Ik hou van wild en realistisch

Ze is geen romantische zangeres, zegt Ute Lemper. Ze heeft een voorkeur voor Brecht en Weill en het Duitse cabaret van voor de machtsovername door de Nazi's. Onlangs verscheen haar nieuwe cd.

Zoals ze gefilmd is – het hoofd achterover, het lange blonde haar als een stralenkrans om haar gezicht, de ogen geloken en de hoge jukbeenderen door schaduwen opgelicht – is Ute Lemper een diva als Dietrich of Garbo. Een diva van de eenentwintigste eeuw, die een videoclip voor haar ijl gezongen Little Water Song heeft gemaakt. Terwijl een blauw zweem over haar gezicht de golvende zee suggereert, is ze een vrouw die door haar minnaar wordt verdronken. Hij beneemt haar de adem, zingt ze dubbelzinnig. In haar stem strijdt de doodsangst met een allengs in haar opkomende vrede. Tenslotte komt de dood, het water golft niet meer, de vrouw ligt roerloos in beeld, alsof haar geen haar is gekrenkt.

Little Water Song, geschreven door Nick Cave, is volgens Ute Lemper één van de mooiste nummers op haar deze maand verschenen cd Punishing kiss. ,,Voor iemand als ik,'' zegt ze, ,,die in elk lied het verhaal zoekt, is dit een ideaal nummer – de situatie is surrealistisch, maar de gevoelens bestáán: eerst het verstikkende, het gevecht met die minnaar en langzaam maar zeker het serene. Een stervende vrouw die toch superieur is aan haar moordenaar. Ik hou van de duistere kant in wat ik zing, van het ongemakkelijke. Ik ben geen romantische zangeres, oppervlakkig sentiment interesseert me niet. Ik zing, maar ik ben, denk ik, toch een actrice gebleven.''

Ook in de sjofele club in Londen, die door haar platenmaatschappij is gekozen als interview-locatie, heeft Ute Lemper (36) de allure die haar handelsmerk is geworden sinds ze internationaal eer inlegde met haar ingeleefde vertolkingen van het Brecht & Weill-repertoire. Ze is tenger en kleiner dan ze lijkt als ze optreedt, dat is vaker zo bij sterren. Haar geelblonde haar ligt nu strak achterover langs haar gezicht met de scherpe neus en de wenkbrauwen als hoge dunne boogjes boven fonkelende ogen. Haar stem is gedempt, maar ze zet haar woorden kracht bij met levendige gebaren. Ze spreekt het onbedeesde, ronde Amerikaans van Broadway en Hollywood, waarin heel sporadisch een iets te scherpe medeklinker opduikt – een verre echo van haar Duitse afkomst.

,,Ik woon in New York,'' zegt ze, ,,en mijn man is Amerikaans. Ik ben nu al achttien jaar weg uit Duitsland. Maar ook toen ik nog heel jong was, vond ik het Amerikaans al een heel natuurlijke taal om in te zingen. Jazz-zangeressen als Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan waren mijn eerste grote voorbeelden. Die open klinkers laten zich heerlijk ontspannen zingen. In tegenstelling tot het pure Engels, dat heb ik altijd een beetje snobbish gevonden. Zelfs de Beatles deden destijds hun best om Amerikaans te klinken. Het is nu mijn eerste taal, ik raak ook steeds meer Duitse woorden kwijt.'' En op mijn tegenwerping dat de meeste Duitsers hun geprononceerde accent nooit kwijtraken, hoe lang ze ook al in Amerika wonen: ,,Dat is waar. Toch ging het mij heel makkelijk af; dat zal mijn muzikale oor dan wel zijn.''

Ute Lemper komt uit Münster en volgde vanaf haar negende piano- en danslessen. ,,Natuurlijk wilde ik gewoon ballerina worden, zoals zo véél kleine meisjes,'' verklaart ze. ,,Maar al gauw ging ik meer de jazzy kant uit. Tapdansen vond ik ook heel leuk. Als teenager zong ik bij rockgroepjes en jazzbandjes. Eigenlijk moest je tussen die twee genres kiezen, maar dat wou ik niet.'' Toen ze na de middelbare school toch een keuze maakte, was dat voor acteren. Ze doorliep de gerenommeerde Max Reinhardt-toneelschool in Wenen. Daar maakte ze in 1983 ook haar theaterdebuut, in de Weense versie van de musical Cats. ,,Ik was de enige Duitstalige in die productie. De rest kwam uit het buitenland en had het Duits fonetisch aangeleerd. In het Duitse taalgebied bestonden toen nog nauwelijks mensen die konden zingen èn dansen èn acteren.''

