Haat tegen Hillary

Waarom wordt het duo in het Witte Huis gehaat door zo veel Amerikanen? Deze vraag, die na de Lewinsky-affaire afdoende beantwoord leek, wordt telkens nieuw leven ingeblazen. In haar schotschrift The Case Against Hillary Clinton zet Peggy Noonan in stiletto-proza uiteen wat er zoal schort aan het duo dat van geen afscheid wil weten. Formeel is het boek van Noonan, een tekstschrijfster van de voormalige presidenten Reagan en Bush, gericht tegen Hillary. Maar het is volgens de schrijfster gerechtvaardigd hem bij haar te betrekken, omdat ze zich in 1991 als `twee voor de prijs van een' aan de Amerikaanse kiezer voorstelden. Haar zaak tegen Hillary is onlosmakelijk verbonden met haar aanklacht tegen Bill.

Noonan begint strijdlustig. Dat Hillary Clinton populair is verbaast haar niets. Ze biedt troost aan vrouwen die zich vernederd voelen of zijn mishandeld door hun echtgenoot, maar niet de kracht hebben hem aan de kant te zetten. Ze is een inspiratie voor feministes. En ze is de laatste hoop voor idealisten uit de jaren zestig die terugkijken op de smeulende puinhopen van een mislukt leven.

Trap er niet in, schrijft Noonan. Op haar best is Hillary een zachte heelmeester, die met haar psycho-gebabbel iedereen in slaap wiegt. Dat zou een bewuste strategie zijn, om de aandacht van de bevolking af te leiden van haar gebrek aan daadkracht en prestaties. Want wat heeft Hillary Clinton nu eigenlijk tot stand gebracht? Antwoord: niets. De hervorming van de gezondheidszorg liep onder haar bezielende leiding uit op een debacle. Ze doet zich voor als een expert op het gebied van kinderrechten maar heeft verzuimd actie te ondernemen tegen geweld en seks op televisie en in films. En als ze eens een keer iets onderneemt pakt het rampzalig uit. Voorbeeld: haar rol in het op niets gebaseerde ontslag van medewerkers van het reisbureau van het Witte Huis.

De Clintons lijden volgens Noonan aan een manicheïstisch wereldbeeld. Je bent voor ze of tegen ze. Twijfel je aan hun nobele inborst of hun motieven om van Amerika een beter land te maken, dan word je ingedeeld bij de bad guys. In de fameuze warroom – niet voor niets opgezet door Hillary – lichten gehaaide karaktermoordenaars dan je doopceel. Niet hun tegenstanders, maar de Clintons zelf trekken volgens Noonan alles in het persoonlijke. De Clinton-hater is bedacht door de agitprop-machine in het Witte Huis.

Het is een origineel standpunt, maar het overtuigt niet. Als immers iets is gebleken tijdens de Lewinsky-affaire, dan wel dat er daadwerkelijk een poging is ondernomen om de president uit het zadel te wippen. Deze was misschien niet de `enorme rechtse samenzwering' waarover Hillary Clinton sprak, maar toch. Zowel in Arkansas als in Washington hebben rabiaat rechtse zeloten getracht de Clintons uit te schakelen. Ze slaagden er bijna in, omdat ze op steun konden rekenen van veel Republikeinen in het Congres.

Origineel is ook Noonans poging tot een verklaring van de door haar gesignaleerde ontsporing van de Clintons. Zij hebben, schrijft ze, in hun jeugd te veel televisie gekeken. Hun hele leven al zijn ze `omringd en overspoeld, bijna murw gebeukt door beelden'. Daar hadden meer geboortegolvers last van, weet ook Noonan, zonder dat ze er blijvende psychische schade aan hebben overgehouden. Maar bij Bill en Hillary ligt het volgens haar anders: `Zij wilden het beeld in. Zij hadden een hongerig ego en wilden hun saaie doorsnee geboorteplaatsen ontvluchten'. De trauma's van de Clintons, voegt ze daaraan toe, zijn `televisietrauma's' als de oorlog in Vietnam en de burgerrechtenstrijd. Ze namen er niet of nauwelijks aan deel, maar beleefden ze des te heviger. Zoals hun leven is, is volgens Noonan hun politiek: plastic, onecht, zonder ruggengraat, onrustig, wortelloos.

Nu heeft Noonan zelf jarenlang gewerkt voor een president die niet uit beeld was weg te slaan. Het kan haar haast niet zijn ontgaan dat Ronald Reagan op zijn effectiefst was zodra hij op de televisie verscheen. Reagan hield bovendien bij hoog en bij laag vol aanwezig te zijn geweest bij de bevrijding van concentratiekampen door de geallieerde legers, terwijl hem alleen de filmrol daarvan onder ogen kwam. Nee, de `honger' van de Clintons om in beeld te komen werd misschien alleen overtroffen door die van haar favoriete president.

Reagan, schrijft Noonan, had de moed voor zijn overtuigingen uit te komen. De Clintons zouden met de uitslag van de laatste peilingen meewaaien. Ze zijn volgens Noonan egotrippers, die hun eigen welzijn voor dat van de bevolking plaatsen: `Amerika is het toneel van de ambities van de Clintons, niet het doel'. Alweer: geldt dat niet voor meer politici? Gold niet voor Republikeinen van Nixon tot en met Bush dat ze hun overtuigingen graag inwisselden voor hun herverkiezing?

Nee, Noonan haat de Clintons niet. Wel komt ze er voor uit `minachting' voor hen te voelen. Ze hebben volgens haar geen weet van het echte leven. Hillary, schrijft ze, heeft nooit ergens zelf voor hoeven opdraaien. Er was altijd wel een oppas voor Chelsea, er was altijd wel een geheim agent die even boodschappen voor haar deed. Hillary doet haar denken aan het beste meisje van de klas. Niet alleen haalde ze de hoogste cijfers, ze was ook de morele gids. En ze klikte bij de rector over stiekem rokende klasgenootjes. Extreem ambitieus was ze, en bereid om over lijken te gaan. Als dat al geen reden is om haar te haten, dan toch wel om groen en geel te zien van jaloezie.

Peggy Noonan:

The Case Against Hillary Clinton. Regan Books, 181 blz. ƒ61,20

Politiek