Eis vrijlating in Puttense moord

De raadsman van twee veroordeelde mannen in de zogenoemde Puttense moordzaak, mr. P.H. Doedens, eist in een kort geding tegen de staat dat hun gevangenisstraf wordt opgeschort.

Doedens vindt dat minister Korthals (Justitie) de morele en ethische plicht heeft de twee mannen vrij te laten in afwachting van zijn verzoek bij de Hoge Raad tot herziening van de strafzaak. Deze week liet de minister aan Doedens weten geen reden te zien de detentie van de beide mannen op te schorten voordat de Hoge Raad zich over de kwestie had gebogen.

De beide mannen, H. Du Bois en W. Viets, zitten een straf van tien jaar uit en komen in oktober vrij. Het Arnhemse gerechtshof veroordeelde het duo in 1995 wegens moord op de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius. Zij werd op 9 januari 1994 in Putten verkracht en vermoord. In een politieverhoor bekenden de mannen de moord, maar trokken deze bekentenis later weer in omdat deze onder druk zou zijn afgelegd. Op het lichaam van het slachtoffer werden een spermavlek en twee haren aangetroffen. Het sperma was niet van de twee verdachten, zo bleek uit DNA-onderzoek, maar dat stond hun veroordeling niet in de weg.

De Utrechtse raadsman Doedens kreeg onlangs toestemming van minister Korthals om ook de twee haren op DNA te laten onderzoeken. Uit dit onderzoek, dat pas sinds driekwart jaar mogelijk is, is vast komen te staan dat deze haren toebehoren aan een onbekende man die ook de spermavlek op het lichaam van het slachtoffer achterliet. Volgens Doedens is hiermee sprake van een nieuw feit, namelijk het bestaan van een aanwijsbare andere dader, op grond waarvan hij de Hoge Raad verzoekt tot herziening van het proces. Als de Hoge Raad dat verzoek honoreert, volgt een opschorting van de detentie. Zo lang wil Doedens echter niet wachten; de uitkomst van het laatste DNA-onderzoek rechtvaardigt volgens hem onmiddellijke vrijlating in afwachting van het oordeel van de Hoge Raad.