Bloei

Haar eerste faam kwam drie jaar later, toen de Franse theatermaker Jérôme Savary haar vroeg de rol van het nachtclubzangeresje Sally te spelen in de musical Cabaret. Dat leverde haar een Prix Molière op en de uitnodiging een solo-plaat te maken. Ze koos voor Brecht & Weill: ,,Ik heb hun liederen, hoe vaag aanvankelijk ook, mijn leven lang gekend. Ze staan wat mij betreft voor een periode van grote culturele bloei die door de nazi's kapot is gemaakt. Tot de machtsovername stond Duitsland aan de top. Wat er destijds in Berlijn gebeurde, was veel belangrijker dan wat Parijs of Wenen te bieden hadden. In de muziek en de teksten uit de Weimar-tijd rommelt er van alles onder het oppervlak dat nog steeds actueel is. Daarom vind ik dat men het moet blijven horen, en daarom heb ik me graag tot een soort propagandist van dit materiaal gemaakt. Ik zing het omdat het relevant is, niet om er nostalgisch over te doen. Het moet klinken als nieuw.''

Ze maakte die cd voor een kleine platenmaatschappij, maar het grote Decca zag er iets in en nam de distributie op zich. Zo belandde de plaat ook bij de Kurt Weill Foundation in New York, die haar in 1987 vroeg een concert in het Lincoln Center te komen geven. ,,Ze vonden me goed, neem ik aan, maar er was voor hen ook een mooi verhaal aan verbonden. Voor het eerst sinds vele jaren kwam er iemand uit Duitsland die iets interessants deed, in combinatie met het verhaal van Weill zelf, met zijn wortels in het Duitse cabaret, en zijn latere werk op Broadway. Ik heb me toen erg beijverd voor de authentieke klank. Weill werd in Amerika altijd gearrangeerd in de Broadway-stijl van de jaren veertig: overdadig, kitschy. Terwijl ik die spaarzame klank van hout- en koperblazers wilde, die hem veel spannender maakt.''

Op diverse cd's en tijdens veel concerten heeft Ute Lemper de muziek van Weill – en van Berlijnse tijdgenoten als Hanns Eisler, Rudolf Nelson en Friedrich Holländer – sindsdien laten tintelen en schuren. Veel van die nummers, in het Engels gezongen, waren nieuw voor haar groeiende Engelstalige publiek. Buiten het Duitse taalgebied is het Berlijnse cabaretrepertoire uit het interbellum nu eenmaal goeddeels onbekend gebleven. Haar ster steeg. ,,Maar vergis je niet,'' zegt ze vrolijk, haar vingers spreidend als een waaier. ,,Tot dusver ben ik nog steeds tamelijk marginaal. Alleen degenen die altijd al van Weill hebben geweten, kennen mij. Dat is een beperkt publiek. Wel internationaal, tot in Australië toe, maar niet erg omvangrijk. Ik heb één bepaald stempel gekregen. Daar voel ik me zeer comfortabel bij, maar je moet niet denken dat ik wereldberoemd ben. Pas in Chicago stond ik voor het eerst avond aan avond voor een publiek van toeristen. Ik had nog nooit eerder opgetreden voor een groep mensen waar ik zelf niet bij hoor.''

Haar hoofdrol in de musical Chicago, in 1998 in Londen, bracht haar de Olivier Award voor de beste musical-actrice van het jaar. Ute Lemper was dan ook de ideale Velma Kelly, een keihard kreng met een brandende ambitie om haar dubieuze faam als moordenares om te zetten in een mooie dans- en zangcarrière. Lenig en hanig was ze, met lange benen en een stem als van staal. Na negen maanden Londen nam ze de rol mee naar Broadway, maar lang hield ze het daarna niet vol. ,,Ik wil nooit meer acht keer per week in een show staan,'' verklaart ze. ,,Dat is te zwaar.''

Ze kijkt er met gemengde gevoelens op terug: ,,Wat me in Chicago aanstond, was de Brechtiaanse manier waarop John Kander en Fred Ebb die musical hebben geschreven: het leven als theater, waarin elke scène wordt aangekondigd als een nummer in een show. Hoe diep ze beïnvloed zijn door Brecht en Weill, hadden ze ook in Cabaret al laten zien. En wat ik in de choreografie van Bob Fosse herkende, was zijn hang naar expressie. Zoals ik zelf als zangeres nooit heb getaald naar het halen van de hoogste noten, omdat ik altijd een verhaal wilde vertellen, zo werkte Fosse ook. Zijn dans gaat niet over het creëren van de meest virtuoze lichaamshoudingen, maar over de manier waarop een personage in het leven staat.

