Kus ze bewusteloos!

De 150 Pokémon-monstertjes waar kinderen in de hele wereld gek op zijn, hebben eeuwenoude voorgangers: de mythische dieren uit het Japanse Shinto-geloof.

`Een echte vos heb ik in Japan nooit gezien. Aan mythische dieren is in Japan meer plezier te beleven dan aan echte,' schrijft Rudy Kousbroek in zijn deze week verschenen boek In de tijdmachine door Japan.

Miljoenen kinderen in Japan, Amerika en West-Europa zijn het met Kousbroek eens. Daarom zullen Nederlandse kinderen de komende weken (paasvakantie) in de rij staan voor de bioscopen voor de Japans-Amerikaanse tekenfilm Pokémon, De Film. Want de hele wereldwijde Pokémon-rage met computerspelletjes, ruilkaarten, tekenfilms voor tv en bioscoop, draait namelijk om fantasiebeestjes met magische krachten, pocket monsters, kortweg Pokémon, die geïnspireerd zijn door dezelfde mythische Japanse dieren waarover Kousbroek schrijft.

In zijn boek vertelt Kousbroek hoe hij, de oude Hofreis van de Nederlandse VOC-ers nareizend, dierenbeelden tegen komt in nog steeds gebruikte tempels van de duizenden jaren oude natuurreligie van Japan, Shinto. Alles kan een godheid, een kami, bevatten in dat geloof: de bergen (onder andere de Fuji), de wind, bomen, mensen, water en natuurlijk de zon.

Dieren, zoals vossen, paarden, vogels, maar ook katten en slangen worden als boodschappers van deze natuurgoden beschouwd, hulpjes met bovennatuurlijke krachten. Zo is de vos bijvoorbeeld de boodschapper van de godin van de rijst, en draagt attributen bij zich zoals een sleutel of een bal. Ook zijn er verhalen over vossen met vlammen uit hun staart, dieren die van gedaante kunnen veranderen.

Het is duidelijk dat de Shinto-dieren de oer-Pokémon zijn. Allemaal beschikken ze over verschillende magische krachten. Ook zijn er stenen, wolken, bloemen en radijsjes met bovennatuurlijke krachten. Er is een vos met telekinetische krachten (zie kader over Uri Geller versus de lepelbuigende vos), een witte vos met negen staarten, een paard dat vuur uit zijn staart kan schudden, een vlinder die slaappoeder verspreidt, een vechtend rotsblok dat de aarde kan laten schudden en ga zo maar door.

Het basisidee van Pokémon, van origine een Japans computerspelletje uit 1996, is dat de speler probeert 150 in het `wild' levende pocket-monsters te vangen en te trainen. Zo worden de wezens uit de `natuur' hulpjes met bovennatuurlijke krachten van de speler, de Pokémon-trainer. Die kan in het computerspel, maar ook in het immens populaire ruilkaartenspel, zijn of haar Pokémon (het Japans kent geen aparte vorm voor enkelvoud of meervoud) laten vechten tegen de Pokémon die zijn tegenstander gevangen en getraind heeft.

Die Pokémon-gevechten zijn geen gevechten op leven en dood, zoals dagelijks ook op de Nederlandse televisie in Pokémon-tekenfilms te zien is. Pokémon kunnen elkaar alleen bewusteloos maken. Bloed vloeit er niet – en dat is in de geest van de Shinto-religie, die sterk hecht aan natuurlijke harmonie en zuiverheid. Bloed is onrein.

Zuiverheid

Zoals je in het Shinto-geloof vuurgoden, watergoden, luchtgoden en steengoden hebt, zo heb je in de Pokémon-wereld water-Pokémon, lucht-Pokémon, gras-Pokémon, vuur-Pokémon, etc. Kinderen weten precies welke soort Pokémon ze moeten inzetten tegen welk type Pokémon van de tegenstander, want water en vuur verdragen elkaar niet.

Pokémon lijkt speciaal ontwikkeld om streng-christelijke gelovigen tegen de haren in te strijken, stelde Robert Clarke onlangs in The Independent. Streng-christelijke dominees in Amerika hebben vorig jaar al openlijk Pokémonkaarten verbrand, omdat zij in de Pokémonrage het werk van de duivel zien: propaganda voor heidense rituelen. Dominee Brett Peterson legt het in een lang artikel op zijn internetsite uit: `In Japan is Shinto ontstaan uit ontzag voor natuurverschijnselen, zoals de zon, water, stenen, bomen en zelfs geluiden: Jiggly Puff, een schattig uitziende [roze, ronde] Pokémon zingt alleen maar en dat geluid brengt iedereen in slaap, in trance.' Volgens Peterson brengt het Pokémon-spel kinderen in contact met demonische sferen. Ze raken in trance door steeds de namen van de wezentjes te roepen, zoals Pika, Pika-Tsjoe! of Chardazar, Chardazar! - en dan slaat Satan toe.

