Spijtig afscheid van de avantgarde

Fotomania, podium voor de avantgarde in de binnen- en buitenlandse fotografie, gaat dicht. Er zijn geen vrijwilligers meer te vinden en subsidie krijgt de galerie ook al niet.

Nu Rotterdam zich uitslooft om het internationale beeldinstituut Las Palmas van de grond te krijgen, nu wereldwijd vroege en eigentijdse fotografie meer dan ooit in de belangstelling staan, nu houdt het Rotterdamse Fotomania, een podium voor binnen- en buitenlandse fotografische avantgarde, er definitief mee op.

Een spijtig afscheid. Want in 1993 gaf Perspektief, de avontuurlijke, Rotterdamse galerie van foto-deskundige Bas Vroege, er al de brui aan. Vier jaar later verdween ook het internationale tijdschrift Perspektief Magazine, waarmee Vroege zijn tijd ver vooruit was. En een nieuw tijdschrift dat met de opening in 1994 van het Nederlands Foto Instituut (NFI) in het vooruitzicht was gesteld, wil maar niet van de grond komen, net zo min als een jaarlijkse, Rotterdamse fotografie-opdracht.

,,Ons besluit is een logische stap'', zegt Antoine Achten, één van de vijf vrijwilligers van het Fotomania-collectief, dat in een steeds wisselende samenstelling in zo'n vijftien jaar circa honderdvijftig exposities en opdrachten lanceerde. ,,Onze doelstelling is bereikt: de artistieke emancipatie van de fotografie als vorm van beeldende kunst.''

Aan dat laatste valt, inderdaad, niet te tornen. Musea en bedrijfsleven investeren gretig in fotowerken van zowel beroepsfotografen als beeldend kunstenaars. Het wemelt van de fotofestivals en de -tentoonstellingen. En er woedt zelfs nog steeds ordinaire stedenstrijd om de ruim 23 miljoen van het voor fotografie bestemde Wertheimer-legaat binnenboord te halen.

Dat lag anders toen Fotomania in 1988 van Leiden naar Rotterdam verhuisde. ,,In Museum Boijmans Van Beuningen kregen foto's niet eens een inventarisnummer; ze waren er toch alleen maar voor de documentatie'', vertelt Robbert van Venetië, twaalf jaar Fotomania-vrijwilliger. ,,Beeldende kunstenaars weigerden in die tijd zich met pure fotografie te associëren. En het werk van nu vooraanstaande kunstenaars als Wijnanda de Roo, Teun Hocks en Hans Aarsman dat wij vroeg brachten, verkocht maar mondjesmaat.''

Maar verkoop was geen prioriteit bij Fotomania. Omzet was een bittere noodzaak, en inhoud van het werk het belangrijkste criterium, zegt het collectief. ,,Zie ons als idealisten die het experiment steeds vooropstelden. En die non-commerciële houding vond menig exposant een verademing, men kreeg bij ons carte blanche.''

Dat idealisme blijkt inmiddels zo ouderwets dat het de huidige generatie vrijwilligers, academici van in de dertig, niet lukte om jongeren te vinden die naast baan of studie belangeloos in de galerie als conservator, suppoost èn schoonmaker wilden optreden. ,,Ook om andere redenen kregen we slapeloze nachten'', aldus René van der Giessen, Fotomania-vrijwilliger. ,,De gemeente weigerde ons meer subsidie te geven, omdat we als curatorencollectief niet in een vakje bij de Rotterdamse Kunststichting pasten. We waren galerie noch kunstenaarsinitiatief en daar wist de huidige directeur Robert de Haas, een liefhebber van regeltjes, al helemaal geen raad mee. Rotterdam geeft nu eenmaal liever twintig miljoen uit aan een prestigieus instituut, dan 20.000 gulden aan de basis. Maar om huur, inrichting, transporten en mailings te bekostigen moesten we wèl minimaal zestigduizend gulden per jaar binnenhalen. En dat was een zware opgave. Sponsors vonden ons nauwelijks interessant, simpelweg omdat we weigerden als kweekvijver van de fotografie onze ongebondenheid op te geven. We wilden in de programmering alle vrijheid behouden.''

Is er nog kans op een come-back? Las Palmas kan straks toch publiek en galeries stimuleren? ,,We zouden graag in een Factory-achtige ruimte in Las Palmas doorgaan met het nemen van experimentele risico's en met ons gevecht tegen de zo voorspelbare, museale consensus'', zegt Van Venetië. ,,Maar daar zal het wel niet van komen. Want we probeerden al eerder, vergeefs, met het NFI samen te werken. De directie is nog nooit in onze galerie geweest, zoals ook andere, stedelijke instituten nooit een hand naar ons uitstrekten. We hebben ook geen idee wat men daar van Fotomania vond.

,,Al het grote geld gaat naar grote instituten. Ze staan ver af van het experiment, ze hebben weinig lef en een logge programmering. Over kleine initiatieven die continuïteit en kwaliteit hebben bewezen, wordt lichtvaardig heengestapt. Jammer, want die verwaarlozing van een vrijgevochten voedingsbodem komt de diversiteit niet ten goede.''

Wie met die Fotomania-diversiteit uit het verleden alsnog wil kennismaken, kan het werk van Ulay, Fons Brasser, Wout Berger, Marjoleine Boonstra en Stan Denniston nu bezichtigen in TENT. Dit gemeentelijke expositiecentrum heeft tijdens de Foto Biennale (t/m 30/4) ruimte vrijgemaakt voor een eerbetoon aan Fotomania – een posthuum eerbetoon.