Afscheidsboek van Louis Velleman

Journalist Louis Velleman, die zaterdag in Amsterdam overleed, heeft enkele dagen voor zijn dood zijn jeugdherinneringen gepubliceerd in Eigenlijk heet ik Levi. Velleman, geboren in 1919, vertelt daarin onder meer over zijn jeugd als joods jongetje in vooroorlogs Utrecht: `Nooit noemden ze me Louis. Wel Moos of Sammie. Als ik na een voetbalwedstrijd, verslagen op de radio door Han Hollander, naar buiten stormde in de hoop mee te mogen doen met een partijtje, was de standaardvraag: ``Mag Moos meedoen? Nee Moos we hebben je niet nodig.'''

Als negenjarige schreef hij zijn eerste reportage: over een slak die op de keukenvloer van zijn ouderlijk huis was vergaan onder een schep zout. Die werd in Vellemans verbeelding ter aarde besteld met de hulp van dieren die hij kende uit het kinderhoekje van de krant. ``Ik wist die middag van de slak wat ik de rest van mijn leven wilde doen. Verhalen over gebeurtenissen, net zo groot, net zo machtig als de begrafenis van de slak. Het woord ``journalist'' kende ik toen nog niet.'

Velleman meldde zich in 1939 als volontair bij de Haarlemse redactie van Het Volk. In de meidagen van 1940 trok hij met een aantal redactiegenoten naar IJmuiden, waar een schip hen naar Engeland zou brengen. `We bereikten de sluis. Aan de andere kant van de sluis lag een groot, zwart schip. Ons schip. Maar we stonden met zijn allen aan de verkeerde kant, op de zuidelijke kade, we moesten aan de overkant zien te komen. Het hoefde niet meer. Het schip kwam langzaam los van de kade en voer naar links, naar open zee.' Velleman noemt het zelf `de slotscène uit een goedkope film'. Hij dook onder en ontsnapte op het nippertje aan de na de oorlog geëxecuteerde jodenjager Pieter Schaap. Na de oorlog ging Velleman bij Het Vrije Volk. Aan het begin van Vellemans naoorlogse journalistieke loopbaan eindigen zijn memoires. Oorspronkelijk wilde Velleman zijn hele leven in het boek beschrijven, maar daarvoor werd hij te snel te ziek.

Voor Het Vrije Volk was hij onder meer correspondent in Londen en Brussel. Daar werkte hij ook voor de Vara en de NOS. Nadat hij daar met pensioen was gegaan meldde hij zich als vrijwilliger bij eerst de Krant op Zondag en daarna bij weekblad De Groene. In het nawoord van Eigenlijk heet ik Levi zegt de hoofdredacteur van dat laatste blad, Martin van Amerongen, dat Velleman zo pas in de herfst van zijn leven tot volle wasdom kwam en `meester op alle wapenen' was: `in het commentaar zowel als in het essay, in het vraaggesprek zowel als in de reportage'.

    • Arjen Fortuin