Aflossen

Niet lang geleden liet een bekende Nederlandse econoom de volgende uitspraak noteren: ,,Er is geen betere belegging dan de aflossing van de hypotheek op je huis.''

Heerlijk om te lezen voor beroepssomberaars bij De Nederlandsche Bank en voor al diegenen die behept zijn met het oer-Nederlandse gedachtegoed dat zegt dat je elke week je stoep moet schrobben en niet moet beleggen voordat al je schulden zijn afgelost.

Natuurlijk, voor iemand die al een tophypotheek heeft en een gefinancierde aandelenportefeuille, is dit wijze raad. Maar of de gemiddelde, oerdegelijke Hollandse burger met dat hooggeleerd advies gebaat is, is de vraag.

Ten eerste: een huis is een belegging, net als elke andere. Maar wie naast dat huis niet in iets anders belegt, heeft wel al zijn eieren in één mandje liggen, namelijk de huizenmarkt. Iedereen weet zo langzamerhand wel dat huizenprijzen flink kunnen fluctueren, de laatste jaren vooral omhoog. Maar is het rendement wel zo spectaculair? In 1979 stortte de huizenmarkt in; de prijs van een doorsnee huis daalde van 180 naar zo'n 120 duizend gulden. Nu doet het gemiddelde pand 380 duizend. Wie in de dip kocht en nu verkoopt, verdrievoudigt zijn kapitaal. Maar wie begin jaren tachtig in aandelen belegde vervijftienvoudigde zijn bezit.

Het is dus helemaal niet onverstandig om, zodra de bank je een aflossingsvrije hypotheek wil geven (meestal als de hypotheekschuld onder de 80 procent van de executiewaarde is gedaald, oftewel 60 procent van de marktwaarde), op te houden met aflossen en dat geld te gebruiken om in iets anders dan onroerend goed te beleggen.

Naast risicospreiding is ook de – vooralsnog behouden gebleven – fiscale aftrekmogelijkheid van hypotheekrente een motief. Die zorgt er voor dat er geen goedkopere manier is om aan geleend geld te komen dan via de hypotheek. Na belasting kost vreemd geld maar 3 à 4 procent per jaar. Tegen die prijs moet voor het geld toch een interessantere aanwending te bedenken zijn dan aflossen, zou je zo denken.