Ongeval

Het ongeval moest net gebeurd zijn. Een groepje mensen op de hoek van de straat wist nog niet wat er aan de hand was. Honderd meter verderop waren alleen de helmen van bouwvakkers te zien die zich naar één plek op de straat vooroverbogen.

Ik liep de straat in tot de plaats van een vergevorderd groot nieuwbouwproject. Op het stoepje ervoor lag een bouwvakker op zijn buik. Hij bewoog niet, maar zijn ogen stonden wijd open en hielden de omgeving scherp in de gaten. Hij praatte zachtjes tegen iemand naast hem. Ik hoorde dat een bouwelement op hem was gevallen. Elke beweging deed hem hevige pijn, hij moest ernstige breuken hebben opgelopen.

Hoe merkwaardig het ook klinkt, maar alles wat daarna gebeurde, was een lust voor oog en oor. Binnen enkele minuten was een politieauto ter plekke. De straat werd efficiënt afgezet. Nog geen vijf minuten later kwam een ziekenauto met loeiende sirene aangescheurd. De brancardiers keerden de man behoedzaam om en snoerden hem zorgvuldig in.

In een oogwenk was alles afgehandeld. De bouwvakkers klommen alweer naar boven om hun werk te hervatten. Het leven ging door, zoals het altijd doorgaat. Alleen voor die ene ongelukkige bouwvakker was er écht iets gebeurd. Vanaf nu was zijn leven volkomen ontwricht. Ziekenhuis, operaties, revalidatie, de onvermijdelijke vraag: zou hij nog ooit zonder angst op een steiger kunnen staan? En dan de paniek in zijn gezin bij het eerste telefoontje: uw man heeft een ongeluk gehad, nee, hij is niet dood.

Maar daar zaten wij omstanders niet mee. Gelukkig maar. Er was weer eens een beker aan ons voorbijgegaan. Het eigenaardige was zelfs dat de hele gebeurtenis een zeker bemoedigend en hoopvol effect had. Al die goed georganiseerde zorg, de soepele doelmatigheid van de operatie je besefte dat Nederland een land was waar je je een buil kon vallen.

Een verwante gewaarwording had ik een dag eerder gehad, toen ik de nieuwe tentoonstelling van World Press Photo in Amsterdam bekeek. Er was weer erg veel Oorlog & Ellende te zien, en juist daarom viel die schitterende foto in een Frans brandwondencentrum zo op. Er worden slachtoffers met een nieuwe methode behandeld. Zelfs mensen die voor negentig procent zijn verbrand, hebben nog enkele gezonde stukjes weefsel, bijvoorbeeld tussen hun tenen. Dat wordt op kweek gezet en vermenigvuldigd: in nog geen drie weken groeit er een stuk huid dat 10.000 maal zo groot is als het origineel.

De foto's van de huidtransplantatie waren te gruwelijk om aan te zien. Maar er was ook een foto waarop drie verplegers de patiënt naar de operatiekamer dragen. Ze houden het lichaam horizontaal voor hun borst, je ziet niet meer dan een soort in windsels gehulde mummie. Het tafereel is vervuld van hoop, optimisme, triomfantelijkheid zelfs. De overwinning van het leven op de dood. Zoiets.

Ja, als dat zou kunnen.