Denken over ondenkbare gaat verder

Heeft de Doema een week geleden START II nu goedgekeurd of niet? Ruslands gekozen president, Vladimir Poetin, wees er maandag in Londen op dat in de goedkeuringswet een voorwaarde is opgenomen: als de Amerikanen hun plan doorzetten om antiraketsystemen te ontwikkelen en te installeren, zal de Russische Federatie zich uit START II terugtrekken. Veel meer dan een schot voor de boeg is dit niet. Door de verloedering van Ruslands strategische kernmacht als gevolg van onvoldoende onderhoud en stagnerende vernieuwing, voltrekt zich al een natuurlijke reductie van het aantal te activeren kernwapens. Anders gezegd: de Russen hebben START II hard nodig om het machtsevenwicht met de VS enigszins te handhaven.

De Russen hebben overigens een overtuigend argument met hun verwijzing naar het verband tussen offensieve en defensieve wapens. In de late jaren zestig ontstond zicht op de ontwikkeling van intercontinentale raketten (ICBM) uitgerust met meer dan één atoomkop, en van de techniek die koppen onafhankelijk van elkaar en zeer nauwkeurig op verschillende doelen te laten neerkomen (MIRV). Het beeld werd wel gebruikt van een autobus waarvan de passagiers na het verlaten van het vehikel ieder hun eigen bestemming zoeken. Dit betekende een vermogen om in een zogenoemde eerste slag en bij verrassing de kernwapens van de vijand uit te schakelen. In plaats van de grote steden werden de ondergrondse silo's doelwit waarin ICBM's gereedstonden om in de hoogste alarmfase gelanceerd te worden. De strategie van de wederzijds verzekerde afschrikking (MAD,) in feite chantage, met elkaars volken als inzet, dreigde ondermijnd te worden. De gewapende vrede die de Oorlog Koud hield, was in gevaar.

Het antwoord op dit nieuwe risico leek tweeërlei. Antiraketraketten zouden in staat zijn de aanvallers uit te schakelen voor zij op aarde verwoestingen zouden kunnen aanrichten. Op den duur werd echter gekozen voor onderzeese atoomstrijdkrachten van zogenoemde SLBM's die niet door ICBM's konden worden opgespoord en dus MAD instandhielden. In de loop der jaren werden ook de SLBM's `geMIRVed'. In het nu weer actueel geworden ABM-verdrag van 1972 kwamen de VS en de Sovjet-Unie overeen dat ieder slechts een zeer beperkte antiraketmacht mocht opstellen. De Amerikanen hebben van die ruimte geen gebruik gemaakt.

Ingrijpende doorbraken in het strategisch denken werden in de jaren tachtig voorgenomen door president Reagan. In plaats van verdere overeenkomsten over limitering van de wederzijdse offensieve kernwapenarsenalen (SALT) zoals in de jaren zeventig bereikt, eiste hij verregaande reducties (START). Bovendien lanceerde Reagan in 1983 zijn Strategisch Defensie Initiatief (SDI,) gepopulariseerd tot Star War). Dat laatste zou een opgeven of ten minste een verregaande amendering van het ABM-verdrag noodzakelijk hebben gemaakt. Maar de technische, financiële en politieke problemen waren te groot om SDI te verwezenlijken. Het einde van de Koude Oorlog maakte ook een einde aan het debat hierover.

De problematiek is intussen niet verdwenen. Het succes in de Golfoorlog is weliswaar aan de zogenoemde `smart wapens' toegeschreven, hoogontwikkelde niet-nucleaire systemen die de strijd in het voordeel van de monopolist beslissen. (En het ziet er na Kosovo naar uit dat het Amerikaanse monopolie op dit gebied voorlopig verzekerd is.) Maar ook potentiële vijanden zitten niet stil. Dat is niet langer Rusland. In de Amerikaanse beoordeling van de strategische verhoudingen in de wereld zijn dat nu zogenoemde schurkenstaten die bereid en straks in staat zouden zijn Amerika en Europa te bestoken met verreikende ballistische raketten, geladen met massavernietigingswapens. Wat te denken van een Saddam Hussein die over dergelijke systemen de beschikking heeft?

Vandaar dat in Amerika verdedigingswapens tegen een aanval met ballistische raketten weer in de belangstelling staan. Evenals destijds SDI wordt het plan voor een mini-SDI verdedigd met het argument dat nooit eerder in de krijgsgeschiedenis mogendheden van defensieve wapens hebben afgezien als zij die konden verwerven. Bovendien wordt het onzeker geacht dat `schurkenlanden' zich door het risico van nucleaire vernietiging zullen laten afschrikken. Maar er is een bijzonder probleem: de positie van Rusland.

Een antirakettenschild boven Amerika, hoe bescheiden ook, beïnvloedt het Russische vermogen om het Amerikaanse continent te treffen, temeer omdat niemand kan voorzien hoe bescheiden dat schild zal blijven als de techniek voortschrijdt. De Amerikanen denken dat probleem te kunnen oplossen door het ABM-verdrag aan te passen. Als daarin de omvang van het schild wordt vastgelegd, moet dat voor de Russen voldoende zijn. Tenslotte is verificatie van de naleving van het verdrag altijd mogelijk. Maar de politieke psychologie wijst in een andere richting. Het ABM-verdrag ontleent zijn betekenis en geloofwaardigheid nu juist aan zijn principiële onveranderlijkheid. Als het eenmaal op de helling staat, zal het steeds verder wegzakken, is de Russische vrees.

Maar waarom willen de Russen met alle geweld het Amerikaanse continent kunnen treffen? We leven toch in een tijd waarin Moskou tot steeds meer internationale fora en organisaties wordt toegelaten en waarin het wordt opgenomen in globalisering en vredeshandhaving (zie Bosnië en Kosovo)? Het simpele antwoord luidt: omdat de VS het Russische grondgebied kunnen treffen. Weliswaar staan de intercontinentale raketten niet langer gericht op hun doelen, maar volgens deskundigen is dat eenvoudig te veranderen.

In dit voor buitenstaanders merkwaardige post-Koude-Oorlogdebat kijkt de Koude Oorlog als het ware achterom. De argwaan regeert. De Amerikanen menen de Russen van het nut van ABM-systemen te kunnen overtuigen. Ook zij zouden immers het doelwit kunnen worden van massavernietigingswapens van derden. Aan Amerikaanse zijde is zelfs al gesuggereerd Moskou bij te staan bij het verwerven van antiraketsystemen. Maar uit de uitlatingen van Poetin in Londen kan worden afgeleid dat het Kremlin voor dergelijk sirenengezang de oren sluit. De Koude Oorlog mag voorbij zijn, maar het denken over het ondenkbare gaat onvermoeid verder. Globalisering is kennelijk geen panacee. De vrede blijft een wankel bezit.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.