Gomperts 2

In zijn bespreking van Gomperts' Een kern van waarheid geeft Hans Goedkoop wel toe dat Ter Braak met twee tongen over joden sprak, maar begint dat meteen te vergoelijken door te zeggen dat het maar om enkele passages in diens werk gaat. Maar: hoeveel passages zijn er nodig om wat er in staat serieus te nemen?

Goedkoop vindt het ook hardvochtig om Ter Braaks uitlatingen over joden niet te plaatsen in het klimaat van de vooroorlogse tijd, waarin antisemitisme gewoon was en besmettelijk. Maar wat men na Auschwitz niet meer kon zeggen (door `overgevoeligheid' zegt Goedkoop) was dat daarvóór niet minstens even verwerpelijk, en duizendmaal hardvochtiger? Kan men een `non-conformist' excuseren met een beroep op de toen zo vervuilde Zeitgeist, en nog wel op het domste deel ervan?

Gelukkig was niet iedereen zo door de Zeitgeist aangetast.

Gomperts vangt Ter Braak op woorden, zegt Goedkoop, en in een `wilde duiding' voegt hij er aan toe dat Gomperts zelf gespleten is en Ter Braak in zichzelf bestrijdt. Maar wat Gomperts in zijn boek bestrijdt zijn bepaalde opvattingen van Ter Braak waar hij het radicaal mee oneens is, maar vroeger te vriendschappelijk overheen las. Hij vangt Ter Braak niet op woorden, maar op gedachtegangen en bijbehorend taalgebruik, aan de hand van nauwgezette tekstanalyse.

Thema's als onverschilligheid voor de waarheid (behalve de kern van waarheid in het antisemitisme!), verachting voor de mensenrechten, oordelen en veroordelen op grond van instincten, het lijkt griezelig precies op het idioom van de nazi-ideologen, hoezeer Ter Braak hen ook mocht verafschuwen.