Fossiel hart wijst op warmbloedige dino

Amerikaanse paleontologen hebben als eersten ter wereld een fossiel van een dinosauriër gevonden waarbij het hart nog aanwezig is. Dat meldt het wetenschappelijk tijdschrift Science vandaag.

Uit het onderzoek van de paleontologen blijkt bovendien dat het hart vier kamers heeft, zoals bij zoogdieren en vogels. Een reptielenhart (dinosauriërs worden tot de reptielen gerekend) heeft maar drie kamers. Daaruit concluderen de onderzoekers dat de opgegraven dinosauriër warmbloedig was. Er wordt al jaren gediscussieerd over de vraag of er warmbloedige dinosauriërs op aarde hebben geleefd.

De onderzoekers groeven het naar schatting 66 miljoen jaar oude fossiel op uit een zandsteenformatie, op een stuk land dat eigendom is van een boer uit Harding County. Het fossiel kreeg daarom de naam Willo, naar de vrouw van de boer. De poten en de linkerzijde van het fossiel waren verdwenen, maar verder bleek het in uitstekende staat. Zelfs weefsels die normaal vergaan, zoals pezen en kraakbeen, waren behouden. Volgens de onderzoekers lijkt het skelet op een Thescelosaurus, een plantenetende dinosauriër ter grootte van een pony.

De paleontologen onderzochten het fossiel vervolgens in een CT-scanner. De samengestelde 3D-computerbeelden onthulden een hart met vier ruimtes, twee boezems en twee hartkamers. Dat is bijzonder, want moderne reptielen zoals krokodillen hebben een hart dat bestaat uit twee boezems en maar één hartkamer. In die ene hartkamer heeft zich in de loop van de evolutie een schot gevormd, zoals dat bij vogels en zoogdieren wordt aangetroffen. Door deze scheiding kon de linker hartkamer zich ontwikkelen tot een stevige, dikwandige spier die het bloed onder hoge druk door het lichaam pompt. Hierdoor kon het lichaam sneller van zuurstof worden voorzien. Dat maakte een hogere verbranding van voedingsstoffen mogelijk waardoor het dier zijn lichaamstemperatuur constant op een hoog peil kon houden. Dit in tegenstellig tot de koudbloedige reptielen die de zon nodig hebben om op te warmen en op zoek te gaan naar voedsel. Het ontstaan van de twee hartkamers geldt als één van de voorwaarden voor warmbloedigheid.

Paleontologen discussiëren al langer over de vraag of er warmbloedige dinosauriërs hebben bestaan. Voor de groep van de therapoden, kleine tweepotige dinosauriërs, zijn daar wel aanwijzingen voor gevonden. Dat lijkt ook logisch, want de therapoden worden gezien als de voorouders van de vogels.

Maar het nu gevonden fossiel behoort niet tot de therapoden. De Amerikaanse onderzoekers vragen zich daarom af of er niet veel meer dinosauriërs hebben bestaan die warmbloedig waren. Om die vraag te beantwoorden, moeten paleontologen beter naar zachte weefsels in fossielen kijken, aldus de auteurs.