Amsterdamse stereotypen

Geloofwaardigheid is ver te zoeken in het nieuwe boek van Aidan Chambers, Niets is wat het lijkt. Jongeren vinden zichzelf `een geboren lulhannes', hebben `een piemel' die `paraat' staat, identificeren zich wat al te uitbundig met de zoon van Rembrandt of met Anne Frank, van wie ze alles, alles weten. Ze zijn belezen en leven een beetje `verliteratuurd.' `Hamlet had het goed gezien met zijn klaagzang dat de handel en wandel op aarde troosteloos, plat, vervelend en nutteloos was. Dat je erdoor bezoedeld werd,' denkt zo'n jongere als hij last heeft van zelfmedelijden. De stijl is tergend oubollig. Tijdens een bevlogen woordenwisseling zegt de ene jongere tegen de andere: `Je weet je mondje wel te roeren zeg.' Een jongere over zijn neus: `Zijn groteske snufferd was en bleef een aanfluiting.'

Aidan Chambers is een internationaal bekend auteur van jeugdboeken. Zijn boeken gaan over zoektochten, naar de (seksuele) identiteit van de personages, naar de juiste manier om in het leven te staan, naar het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid, naar de waarde van literatuur en andere kunst. In Nederland won Chambers voor eerdere boeken drie Zilveren Griffels. Chambers houdt van Nederland, en die liefde draagt hij uit in dit nieuwe boek. In Nederland, en vooral in Amsterdam, is alles anders dan verwacht. Hoofdpersoon Jacob, een Engelse puber, krijgt een pakje lucifers van een Hollandse leeftijdgenoot. Het blijkt een origineel verpakt condoom.

Jacob is in Nederland om een herdenkingsdienst bij te wonen, voor de gevallenen bij de Slag bij Arnhem, en om een oude vriendin van zijn grootmoeder op te zoeken. Deze vrouw blijkt op het punt te staan euthanasie te plegen, maar ze heeft hem eerst nog het een en ander te vertellen over zijn grootvader. Haar relaas beslaat de helft van het boek. In de andere helft volgen we Jacob, die in Amsterdam allerlei interessante mensen ontmoet.

Wie een beetje is ingevoerd in het Nederlandse kinderboekenwereldje, herkent in `Alma', een oude dame, lief en streng tegelijk, woonachtig in een romantisch souterrain aan de gracht, tekenares Mance Post. En Jacobs vriend Daan bewoont het appartement van dichter/schrijver Ted van Lieshout aan de Oudezijds Kolk. Dat zijn afleidende zaken. Maar ook voor wie dit niet weet: Gewone mensen, Amsterdammers die bij de dag leven, niet kunstzinnig zijn, niets van de historie van hun stad weten, komen in Niets is wat het lijkt niet voor. Voor een Nederlandse lezer is het een dweperig boek vol stereotypen.

Het gedeelte over de oude, stervende vrouw die in haar jeugd verliefd werd op een Engels soldaat (Jacobs opa) is beter geslaagd dan het deel dat in het heden speelt. De oubollige toon, waarvan niet uit te maken valt of hij van Chambers zelf of van vertaalster Annelies Jorna (die zeker veel steken heeft laten vallen) komt, past hier. Vertelster Geertrui is tenslotte hoogbejaard. Haar verhaal is bovendien spannend en voor veel Nederlanders relatief onbekend. Uiteindelijk wekt Chambers wel nieuwsgierigheid naar hoe het zit met de familiebanden tussen Jacob en Geertrui en haar kleinkinderen.

Chambers heeft in Niets is wat het lijkt teveel gewild. Jacob is niet alleen ongelooflijk onder de indruk van oude en nieuwe Amsterdammers, van Anne Frank tot de androgyne Chris, ook wordt hij nog eens verliefd op een meisje uit Oosterbeek. Telkens benadrukt Chambers expliciet hoe Jacobs liefde voor deze Hille lijkt op die van de oude Geertrui voor haar Engelse soldaat. Maar het blijft een van de vele zijlijnen, die niet uit de verf komt. Hille schrijft met stroop `Jakob' op haar pannenkoek en dat is dan weer een van die leuke Nederlandse gewoontes, die Chambers al te graag kwijt wou.

Aidan Chambers: Niets is wat het lijkt. Vertaald uit het Engels door Annelies Jorna. Querido. 285 blz. Vanaf 12 jaar. ƒ39,90.

Nederlandse literatuur

    • Judith Eiselin