Vraagtekens bij eerste proces tegen militairen Atjeh

In de arrondissementsrechtbank van Banda Atjeh, de hoofdstad van de Indonesische provincie Atjeh, is gisteren een juridisch experiment begonnen. Een gemengd team van militaire en burgerrechters leidde de eerste zitting in het proces tegen 24 militairen en een burger, die worden verdacht van moord met voorbedachten rade op een godsdienstleraar en 57 leerlingen.

Het bloedbad vond plaats op 23 juli vorig jaar in Beutong Ateuh, een afgelegen dorp in het zuiden van Atjeh. Een dorpeling – de enige burgerbeklaagde in het proces – had de regionale militaire commandant `getipt' dat Teungku Bantaqiyah, een islamitische schriftgeleerde met een eigen schooltje in het dorp, en zijn volgelingen over wapens zouden beschikken en het separatistische verzet in Atjeh zouden steunen. Daarop rukte een militaire kolonne van 215 man uit, onder leiding van luitenant-kolonel Sudjono, met de opdracht ,,de rebellen op te sporen en in te rekenen, dood of levend''. Bantaqiyah en zijn leerlingen werden gefouilleerd, gedwongen zich uit te kleden en vervolgens neergemaaid. Een deel van de doden werd begraven, een deel in een ravijn gegooid. Een onafhankelijke onderzoekscommissie stelde achteraf vast dat Bantaqiyah en zijn leerlingen over geen enkele wapen beschikten.

Het proces is de eerste rechtszaak tegen militairen die excessen hebben begaan in Atjeh, van 1990 tot 1999 militair operatieterrein. In die periode vielen duizenden burgerslachtoffers onder de handen van Indonesische soldaten. Het Indonesische Wetboek van Strafrecht voorziet in gemengde civiel-militaire rechtbanken, maar zo'n college is nooit eerder geformeerd.

Buiten betoogden ongeveer honderd studenten, die het proces ,,een toneelstukje'' noemden. Hun grootste bezwaar tegen deze rechtszaak is dat de beklaagden meest gewone soldaten zijn. Sudjono, de commandant van de moordbrigade, is al sinds november voortvluchtig. Naar verluidt is hij door medeofficieren geholpen. Toen hij al te boek stond als verdachte, vroeg – en kreeg – hij buitengewoon verlof en dook onder.

Ook de Indonesische Commissie voor de verdediging van geweldsslachtoffers (Kontras) heeft kritiek. Kontras noemt het ongewenst dat militaire verdachten door militairen worden berecht. Ook vindt de commissie het vergrijp in kwestie een misdaad tegen de menselijkheid.De vele militaire excessen in Atjeh zouden een bijzondere onderzoekscommissie vereisen en een proces inzake schending van mensenrechten.