Regendurf

Max en Vera zaten bij het raam. Ze keken naar buiten. Iets anders kon je ook niet doen als je bij een raam zat. Buiten regende het.

Het regende niet zomaar.

Het regende heel hard.

Het was mooi om naar te kijken. In lange stralen kwam de regen uit de wolken. Alsof boven miljoenen kranen open stonden. In de tuin bleef geen bloem overeind staan en de herrie die de regen maakte was ook niet van de lucht. Het was een keihard geroffel.

"Durf jij door de regen?" vroeg Max.

"Jij?" vroeg Vera meteen terug.

Max dacht na. De regenstralen konden best eens pijn doen aan je hoofd. Aan de andere kant: hij wilde ook niet zeggen dat hij het níet durfde. Dus hij zei maar niets.

Dat was geen goed idee.

"Nou? Kom op Max. Durf je of durf je niet? Je durft niet hè..."

Dat kwam er nou van als je aan iemand vroeg of hij iets durfde. Dan vroegen ze meteen terug of je het zelf wel durfde. Het was eigenlijk een hele domme vraag. In ieder geval moest je hem niet stellen als je het zelf niet durfde.

"Tuurlijk, en jij? Jij durft niet hè?" antwoordde Max nu.

"Ik was eerst hoor," riep Vera boven het roffelen van de regen uit, "ik vroeg of jij durfde..."

"Nietes," riep Max terug, "ik was eerst."

Vera zweeg.

In het midden van de tuin stond een magnolia waar prachtige bloesems aan bloeiden. De kelken stroomden vol water, en de bloemen vielen blaadje voor blaadje uit elkaar. Heel de boom was loodzwaar, straks stortte hij nog in.

"Ik durf het," mompelde Vera. Ze beet op het puntje van haar tong, zo graag had ze meteen ook willen vragen of Max het dan ook durfde.

"Oké," zei Max. Hij zei niet dat hij niet durfde. Dat hoefde nu ook niet meer, want Vera was de sigaar. Zij durfde.

Ze liepen naar de keukendeur.

"Je moet in je blootje gaan," vervolgde Max, "anders worden je kleren kletsnat."

"Durf jij dat?" vroeg Vera meteen.

"Tuurlijk," zei Max stoer. Hij had het gezegd voor hij er erg in had.

"Toe dan! Toe dan!" gilde Vera en ze begon alvast aan zijn kleren te trekken om hem te helpen met uitkleden.

Even later stond Max in zijn blootje op de keukenmat. Het was niet zo koud als waar hij bang voor was geweest. Het was zelfs een beetje warm. Vera deed de keukendeur open. Het enorme kabaal van de regen stroomde het huis binnen. Op de tegels van het terras spatte het water zo hard uit elkaar dat er wolken van kwamen die door de wind die er stond zo tegen Max aan werden geblazen. Hij haalde diep adem.

"Drie, twee...één.." begon Vera intussen. Ze moest echt brullen om boven de regenherrie uit te komen.

Max kneep zijn neus dicht.

"Start!" schreeuwde Vera. Ze gaf Max een stevige duw in de rug.

Hij struikelde de regen in en deed een paar onhandige passen. Daarna wist hij niet waar hij heen moest.

Dat waren ze helemaal vergeten. De regen in was één ding, maar wat kwam daarna? Max keek verschrikt om zich heen. Aan het einde van de tuin lag het schuurtje, maar daar kon hij niet heen, want het had in brand gestaan en het dak lekte als een zeef. Onder een boom gaan staan had ook geen zin. De regen viel dwars door de bladeren heen. En de meeste bladeren werden gewoon afgerukt.

Vera zag hoe Max aarzelde. De regenstralen waren zo dik dat Max er piepklein in leek, eigenlijk meer een schim dan de Max die Vera kende.

"Max! Max! Kom terug!" brulde ze.

Heel in de verte hoorde Max nu een geluid. Het leek zijn naam wel. Hij draaide zich om, wat nog niet meeviel in de regen. Verderop, achter het watergordijn, zag hij Vera staan. Ze wenkte naar hem. Hij holde naar haar toe. Het ging zo langzaam dat het wel zwemmen leek. Toen hij eindelijk binnen was, kon hij alleen nog maar zeggen. "zie je nou wel, ik durfde..."

Vera gaf hem een dikke zoen en een handdoek.

    • Martin Bril