Sentiment regeert

Op de Whitney Biënnale 2000 worden politiek of sociaal bepaalde thema's verbonden met abstracte werken. Autobanden symboliseren het overleven van Afrikanen in de diaspora.

Amerika heeft geen staatssecretaris van cultuur die erop aandringt dat de gevestigde cultuur zich openstelt voor invloeden van `buiten'. Dat hoeft ook niet, want het Amerikaanse denken ís al politiek correct, op het oog althans. Iedere voorlichtingsfilm of tv-quiz toont een zorgvuldig samengestelde potpourri van mannen en vrouwen van verschillende kleuren en zelfs in de kunstwereld wordt strikt op een correcte verdeling gelet. Ik zeg `zelfs', want het heeft even geduurd. Maar ook daar is de zaak nu op orde, zo blijkt op de Whitney Biënnale 2000 in het Whitney Museum of American Art in New York.

Traditiegetrouw toont de Whitney Biënnale uitsluitend kunst van jonge, in Amerika wonende kunstenaars, wat niet verhindert dat de tentoonstelling ook in Europa als een state of the art wordt beschouwd. Kranten en vakpers analyseren de keuzes vanuit verschillende perspectieven, en machtige galeriehouders zoeken er begerig naar de nieuwste Lolita. Deze keer waren de verwachtingen gematigd omdat de nieuwe directeur, Maxwell L. Anderson, maar liefst zes uit het hele land afkomstige curatoren had benoemd, en zo'n aantal sluit een radicale visie bij voorbaat uit. Toch heeft de tentoonstelling een extreme kant gekregen. Hij is namelijk, in de woorden van Anderson, `de meest internationale Whitney Biënnale ooit'. De directeur bedoelt daarmee niet dat de kunst zélf een bepaalde internationale kwaliteit heeft, over esthetische kwesties zwijgt hij zelfs in alle talen. Waar hij op zinspeelt is dat de tentoonstelling in sociaal opzicht internationaal is: de meesten van de 98 geselecteerde kunstenaars hebben geen Amerikaanse roots.

Wanneer een sociale factor zo nadrukkelijk op de voorgrond wordt geplaatst, kun je er zeker van zijn dat voor kunst is gekozen met een duidelijk sociale functie: die van cultureel geweten. Dat is hier dan ook het geval. Je ziet hoe werken gegroepeerd zijn aan de hand van thema's die allemaal voor een bepaald politiek of sociaal-psychologisch probleem staan. Identiteit is zo'n thema en seksuele exploitatie of lichamelijke vervreemding. Wie hier niet zo vertrouwd mee is wordt geholpen door tekstborden en wie een walkman heeft ook nog door de kunstenaars zelf. Ik heb geturfd: identiteit, met name de vrouwelijke identiteit, is op de Whitney 2000 favoriet. Eerlijk gezegd had ik nu wel eens iets anders op de eerste plaats verwacht, want dit duurt nu al jaren, maar klaarblijkelijk is het nu de beurt van kunstenaars met een niet-westerse culturele achtergrond om aan oude kwesties nieuwe facetten te slijpen.

Zo stelt de in Cairo geboren Ghada Amer andermaal dat vrouwen gezien worden als hoer of madonna, maar dan door de westerse exploitatie van het vrouwenlichaam tegenover de islamitische verbodsbepalingen te stellen. In het ene geval is de vrouw een seksuele werkster, vertelt de kunstenaar op de tape, in het andere is ze tot ambachtelijkheid veroordeeld. Op die gedachte heeft Amer haar beeldtaal afgestemd en kleurige zijden draden op een oranje of lila geschilderd fond geplakt. Het is even puzzelen want op enige afstand zie je alleen een rommelig borduurwerk, maar bij nadering geven de beelden zich bloot. Dan zie je hoe de draden vrouwen in pornografische posities vormen.

Het werkt niet. Onze verbeelding verveelt zich als we precies weten hoe we moeten denken en dat is, denk ik, de reden waarom er rondom sociaal bewuste kunst vaak een sfeer hangt van hypocrisie. Geef mij dan maar de broeierige schilderijen van de in Amerika geboren Lisa Yuskavage. Zij schildert al zo'n jaar of vijf popperige blondjes met grote borsten en extreem ronde vormen, die onder een diffuse belichting wellustige poses aannemen. Het knappe van Yuskavage is dat ze ondanks het hilarische onderwerp een sfeer weet te scheppen die zo intiem en sensueel is dat `het domme blondje' haar eigen cliché overstijgt en een wonderlijk toonbeeld wordt van naïviteit en narcisme.

