Droste-effect bij De Punt

Het is dat Jaap Scholtens tweede roman zo lang op zich heeft laten wachten; dat de opvolger van zijn veelgeprezen generatieboek Tachtig (1995) al een zomer geleden in de prospectus van uitgeverij Contact werd aangekondigd. Anders zou je kunnen denken dat Scholten op ideeën is gebracht door het verrassende succes van De passievrucht van Karel Glastra van Loon. Niet zozeer omdat Morgenster op een vergelijkbaar vlotte manier geconstrueerd en geschreven is, maar omdat de roman net als die van Glastra hét grote thema van de jaren nul aansnijdt: erfelijkheid.

Draaide De passievrucht om de zoektocht van een onvruchtbare man naar de vader van zijn `zoontje', Morgenster gaat over een jongen uit een rijke familie die er na vele jaren achter is gekomen dat hij een in het ziekenhuis verwisseld kind van andere ouders is. Zijn pogingen om de waarheid te achterhalen, en in het reine te komen met zijn verleden, raken in de eerste plaats aan het aloude nature-nurture-debat (wat is belangrijker, opvoeding of biologische afkomst); ze geven ook aanleiding tot dezelfde populair-wetenschappelijke uitweidingen die de roman van Glastra kenmerkten. De door Scholtens hoofdpersoon gedebiteerde stelling `dat vijf tot vijftien procent van de officiële vaders in Nederland niet de biologische zijn' is zelfs bijna letterlijk in het Generale-Bankprijswinnende boek te vinden. Laten we het erop houden dat de tijd, en dus de literatuur, er rijp voor is: DNA-kwesties met een menselijk gezicht. Maar er is nog een andere overeenkomst tussen de generatiegenoten Glastra en Scholten (1963). Beiden houden van mulischiaanse didactische romans, boeken waarvan je wat opsteekt. Wie De passievrucht uit heeft, weet op Reader's Digest-niveau het een en ander van ethologie en biologie; de lezer van Morgenster kan tot in details meepraten over een van de traumatische gebeurtenissen uit de naoorlogse Nederlandse geschiedenis, de Zuid-Molukse treinkaping bij De Punt in 1977. Wat de negen kapers bezielde, hoe de 45 gijzelaars zich voelden, welke overwegingen de Nederlandse regering had om het leger bij de bevrijdingsactie in te zetten – het wordt in Morgenster allemaal uitgebreid uit de doeken gedaan.

De tweede Molukse treinkaping is namelijk de oorzaak van de verwisseling die het leven van de hoofdpersoon bepaald heeft. Octave Dupont, eigenlijk de zoon van de familie Jacobs, werd geboren in het Groningse ziekenhuis dat op de elfde juni 1977 in rep en roer wachtte op het binnenbrengen van de gewonden uit de 's morgens bevrijde trein. Dat hij daar überhaupt was, kwam doordat het lawaai van de ingezette Starfighters de weeën van zijn moeder vroeger op gang had gebracht. En zo, onder het gesternte van Venus (de Morgenster), kon hij verwisseld worden met de jongen die zijn leven zou leiden onder de naam Finn Jacobs. Het is een klassiek negentiende-eeuwse verhaallijn, gestoken in een modern jasje.

Morgenster speelt zich af aan het eind van de jaren negentig, en begint wanneer Octave, net vader geworden, in een aanval van paniek zijn vrouw en zoon verlaat om naar een Noord-Italiaans hotel uit zijn jeugd te rijden. De sentimental journey is de aanleiding voor een aantal flashbacks: naar zijn jongensjaren in de familie Dupont, een geslacht van rijke industriëlen die leefden met `een mengeling van grandeur en kneiterigheid, van kosmopolitisme en calvinisme'; naar het moment dat hij van zijn broer Godfried te horen krijgt dat hij `anders' is dan de rest van de familie; naar zijn ontmoeting met Finn als hij zestien is; en naar het sterfbed van zijn (aangenomen) moeder, die altijd heeft geweigerd om verwisseling te accepteren, omdat ze vond dat het de opvoeding is die de mens vormt en niet zijn genetisch materiaal.

Octave is een verknipte jongen, een twijfelaar die leeft in het verleden (`een koninkrijk dat iedere werkelijkheid overtreft' in de woorden van zijn soulmate Finn). Hij beschouwt zichzelf als een toeschouwer van zijn eigen leven, die altijd zoekende zal blijven. Want `het zijn de zaken die toegedekt blijven waardoor je bepaald wordt. Het verborgene maakt je tot wat je bent.' Finn heeft meer vrede met zichzelf, al is hij wel geobsedeerd geraakt door de kaping die zijn lot bezegeld heeft. Hij ziet parallellen. `Het kenmerk van de gegijzelde,' zo legt hij in een lange monoloog aan Octave uit, `is dat die het heden ontkent en eindeloos het verleden repeteert.' En eerder heeft hij al gefilosofeerd over het Droste-effect waar hij en Octave het slachtoffer van zijn geworden: `de regering gijzelt de Molukkers, de Molukkers gijzelen hun kinderen, de kinderen gijzelen een trein met willekeurige Nederlanders, en ten slotte jij en ik levenslang gegijzeld.'

Finns didactische monoloog over de achtergronden van de kaping – die, in stukken gehakt, de helft van het tweede deel van Morgenster beslaat – is een literair zwaktebod. De spanning die zijn verhaal oproept, wordt tenietgedaan door de onnatuurlijke, boekige, zinnen waarin Scholten hem laat praten. Finn is een bordkartonnen figuur, en wat erger is: hij is niet de enige. Wie heeft gelezen hoe Octave en zijn vrouw Tina aan de telefoon praten, in clichés en valse sentimenten, kan ook in de andere hoofdpersonen van Morgenster niet geloven; te meer daar ze handelen en reageren als cyborgs die door de verkeerde programmeurs onder handen zijn genomen. Waarom Octave halsoverkop vertrekt, wordt evenmin duidelijk als waarom Tina zo lauw reageert op zijn onvolwassen vlucht naar het Zuiden. Maar misschien mogen we dat ook niet verwachten. Zoals Finn het formuleert, in een van zijn weinig oorspronkelijke mijmeringen: `er is geen waarom, hooguit een hoe. Dat is namelijk het enige dat er te weten valt.'

Het is niet moeilijk om te zien wat voor ambitieuze hybride Jaap Scholten met Morgenster voor ogen heeft gestaan: een lekker leesboek dat een illustratie zou zijn van eigentijdse discussies, en tegelijkertijd een negentiende-eeuws familiedrama dat verknoopt was met de recente geschiedenis. Vooral voor het laatste komt hij subtiliteit te kort. De historie van de Molukse acties is heel wat minder natuurlijk en dwingend in het verhaal verwerkt dan in het twee jaar geleden verschenen (en vergelijkbaar getitelde) Noorderzon van Frank Noë; terwijl je van een drama nauwelijks kunt spreken als de slachtoffers je koud laten.

Saai is Morgenster niet, daarvoor laat Scholten te veel spectaculaire gebeurtenissen op elkaar volgen. En ja, de ware toedracht rondom de Molukse wanhoopsactie bij De Punt zal nog een tijdje in het geheugen blijven hangen. Maar een eigentijdse David Copperfield of Great Expectations is Scholtens langverwachte tweede roman niet geworden.

Jaap Scholten: Morgenster. Roman in drie delen. Contact, 249 blz. ƒ34,90

Nederlandse literatuur