Een volwassen debat

TWEE DAGEN LANG heeft de Tweede Kamer deze week bij monde van de fractievoorzitters gesproken over het allochtonenbeleid. Onder de noemer `integratie van nieuwkomers' pakte de Kamer het debat op dat dit jaar elders in de samenleving was ontstaan, naar aanleiding van het door de publicist Paul Scheffer geschreven essay `Het multiculturele drama'.

Hiermee gaf de politiek op haar manier gehoor aan de oproep in het veelbesproken stuk om de onverschilligheid te doorbreken die rond het thema integratie lijkt te bestaan. Wat dit betreft zijn de fractievoorzitters deze week boven zichzelf uitgestegen. Aanvankelijk heerste in grote delen van de politiek de overtuiging dat het beleid goed was, maar slechts tijd nodig had. Deze constatering spoorde niet met de stroom reacties die het essay van Scheffer losmaakte. De fractievoorzitters hebben er goed aan gedaan deze geluiden serieus te nemen.

Het gevolg was een debat op niveau. Door het onderwerp nu eens niet over te laten aan de fractiespecialisten, maar er zelf over te spreken, hebben de fractievoorzitters het belang van het integratiebeleid aangegeven. Daarbij komt nog dat de meeste politieke aanvoerders zich in eerste instantie niet hebben beperkt tot het bespreken van de diverse knelpunten. Door uitgebreid stil te staan bij de vraag wat er volgens hen onder integratie moet worden verstaan, gaven de fractievoorzitters elk voor zich het debat een extra politieke dimensie. Ze maakten daarmee duidelijk dat de Haagse politiek wel degelijk meer kan zijn dan louter beheer.

DE VOLGENDE VRAAG is vanzelfsprekend of het debat wat heeft opgeleverd. Het belangrijkste resultaat was in feite het debat zelf, omdat daarmee vanuit de Haagse politiek het belang van het onderwerp is aangegeven. Maar juist bij een onderwerp als integratie zijn de mogelijkheden van de politiek beperkt. Het opnemen van allochtonen in de samenleving is immers een verantwoordelijkheid die veel verder gaat dan wat Haagse beleidsmachinerieën kunnen bedenken.

Vanuit die bescheiden taakopvatting heeft de Tweede Kamer de afgelopen dagen toch een duidelijk signaal gegeven. Het ongeduld is groot. Zeker waar het gaat om de inburgeringcursussen is er sprake van treurigstemmende ervaringen die veelal zijn terug te voeren op een teveel aan bureaucratische regelgeving. PvdA-fractievoorzitter Melkert gaf de situatie goed weer toen hij het had over ,,de walmen die elkaar verstikkende bureaucratieën verspreiden''. De vele definities en afkortingen waarmee het allochtonenbeleid is omkleed, wijzen op een welig tierende bureaucratie. Deels is het onvermijdelijk, maar ook hier dreigt weer het beruchte tropisch etagebos te ontstaan van op elkaar gestapelde regelingen zonder dat er ergens wordt gesnoeid.

IN EEN AANTAL moties heeft de Tweede Kamer haar ongeduld verwoord. Zo is het kabinet opgedragen het vraagstuk van de wachtlijsten voor taalonderwijs binnen een jaar op te lossen en over de voortgang elk kwartaal aan de Tweede Kamer te rapporteren. Een stimuleringsmaatregel voor voorschoolse opvang moet uiterlijk op 1 september ingaan, met andere woorden over nog geen vijf maanden. Het zijn ambitieuze voornemens, waarvan slechts te hopen is dat ze niet in teleurstelling eindigen.

Een van de hoofdpunten in de discussie over het multiculturele drama was het breed gedragen gevoel van een gebrek aan urgentie. Die klacht heeft de Tweede Kamer met haar oproepen aan het kabinet weggenomen. Nu de rest van de samenleving nog.