Maar dat is niet het enige. Ook het feit dat de Pokémon wezentjes zich kunnen ontwikkelen, evolueren, bijvoorbeeld het vosje Abra dat zich ontwikkelt tot de vos Kadabran, is tegen het zere been van dominees als Peterson. `Luister Christenen,' besluit hij zijn anti-Pokémon-pamflet, `De vijand is subtiel en probeert de geest van onze kinderen te beïnvloeden. Pokémon draagt alle grondbeginselen van valse godsdiensten en occulte praktijken. Bovendien indoctrineert het kinderen met evolutionair gedachtengoed en heidens geloof.' In Amerikaanse staten als Kansas, waar de evolutieleer geschrapt is uit de onderwijsprogramma's en vervangen door de bijbelse scheppingsleer, komen zulke waarschuwingen hard aan.

Toch kan niemand volhouden dat Pokémon-spellen en -tekenfilms serieuze propaganda maken voor Shinto-religie of welke andere occulte praktijk dan ook. Ze verwijzen ernaar, maar occulter dan Kuifje's Vlucht 714 is dat niet, en het merendeel van de `magische' krachten die de Pokémon bezitten, zijn humoristisch.

Sexy

Natuurlijk zijn er onder de Pokémon klassieke monsterachtige slangen en draken die vuurspuwen of horrorachtige vleermuizen met lange tanden. Maar het aantrekkelijke van de Pokémon-menagerie is dat het arsenaal monsters met een groot aantal geestige types is uitgebreid, bijvoorbeeld met een klein sexy vrouwelijk wezentje, een gezette nachtclubdanseres van trollenformaat. Ze heet Jynx en volgens de handboeken, die door kinderen als beurspagina's bestudeerd worden, kan deze Jynx aanstekelijk bewegen en dansen en zo iedereen in een trance brengen. Bovendien beschikt ze over bovennatuurlijke zoenkracht: ze kan iemand bewusteloos kussen – dat is haar voornaamste wapen.

Omdat het niet meevalt om achter de tekentafel 150 monstertjes te verzinnen, goed- of kwaadaardig, hebben de tekenaars niet zonder gevoel voor zelfspot ook vergezochte `monsters' ontwikkeld, zoals een eendje dat een prei onder zijn vleugel heeft, bedoeld om de tegenstander om de oren slaan. Zijn naam is `Farfetch'd': Vergezocht.

Die humor verraadt de invloeden van de in Japan zeer populaire stripcultuur manga en zijn tekenfilmpendant, anime in de wereld van Pokémon. Mangastrips hebben ook in Amerika en West-Europa liefhebbers gevonden, in de Kunsthal in Rotterdam was onlangs nog een manga-expositie te zien, maar daarbij gaat het vooral om de meer op pubers en volwassenen gerichte stripversies, waarin taboes op gebied van geweld en seks in beeld worden gebracht op voor Westerlingen ongekend ongeremde wijze: grootogige, onschuldige meisjes worden daarin door wrede mannen gemarteld. Daarvan is in de meer op jongere kinderen gerichte Pokémon-wereld geen sprake: ondanks alle Pokémon-knokpartijen hebben vooral de onschuldige grootogige typetjes de overhand.

Toch is in de Japanse Pokémon tekenfilmserie die 's ochtend in Nederland op de kindertelevisiezender Fox Kids te zien is (dagelijks net voor schooltijd) wel iets van die kinky manga-fantasieën te bespeuren. Vooral de vaste tegenstanders van de held, de 10-jarige Pokémontrainer Ash Ketchum met zijn vaste vriend de Pokémon Pikachu, zijn campy, undergroundachtige helden. Domme slechteriken zijn ze, een jongen en een meisje die de namen Jesse en James dragen. Hij heeft blauw haar, zij rood haar in de coupe van Jerry Hall, en ze dragen zwartleren pakjes. Ze kondigen hun acties om Ash en zijn vrienden te dwarsbomen aan met een standaardkreet: `Wij willen de wereld de kwaadaardigheid van liefde laten zien, wij willen de sterren bereiken.'

In Japan zijn volgens The Independent ook afleveringen uitgezonden waaruit blijkt dat de jongen met het halflange blauwe haar eigenlijk een transseksueel is, maar die episodes worden de Westerse televisiemarkt onthouden.