Kitsch

Op een tentoonstelling als deze ga je, of je wilt of niet, in thema's denken en dus dacht ik bij een enorm wandreliëf van honderden autobanden spontaan: ecologie. Dat bleek te kort door de bocht, want de kunstenaar, Chakaia Booker, laat op een tekstbord weten dat het hier gaat over de Afrikaanse huid, ritueel brandmerken en het overleven van de Afrikanen in de diaspora. Maar abstractie is geen leegte waarin je naar believen bekentenissen kunt onderbrengen. Abstractie heeft, althans volgens de normen van de westerse kunst, een eigen kwaliteit die gevormd wordt door het gebruik van het materiaal, de kleur, de penseelstreek, kortom van de formele middelen. Daarin ligt, als het goed is, een puur zintuiglijke sensibiliteit verborgen. Wie er van buitenaf bedoelingen in stopt, maakt er kitsch van.

Een goed voorbeeld van pure abstractie zijn zes vierkanten houten paneeltjes van Richard Tuttle. Tuttle is een oudgediende in de abstracte kunst. Zijn onderzoek naar alles wat het formele fundament van de beeldende kunst uitmaakt, begon al in de jaren zeventig en nu wilde hij eens weten hoe het zit met de structuur van kleur. Wat gebeurt er als je een transparante laag hemelsblauwe acrylverf als een rechthoekig blok op sterk generfd hout schildert. En wat leveren een rood en een zwart vierkant daaronder op? Ik zou het niet voor anderen kunnen zeggen, maar mijn duim en wijsvinger wrijven over elkaar alsof ze verschillende heel fijne stoffen betasten.

Zoveel subtiliteit is zeldzaam op deze tentoonstelling. Dat is ook onvermijdelijk als je, gelijk de nieuwe directeur, verordonneerd hebt dat de Whitney 2000 voor een breed publiek toegankelijk moet zijn. Dan gaat de voorkeur al snel uit naar wat ik maar entertainment-art zal noemen, zoals het werk van Krzysztof Wodiczko. Deze Poolse immigrant is al jaren bezig om `de identiteit' voor het voetlicht te brengen en hij maakt daarvoor dankbaar gebruik van interactieve media. In dit geval zien we een op een pop rustend aluminium schouderstuk waaraan links en rechts een monitor is bevestigd. Op die monitoren is het gezicht te zien van een vrouw die het gevaarte op straat gedragen heeft, terwijl een geluidsband laat horen hoe voorbijgangers haar aanspreken en wat de machine antwoordt. Ze symboliseert de vreemdeling die altijd maar moet zeggen wie hij is en waar hij vandaan komt, zegt Wodiczko. Met deze machine die op dit soort stereotiepe vragen even stereotiep reageert, zou deze misère definitief voorbij zijn.

Overigens had de Whitney 2000 al voor de opening een hoog entertainingsgehalte, weliswaar door negatieve publiciteit, maar daar draait de kassa nu eenmaal het beste op. Boze tongen beweren zelfs dat de directie de Duitse Amerikaan Hans Haacke heeft uitgenodigd omdat hij goed is voor publieke rellen. Dat is al te cru tegenover een kunstenaar die al decennia lang het grote voorbeeld is van alle sociaal en politiek opererende kunstenaars, maar begrijpelijk is het hier wel. Haacke heeft een installatie gemaakt over burgemeester Giuliani en diens poging het Brooklyn Museum de das om te doen toen het niet onmiddellijk een einde maakte aan Sensation, een tentoonstelling met controversiële Britse kunst. Met vuilnisbakken, de Amerikaanse vlag en Giuliani's uitspraken in een nazistische typografie heeft Haacke aangegeven wat hij daarvan vindt, en nog voor de opening bleek hij raak te hebben geschoten. Alleen was het de verkeerde partij. De heftigste respons kwam niet van de burgemeester, maar van de Joodse gemeenschap bij monde van de Liga tegen Laster. Die liet weten in de vergelijking van Giuliani met Hitler een inflatie van de Holocaust te zien en drong aan op verwijdering van het werk. De mediarel die toen ontstond is voor Haacke goed afgelopen, want het werk is nog steeds tentoongesteld, maar de kunstenaar heeft, naar verluidt, zich nog maar zelden zo slecht begrepen gevoeld.

Het merkwaardige is dat de foto's van Chris Verene verhoudingsgewijs weinig reacties hebben opgeroepen, terwijl iedereen die een dochter heeft hierbij op zijn achterste benen zou moeten staan. Verene heeft een bepaald soort amateur-fotografen gefotografeerd die jacht maken op jonge meisjes door middel van beloftevolle advertenties. Die meisjes, die natuurlijk allemaal model willen worden, laten zich halfnaakt in suggestieve poses fotograferen en Verene heeft bij een aantal van die sessies met zijn camera achter de fotografen gestaan. Het zijn de details die je keel dichtknijpen: het bezwete hemd van een man die in de bosjes een meisje fotografeert, de vlezige buik van een ander die zich dicht bij een bangelijk kijkend meisje bevindt. Niet vaak zie je de perversie van een samenleving zo treffend blootgelegd.

