Olympisch vuur

Het olympische vuur maakt dit jaar een lange reis van zo'n 27.000 kilometer, om uiteindelijk de Spelen in Sydney te bereiken. Zoals het hoort werd het vuur ontstoken in Griekenland, waarna de meest vreemde plekken werden bezocht met de brandende toorts. Tegenwoordig is dit vuur een belangrijke olympische traditie, die in 1928 is begonnen in Amsterdam. Dat ging niet zo stijlvol als nu: een ambtenaar van het Gemeentelijk Energie Bedrijf had de marathontoren beklommen zonder dat iemand het in de gaten had. Vrij onverwacht werd het vuur ontstoken, of beter gezegd, voor een rookontwikkeling gezorgd. Het was een heel mager vuurtje, maar een traditie moet toch ergens beginnen.

Het ontsteken van de toorts op de berg Olympus gebeurde voor de eerste keer op 20 juli 1936, voor de Spelen in Berlijn. Twaalf dagen later arriveerde het vuur tijdens de opening, voor de ogen van onder andere een lid van het Britse Comité. Hij schreef: `Aan de top van een vele treden tellende trap verscheen een prachtig geproportioneerde, vlasharige atleet. Hij snelde licht de trappen af, in zijn rechterhand de toorts. Voor de gehele wereld als een atleet uit de Griekse mythologie snelde hij halverwege de baan rond en aan de westzijde de trappen op. Toen de vlammen omhoog likten, barstten de toeschouwers in applaus uit.'

Dat de klassieke Griekse atleet naakt zijn sport beoefende, vergeten we maar even. Die prachtige atleet heette trouwens Frits Schilgen en was niet toevallig uitgekozen als fakkeldrager. Hij had alle voor de nazi's goede kenmerken van een Ariër: lang, blond en gespierd. De geschiedenis van de traditie van het olympische vuur ligt dus – net als de Volkswagen, de snelweg en Moederdag – in Nazi-Duitsland.

Dat neemt niet weg dat het olympische vuur niet meer is weg te denken. Sommige atleten zouden dat overigens liever wel doen. Zoals Guido Caroli, die op de Winterspelen van 1956 in Cortina D'Ampezzo schaatsend de toorts voerde. Precies op het moment dat hij de ere-loge van de president passeerde, struikelde hij bijna over een microfoonkabel. Met veel pijn en moeite strompelde hij verder, behield net het evenwicht en trok zich daarna vertwijfeld terug. ,,Bij de twee generale repetities was ik over de draden gestapt. Nu bleef ik doorglijden, met geheven hoofd, in de overtuiging dat de baan was vrijgemaakt.''

De Oostenrijkers drukten ook een stempel op `hun' Winterspelen van 1976: daar werden twee vuren ontstoken. Het land was trots dat het eindelijk de Spelen mocht organiseren en liet dat duidelijk zien. Dat was nog altijd beter dan de rookwolk van Amsterdam.