er is bijvoorbeeld geen anatomisch bewijs voor een genezingsproces. Ook is de baan die de pijl door de schedel zou hebben gevolgd nogal onwaarschijnlijk. Het gaat hoogstwaarschijnlijk om een beschadiging die bij de crematie is ontstaan. Verder is ook van andere bekende wonden geen spoor te vinden. Gezien de datering van het skelet, en de wijze van crematie (van ontvleesde botten), is het skelet waarschijnlijk van Philippus bastaardzoon, waarvan in 317 v. Chr. het lichaam een half jaar na zijn dood weer werd opgegraven en alsnog verbrand. Philippus's lijk werd met vlees en al verbrand.

(Hendrik Spiering)