Schrik om harde taal CDA-leider

CDA-leider De Hoop Scheffer hamerde in het debat over de integratie van minderheden zó hard op de dominantie van de autochtone cultuur dat andere fractieleiders er genoeg van kregen.

De grootste bewonderaar van Paul Scheffer (PvdA) heet Jaap de Hoop Scheffer (CDA). What's in a name? Grappen over verwantschap in beider namen waren niet van de lucht, dinsdag en gisteren in het debat tussen fractieleiders in de Tweede Kamer en het kabinet over de integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving. Maar afgezien daarvan was het ook de zienswijze van de CDA-leider die het dichtst aansloot bij het betoog van Paul Scheffer in zijn veelbesproken essay Het multiculturele drama.

,,Een samenleving die zichzelf verloochent, heeft nieuwkomers niets te bieden'', had Scheffer betoogd en De Hoop Scheffer viel hem bij. Zoals De Hoop Scheffer ook van harte instemde met Scheffers opvatting dat Nederland als immigratieland ,,de nadruk moet leggen op de overdracht van taal, historisch besef en rechtscultuur''.

De Hoop Scheffer ging een stap verder dan Scheffer door bij herhaling aandacht te vragen voor ,,de dominante Nederlandse cultuur'' waaraan nieuwkomers ,,zich dienen aan te passen als zij in ons land willen wonen, werken, leven en sterven''. De CDA'er manoeuvreerde zichzelf hiermee in een eenzame positie. De fractieleiders Melkert (PvdA), De Graaf (D66) en Rosenmöller (GroenLinks) waren niet gediend van dergelijke terminologie. Zij vonden deze te veel getuigen van ,,eenrichtingverkeer, van wij tegen zij'', terwijl integratie van minderheden toch vooral verplichtingen oplegt aan allochtonen én autochtone Nederlanders, als ,,een probleem van ons''. Opmerkelijk was bovendien dat de CDA-leider van alle fractievoorzitters het hardst riep om ,,het stellen van eisen'' aan culturele minderheden, waar zijn politieke beweging in het verleden voorop liep met gedachten over `soevereiniteit in eigen kring', verzuiling als middel tot emancipatie en het maatschappelijk middenveld als tegenwicht voor een dirigistische overheid.

De opstelling van De Hoop Scheffer werd, aan het einde van het debat, ook woordvoerder Schutte (GPV/RPF) te gortig. Hij waarschuwde voor een te makkelijk gebruik van het begrip cultuur dat ,,niet statisch is'' en waarover ,,nooit normatief mag worden gesproken op enig moment''.

Scherpere uitspraken over de multiculturele samenleving dan van de CDA-leider waren in twee dagen debat overigens niet te horen. Anders dan in België, Frankrijk of Duitsland kan in het Nederlandse parlement in betrekkelijk neutrale en zelfs academische termen over `buitenlanders' worden gesproken. Het waren vooral verschillen in woordkeus en perspectief die het abstracte deel van het debat beheersten. integratie

Vervolg op pagina 2

Taalkwestie onomfloerst behandeld

[Vervolg van pagina 1 VVD-leider Dijkstal bleef geheel in het spoor van zijn voorganger Bolkestein door buiten de Kamer krachtiger taal te spreken over de integratie van minderheden dan hij in het Kamerdebat waarmaakte.

Politici ,,kijken weg'' van maatschappelijke integratieproblemen ,,terwijl vormen van ongelijkheid en segregatie zichtbaar worden'', zo had Paul Scheffer betoogd. Zijn stelling is, na maanden van maatschappelijk debat, niet zonder politiek effect gebleven. Voor het eerst spraken Tweede Kamer en kabinet in één debat over problemen van minderheden bij inburgering, onderwijs en arbeidsmarkt, waar deze kwesties doorgaans verbrokkeld aan de orde komen.

De belangrijkste politieke conclusie mag zijn dat Kamer en kabinet zich met kracht hebben uitgesproken voor de centrale rol die de Nederlandse taal te vervullen heeft bij succesvolle integratie van minderheidsgroepen. Het lijkt een open deur. Maar in de politieke praktijk is de taalkwestie in het recente verleden nogal omfloerst en zelfs `soft' behandeld.

`Taal, taal, taal' - zo sprak de ene na de andere fractieleider deze week in de Kamer. PvdA-fractieleider Melkert sloeg nog het hardst op deze trom, door van minister Van Boxtel (Integratiebeleid) te eisen dat wachtlijsten bij inburgeringsprogramma's binnen een jaar zijn weggewerkt. Inburgering is sinds twee jaar wettelijk geregeld, met voorgeschreven uren voor taalcursussen en maatschappij-oriëntatie. Daarbij is ook geld vrijgemaakt voor allochtonen die al langer in Nederland verblijven, van wie enkele honderdduizenden geen woord Nederlands spreken. Melkert viel Van Boxtel scherp aan op de weerbarstige praktijk, waarbij enerzijds lange wachtlijsten bestaan voor zogenoemde `oudkomers' die taalcursussen willen volgen en anderzijds tientallen miljoenen guldens van het budget niet worden uitgegeven.

Het Kamerdebat tussen fractieleiders en drie bewindslieden (Van Boxtel, Hermans, Vermeend) was het rechtstreekse gevolg van provocaties door VVD-leider Dijkstal die enkele weken geleden de schuld van stagnerende integratie in de schoenen schoof van de PvdA. PvdA-fractieleider Melkert revancheerde zich in de Kamer door felle confrontaties te zoeken met Dijkstal en met de ministers Van Boxtel (D66) en Hermans (VVD).

Voor Van Boxtel dreigde het gevaar dat hij zou worden gebruikt als `kop van jut' in de strijd tussen Melkert en Dijkstal. Maar uiteindelijk kan ook Van Boxtel de stelling verdedigen dat zijn positie door het `integratiedebat' is versterkt. Met dank aan D66-leider De Graaf, die brede steun wist te krijgen voor een motie waarin wordt opgeroepen de coördinerende bevoegdheden van Van Boxtel in het kabinet te versterken.

Wederzijdse verwijten en steunbetuigingen waren daarmee weer gelijkelijk over de coalitiepartners verdeeld. Een `multicultureel drama' beleefde een voorlopig slot in multipolitieke consensus.

DOSSIERwww.nrc.nl