Rijst met stokjes

Het grote wonder van de wereldwijde Pokémon-rage is, dat al die grappen en toespelingen op de Japanse cultuur (in de tekenfilmserie wordt rijst met stokjes gegeten, baadt men zittend, slaapt men op matten) moeiteloos geaccepteerd wordt door westerlingen. De miljoenen westerse kinderen, die opgegroeid zijn met de Gelaarsde Kat, kennen de context niet en toch spreken de magische monstertjes hen aan.

Dat komt deels door de slimme vertalingen en aanpassingen die de Amerikaanse Nintendo uitgevoerd heeft. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de steen-Pokémon Geodude, die evolueert in een steenachtig monster dat Golem heet. Daarmee is hij van een Shinto-achtig wezen veranderd in een wezen uit de joods-christelijke traditie: de golem, de door een rabbi van klei nagemaakte bijna-mens, die verlossing en rampspoed brengt. Harry Mulisch' recente roman De procedure is gebaseerd op die mythe, en de Pokémon-kaarten kunnen door leraren Nederlands makkelijk worden ingezet als speelse introductie op Mulisch want dankzij Pokémon hebben de meeste kinderen in Nederland een beeld de golem. Pokémon-De Film behandelt eveneens het thema van Mulisch' roman: het kunstmatig scheppen van leven en de gevolgen daarvan. In de Pokémon-film wordt een nieuwe Pokémon Mewtwo in een laboratorium samengesteld uit erfelijk materiaal van Mew, een natuurlijke, katachtige Pokémon. De geleerden willen een super-Pokémon maken, de 151ste, en dat leidt tot een identiteitscrisis van dit kunstmatig geschapen wezen: uit woede omdat hij nergens bij hoort wil hij wraak nemen op de wereld.

Het gaat kinderen niet in de eerste plaats om die verhalen. Zij vinden de Pokémon-beestjes gewoon leuk om de bijbehorende kaartjes te verzamelen, waarbij de pret nog groter wordt doordat de wezentjes veranderen kunnen en je ze in een spel tegen elkaar kunt laten vechten. Zoals kinderen graag met knikkeren willen winnen, zo willen ze ook graag de beste Pokémon-trainer van de wereld worden, of een zeldzame, mooi glimmende `hologram'-kaart van een Pokémon hebben. En zoals volwassenen veel praten over de val van World-Online Nina Brink en de beursgang van Maurice de Hond, zo bespreken kinderen druk de kwaliteiten van verschillende Pokémon, de slagkracht van de beestjes en de eventuele waarde.

Kabeltje

Dat sociale aspect van het spel heeft de Pokémon-bedenker, de 34jarige Japanner Satoshi Tajiri, steeds voor ogen gehad. Hij bedacht Pokémon begin jaren negentig voor de toen zeer populaire zak-spelletjescomputer, de GameBoy van Nintendo. Je kon die spelletjescomputers, ze waren niet groter dan een pocketboek, met een kabeltje aan elkaar verbinden. ,,Dat vond ik een fascinerend aspect,'' vertelde Tajiri vorig jaar in een zeldzaam interview op de webeditie van Time Asia. Zelf een wat vereenzaamde jonge computerspelletjesfreak en manga-lezer, wilde hij een spel ontwikkelen waarbij je contact kon maken met een andere speler. Bovendien herinnerde hij zich hoe hij als jongen gefascineerd was door insecten: hij verzamelde ze en stopte ze in potjes bij elkaar. Uit die herinnering is het idee voor Pokémon ontstaan: beestjes verzamelen die je in een potje kunt doen (in het spel kun je de gevangen dieren in een Poké-bal stoppen) en kunt ruilen met vriendjes. Om alle Pokémon in je computerspelletje compleet te krijgen moet je bij een vriendje met een verbindingskabeltje digitale Pocketmonstertjes van de ene Gameboy naar de andere spelcomputer laten lopen, want geen enkel spel bevat alle 150 broekzakmonstertjes. Bij de firma Nintendo in Japan aarzelden ze toen Tajiri het hen in 1996 te koop aanbood. Gameboy-spelletjes waren achterhaald, vonden ze, tot bleek dat het vooral bij jonge kinderen enorm aansloeg.

Binnenkort brengt Nintendo spellen en kaarten op de markt met 100 nieuwe Pokémon-monstertjes, bovenop bij de al bestaande 151. Dat is nog steeds niets vergeleken met de natuurgoden in het Shinto geloof, dat zorg droeg voor Japans bijnaam: `het land van de acht miljoen goden'.

`Pokémon De Film; Mewtwo tegen Mew' in 90 bioscopen in het hele land; Pokémon-kaarten, computerspellen en tv-serievideo's in speciaalzaken te koop.

Rudy Kousbroek, `In de tijdmachine door Japan. De Hofreis van het jaar 2000.' 200 pag., 225 ill. Uitg. Meulenhoff, f 75.

    • Paul Steenhuis