,,Maar wat me uiteindelijk opbrak, was het feit dat er in mijn rol geen echte diepe emoties zaten. Velma was schaamteloos en misdadig, maar ze bleef toch een schetsmatige figuur. Musicals gaan over stereotypes. Er is zelden een dialoog waar je werkelijk je tanden in kunt zetten. Ik hou van wild en realistisch. Chicago ging alleen maar over show business. Dat is mij te oppervlakkig.''

Ruig

Een aanbod om de titelrol in Evita te spelen, heeft ze dan ook afgeslagen. In plaats daarvan werkte ze het afgelopen jaar aan de cd Punishing kiss, waarop ze nummers zingt van dwarse liedjesmakers als Nick Cave, Elvis Costello, Tom Waits, Philip Glass en het duo Neil Hannon en Joby Talbot, de mannen achter de bombastische popformatie The Divine Comedy. Talbot maakte ook de meeste arrangementen en Hannon zingt hard, ruig en galmend mee in twee duetten, waarvan er één verwijst naar het repertoire waaraan Ute Lemper haar reputatie te danken heeft: de Tango ballad, het lied over de hitsigheid van vroeger dat in de Dreigroschenoper wordt gezongen door Macheath en zijn oude liefde Jenny.

En ze zingt al die nummers met een andere stem. Schor en doorleefd in The case continues, waarin een liefdesverhouding afloopt in de vorm van een rechtszaak, desolaat in Streets of Berlin, verbitterd in Couldn't you keep that to yourself, halfdronken in The part you threw away, beurtelings fluisterend en gillend en krijsend in het epische, tien minuten durende Scope J van Scott Walker.

,,Nee,'' antwoordt ze, ,,het is niet zo dat ik bewust naar een stem zoek. Ik probeer telkens in het verhaal en in het arrangement te kruipen. Als het arrangement bijvoorbeeld heel transparant is, zoals in het nummer van Tom Waits, kun je heel intiem zingen. Daar hou ik erg van, dat je elk kraakje in je stem kunt horen. Dat is theater – niet de dramatische uitvergroting, maar juist de hoogste vorm van integriteit. Bij andere songs ga je weer meer mee in de groove, zodat je automatisch een ander geluid krijgt. Maar dat is toch ook logisch? Zelfs als je binnen de Dreigroschenoper zou blijven, zing je Polly Peachum toch ook met een heel andere stem dan Jenny? Ze staan op verschillende manieren in het leven, maken andere dingen mee en hebben dus ook een andere stem.''

Sommige nummers werden speciaal voor haar geschreven, andere bestonden al. Zo werd Streets of Berlin door Philip Glass geschreven voor de film Bent, waarin het bij een tingeltangel-piano werd gezongen door Mick Jagger. In de versie van Ute Lemper is het een huiveringwekkend sfeerbeeld van een verloren stad, waar ondergronds de U-Bahn lijkt te grommen. Zelf was ze er op oudejaarsavond nog het middelpunt van een gala-concert in het pas herbouwde Adlon-hotel aan de Kurfürstendamm. ,,Om te beginnen werd dat goed betaald,'' zegt ze verontschuldigend, ,,maar daar komt bij dat ik dat deel van Berlijn, vlakbij de Brandenburger Tor, fascinerend vind. Het is levende geschiedenis, waardoor je helemaal wordt ondergedompeld. Terwijl de rest van Duitsland altijd bezig is geweest het oorlogsverleden van zich af te schudden, weg te moffelen.''

Voor het eerst verheft Ute Lemper nu haar stem. ,,Ik word constant met de geschiedenis geconfronteerd,'' stelt ze vast. ,,Er bestaan veel vooroordelen jegens Duitsers, en terecht. Ik praat juist graag over het verleden, dat is belangrijk. Maar sinds ik er niet meer woon, zijn de Duitsers meestal niet erg aardig voor mij. De scherpste kritieken krijg ik altijd uit Duitsland. Ik hou er ook niet van tussen Duitsers te vertoeven; zodra ik aan boord van een Lufthansa-toestel stap, voel ik me al ongemakkelijk. Duitsers zijn petit bourgeois. Ze staan gauw klaar met een afkeurend oordeel, ze vinden dat iedereen zich normal moet gedragen, dat woord ligt hen voor op de tong. En normal zijn, dat is wel het laatste wat ik wil!''

Ute Lemper: Punishing kiss. Decca 466 4732

    • Henk van Gelder