Op naar de 58ste

DE PARTIJEN IN Italië dragen nieuwe namen. In plaats van christen-democraten versus communisten is het nu de Olijfcoalitie tegen Forza Italia en bondgenoten. Maar één ding is hetzelfde gebleven: Italiaanse kabinetten beklijven niet. Deze week kwam de 57ste regering sinds 1945 aan haar einde. Premier D'Alema gaf er de brui aan nadat rechts afgelopen zondag bij regionale verkiezingen de meerderheid van centrumlinks had afgesnoept. Van de vijftien gewesten hebben er nu acht een rechtse gouverneur. Dat waren er vier. Maar nog meer gold dat D'Alema het in zijn eigen coalitie verbruid had. Niet dat er grote politieke meningsverschillen zijn, het klassieke Italiaanse spel om de macht heeft centrumlinks parten gespeeld, zoals dat ruim vijf jaar geleden rechts naar de oppositiebanken dwong.

Italië maakt dus een vertrouwde indruk. Het gaat economisch redelijk goed ondanks de politieke versplintering en de daaruit voortvloeiende verwarring. Van belang is dat centrumlinks, onder andere leiding, de rit voltooit – al was het maar om het voor volgende maand geagendeerde referendum over de hervorming van de kieswet veilig te stellen. Als de regeringsvoorstellen worden aangenomen zal dat de proportionaliteit in het electorale systeem praktisch uitbannen, met als gevolg dat de calimero's onder de politieke partijen minder gemakkelijk tot de parlementsbanken zullen doordringen.

IN THEORIE IS zo'n ingreep langs de grote politieke scheidslijnen neutraal, maar in de praktijk wil het nog wel eens anders uitpakken. Daarom eist rechts dezer dagen, met de mediamagnaat en ex-premier Berlusconi als woordvoerder, vervroegde verkiezingen. Geen nieuwe regering zonder de kiezer te raadplegen, luidt zijn pleidooi. Hoe democratisch dit ook klinkt, het argument is vooral ingegeven door de vrees dat rechts van de kieswethervorming weinig goeds heeft te verwachten.

Die vrees is natuurlijk zo lang als zij breed is. De tegenstelling tussen Noord en Zuid, de instroom van vreemdelingen over Italië's nauwelijks te bewaken kusten, de toenemende onveiligheid, in ieder geval zo gevoeld, maken Berlusconi en zijn partners aantrekkelijk. De vorige keer liep het mis tussen de leiders van Forza Italia en Lega Nord, de nieuwe rijke Berlusconi en de populistische separatist Bossi. Maar nu zij elkaar weer in de armen zijn gevallen, vormen zij voor centrumlinks een politiek geloofwaardig alternatief – zoals afgelopen zondag is gebleken. Ook na een kieswethervorming blijft dat alternatief overeind. Alleen, rechts had nu al graag willen incasseren.