`Niemand kijkt je aan'

Interactiviteit. Levendigheid. Simultaan vertalingen van de mis in het Engels en Frans, met een lichtkrant geprojecteerd boven de preekstoel. Wilde ideeën misschien, maar wellicht zijn ze ook dé oplossing voor de leegloop van de rooms-katholieke kerken in Nederland.

Hoewel de autochtone katholiek steeds minder de behoefte voelt om de mis bij te wonen, blijkt er een grote categorie allochtonen te zijn die zoekt naar de juiste geloofsbeleving: de kinderen en kleinkinderen van Afrikanen die sinds het einde van de negentiende eeuw zijn gedoopt door Europese missionarissen.

Om allerlei redenen emigreren ze naar Nederland, waar ze zich vervolgens willen aansluiten bij een parochie, maar waar zij ook, teleurgesteld, de katholieke kerk de rug toekeren. ,,Niemand kijkt je aan. Je wordt niet extra welkom geheten. Je moet maar zelf een plaatsje in een lege kerk vinden'', zegt Joop Visser van het Afrikanenpastoraat in Rotterdam. Het bisdom Rotterdam, waar naar schatting 30.000 Afrikaanse katholieken wonen uit vooral de Kaapverdische Eilanden, Angola, Congo en Nigeria, houdt zich als enige bezig met migrantenparochies.

Visser: ,,Het is een culture shock. Op kerkelijk niveau voelen mensen zich niet thuis. Ze missen het religieuze en maatschappelijke engagement van de missionarissen in Afrika. De kerken lopen daar niet alleen vol, maar missionarissen zorgen ook voor de opbouw van een school en voor een goede gezondheidszorg. De natuurlijke opvang van nieuwkomers binnen de kerk mist men hier.''

Volgens Visser is het belangrijk juist deze groep katholieken te helpen. ,,De geloofwaardigheid van onze missionaire arbeid van de afgelopen eeuw valt of staat hiermee. Het is toch van de gekke dat we eerst in Afrika proberen contact te leggen en als de Afrikanen dan hier komen, geen serieuze pogingen doen die contacten te onderhouden.''

De opvattingen van de pastor van het Afrikanenpastoraat worden ondersteund door een rapport, `Zorg voor Migranten', dat onlangs verscheen. Opdrachtgever van dit onderzoek is de Stichting Cura Migratorum.

Onderzoekster Judith Maaskant liep een jaar rond in Rotterdam om te zien waar de katholieke kerk tekortschiet bij het ontvangen van migranten uit Afrika.

Maaskant weet uit eigen ervaring – ze woonde een tijd in Ghana – hoe het geloof in Afrika wordt geuit. ,,De dienst duurt nooit korter dan twee uur. Het is gezellig, met veel dans en zang en ruimte voor mensen om zelf iets te vertellen of een lied te zingen, bijvoorbeeld wanneer er een kind is geboren. Maar ook de preek en de liturgie stralen levendigheid uit.''

In Nederland richt de katholieke kerk zich steeds meer op de maatschappij door bijvoorbeeld te helpen bij het invullen van papieren, vertelt Maaskant. ,,Voor migranten is die maatschappelijke hulp minder belangrijk. Het is een startpunt, maar het aanhalen van de geloofsband is voor hen nog veel belangrijker. Ik sprak met mensen die wel zijn gaan kijken, maar die de kerk zo onherkenbaar vonden dat ze zich aansloten bij protestantse kerken of culturele verenigingen. Daar komt het taalprobleem nog eens bij. Een Kongolees die ik sprak vond dat de taal van de kerk hetzelfde was als een brief van het ministerie van Justitie, geen gewone spreektaal.''

Oplossingen om deze groep katholieken bij de Nederlandse katholieke kerk te betrekken, zijn lastig te vinden, denkt Maaskant. ,,De meest voor de hand liggende oplossing is het oprichten van aparte migrantenparochies, maar dan werk je segregatie in de hand. Anders is er een hele mentaliteitsverandering voor nodig. Ik ken een aantal kerken in Rotterdam-zuid die uit nood, uit angst om uit te sterven, gemengde parochies zijn geworden. Dat zijn Pinksterkerken die de preek zowel in het Nederlands als in het Ghanees houden, maar ik hoop niet dat eerst alle kerken in een crisis terecht moeten komen om dat voor elkaar te krijgen.'' De Stichting Cura Migratorum heeft het signaal uit het rapport van Maaskant opgepikt. Komend jaar zullen studenten van de Katholieke Universiteit Brabant onderzoek doen naar katholieke migranten in andere Nederlandse steden.