Desolaat

Rillingen ook bij Doug Aitkin. Hij was de sensatie van de laatste biënnale van Venetië, en hij is de ster van Whitney 2000. Samen met de vrouwelijke Iranese kunstenaar Shirin Neshat. Aitkin bespeelt vier ruimtes met grote videoprojecties, waarbij je een jonge zwarte man door de verlaten straten van een achterlijk Los Angeles ziet dwalen. Zijn lichaam schokt en trilt alsof het signalen opvangt en de sfeer is zo desolaat dat je in de laatste ruimte meteen gelooft dat hij in de lucht van de lange, lege tunnel al vibrerend is opgelost.

Shirin Neshat, op wie ik straks nog terugkom, is een van de weinige New Yorkse kunstenaars die niet alleen op de Whitney Biënnale is te zien maar ook op de tentoonstelling die er min of meer mee concurreert: Greater New York in het P.S.1 Contemporary Art Center in het New Yorkse stadsdeel Queens. Sinds kort werkt deze voormalige residentie voor buitenlandse kunstenaars samen met het Museum of Modern Art en dit is hun eerste gezamenlijke tentoonstelling.

Greater New York heeft geen andere pretentie dan op ruime schaal de jongste kunst uit New York tonen en daarvoor zijn, los van hun roots, meer dan honderdvijftig kunstenaars uitgekozen. Dat is veel, en de samenstellers hebben wijselijk geen poging gedaan om daar een concept aan te verbinden. Everything goes, moet het devies zijn geweest, en het resultaat is een beschaafde kermis. Toch kost het ook hier geen moeite om de onderwerpen thematisch te sorteren. Seksuele exploitatie? Ziehier, de flarden van een sexpop die door E.V. Day uit elkaar is geknald. Lichamelijke vervreemding? Kijk naar de languissante adolescenten op de zoetige schilderijtjes van Elizabeth Peyton. En voor problemen rond de seksuele identiteit is voor gay's en lesbo's van alles te vinden, van de meest kitscherige homodroom van `de mooie jongen' die ik ooit heb gezien (door de schilder Richard Philips `Portrait of God' genoemd) tot stoere meisjes in het bos op de foto's van Justine Kurland en Deborah Mesa-Pelly.

Maar al deze thema's zijn toch heel erg jaren negentig? Ja en je zou zelfs kunnen zeggen dat de Whitney Biënnale en Greater New York samen een uitgebreid overzicht bieden van wat in het afgelopen decennium zoal de revue is gepasseerd, in de Amerikaanse kunst en in mindere mate ook in de Europese. Wat daarbij opvalt is hoe letterlijk de bedoelingen vaak worden uitgebeeld en hoe ongegeneerd het sentiment regeert, bij mannelijke en vrouwelijke kunstenaars gelijk. Beide partijen doen sentimenteel over de al dan niet geschonden kinderziel, bij voorbeeld door houten panelen in de vorm van pandaberen uit te zagen of houten sculpturen te maken in de vorm van paddestoelen en bloemen. Beiden etaleren ook hun persoonlijke frustraties, verlangens en sentimenten met een openheid die aan narcisme grenst.

Daarnaast heeft een aanzienlijk deel van deze kunst een hoge entertainingswaarde. Zo kun je door een claustrofobische donkere tunnel kruipen of je aan een bombastische sarcofaag voor een scheepswrak vergapen, en wie dat te aards vindt kan mediteren bij een geluidssculptuur.

We wisten het al, maar zo overweldigend als nu in New York is het nog niet vaak te zien geweest: de kunst van nu kent geen stromingen of stijlen meer en geen esthetische principes die als algemene richtlijnen gelden. In plaats daarvan richt ze zich op het sociale leven, en zoekt ze ook haar betekenis daar. Dat maakt een kunstwerk afhankelijk van taal en context: bij het ene thema kan het zus betekenen, in een andere setting iets heel anders. En voor we het weten vervaagt het verschil tussen kunst en cultuur.

Kunst is niet gelijk aan cultuur, maar een eigenzinnig elementair deeltje ervan. Kunst heeft zijn eigen traditie die soms van het sociale afbuigt en zich er dan weer naar toewendt, maar die in alle gevallen dient als richtlijn voor ons gevoel voor kwaliteit. Hoe zouden wij anders dan op grond van de traditie kunnen zeggen dat de videoprojecties van Shirin Neshat van een ongewone schoonheid zijn?

Neshat verhaalt in zwart/witte beelden over de wereld van islamitische mannen en vrouwen. De mannen dragen witte overhemden, de vrouwen zijn van top tot teen in zwarte gewaden gehuld en ieder hebben ze hun eigen gemeenschap die hun wereld uitmaakt. Neshat laat door verschillende verhalen uit te beelden, zien hoe benepen en verstikkend de traditie kan zijn, maar ook hoe groots en indrukwekkend. En precies in die ambivalentie schuilt de kracht van grote kunst.

Whitney Biënnale, Whitney Museum of American Art. New York. Tot 4 juni. www.whitney.org

Greater New York, P.S.1, Contemporary Art Center. Tot 14 mei www.ps1.org