Als je zes bent

Wat denkt een jongen van zes? Bekijk een paar kiekjes van u zelf toen u zo oud was. Wat dacht u toen? Iemand van wie een foto wordt genomen, denkt op dat ogenblik niets. Tientallen jaren later krijgt u zichzelf weer onder ogen. Binnen een seconde is de kortsluiting tot stand gekomen.

Uw verjaardag, of die van een vriendje. Daar was een vervelend jongetje dat krijgertje wilde spelen, stoeien en rennen, veel te veel kropperig haar op zijn hoofd had, en bovendien Gunter heette. U logeerde bij een oom en tante en twee neefjes. Het avondeten. Ter ere van u had de tante een toetje gemaakt, haar specialiteit: een griesmeelpuddinkje. Er is een foto met flitslicht genomen waarop u voor het puddinkje zit. Nu herinnert u zich weer hoe u toen het gevecht had gewonnen. Het werd bedtijd. Tante stopte u nog even lekker in en gaf u een nachtzoen. Niet lekker. Daar lag u tussen de lakens die anders roken, een beetje naar kaas leek het wel, zoals u zich nu weer herinnert. U kreeg een zo verschrikkelijke heimwee, was zo treurig dat u begon te huilen. Het leek meer op het janken van een ongelukkige hond. Daar verscheen uw tante. Wat is er? Ik wil naar huis!

Ik noem maar wat; het kan ook anders zijn gegaan. Maar ieder kind van tussen de vier en zeven heeft wel eens geroepen dat het naar huis wil, en toen het hoorde dat dit niet ging, is het hard gaan huilen.

Wat wil een kind dan verder? Nu heb ik het over mezelf. Met rust gelaten worden. Spelen. Een torentje bouwen, een gat graven, met zijn beer praten, op de grond met zijn autootjes spelen en vroemvroem mompelen, niet naar school, geen grote mensen die zich met hem bemoeien, zijn vader en moeder uitgezonderd.

Iedere ochtend staat er een foto van Elián Gonzalez in de krant. Wat een aardig kereltje. En ervan afgezien of u en ik dat ook indertijd zijn geweest: je herkent jezelf. Gisteren heeft een federaal hof besloten dat hij nog in de Verenigde Staten moet blijven. Vandaag de foto op de voorpagina van de New York Post. Hij heeft zijn armen in de lucht gestoken, zoals een belangrijk staatsman doet als hij iets te vieren heeft. De Gaulle was er goed in; Clinton kan het ook. Elián heeft een flauw glimlachje en twijfel in zijn ogen. Het bijschrift luidt: `Een uitzinnige Elián maakt vreugdesprongen na de uitspraak van het hof'. Degene die dat geschreven heeft is òf een kwaadaardige leugenaar, òf hij heeft geen verstand van kinderen.

Iedere avond is Elián op de televisie. Hij zit op de schommel, speelt met het een of ander in het achtertuintje van zijn achteroom, loopt aan de hand van hem of een tante of wie het mag zijn, krabbelt moeizaam op zijn nieuwe rolschaatsen, alweer door het tuintje en dan zien we hem nog een keer door de zonwering kijken. Naar wat, naar wie? Naar mensen die in spreekkoor zijn naam schreeuwen en met vlaggetjes zwaaien. Naar de televisiecamera's van de wereld. Laten we de waardering van de bedoelingen even terzijde. Als ik zes was, zou ik – veronderstel ik nu – denken dat daar een menigte gevaarlijke gekken stond. Gisteravond, na de uitspraak, begonnen ze aan de champagne. Gekken die champagne drinken: hoe kijk je daar als kind naar?

Het hof heeft in zijn uitspraak bepaald dat het verzoek van Elián om asiel niet mag worden genegeerd. De Amerikanen zijn zeer voorzichtig met hun kinderen. Op mijn luxaflex staat met grote letters een waarschuwing. Kinderen kunnen in de touwtjes verstrikt raken en zich wurgen. Tegen de feestdagen gaan controle-eenheden op pad in de warenhuizen om gevaarlijk speelgoed in beslag te nemen. Een Europeaan kan geen vlammetje uit een Amerikaanse aansteker krijgen als hij niet weet hoe het veiligheidspalletje werkt. In rode letters staat erop geplakt dat je het ding uit de buurt van kinderen moet houden. De waarschuwingen zijn gericht aan het adres van de grote mensen omdat kinderen nog niet goed voor zichzelf kunnen zorgen.

Voor de televisie wordt Eliáns vader geïnterviewd, door Dan Rather, veruit de rustigste, minst ijdele, en zo te zien de verstandigste van alle `anchormen'. Elian lijkt op zijn vader, misschien ook wel in zijn gedrag. De vader, even in de veertig, keurig pak aan, was er ondanks alle politie, rechters, advocaten en politici nog niet in geslaagd, zijn zoon te ontmoeten of te spreken. Dan Rather nodigde hem uit iets voor de televisie te zeggen. Hij dacht even na en verzekerde zijn zoon toen dat het goed zou aflopen. Wat moet je anders zeggen, als vader. Het gezicht van de geïnterviewde zal ik niet vlug vergeten. Van een voortdurend bedwongen verbijstering.

Graag zou ik Elian, als hij ook een groot mens is, willen horen vertellen over de foto's, de televisiereportages die nu van hem worden gemaakt, over de rechters en de politici, de mensen die het huis van zijn achteroom belegeren. In Hollywood wordt nagedacht over een film.