Tweede generatie doet het beter

Langzaam maar zeker verbetert de positie van etnische minderheden, concludeert hoogleraar J.Veenman. Maar Antilliaanse jongeren blijven een probleemgroep.

Hij geldt als dé kenner van cijfers over de positie van minderheden. Hoogleraar J. Veenman, directeur van het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO), is onder andere verantwoordelijk voor de eergisteren gepresenteerde Minderhedenmonitor.

Bijna een derde van de Antilliaanse jongeren komt om door moord. Bent u daarvan geschrokken?

,,Dat cijfer hakt lekker weg, maar mag ik het even nuanceren? Het gaat om vijftig overleden jongeren in heel Nederland in drie jaar, waarvan er 17 door moord zijn omgekomen. Met zulke kleine getallen is de toevalsfactor erg groot. Ik ben er niet gelukkig mee dat het Centrum voor Onderzoek en Statistiek van Rotterdam dit zo heeft gepresenteerd.''

Toch wordt in de Minderhedenmonitor geconcludeerd dat allochtone jongeren vaker door moord omkomen dan autochtone jongeren. Bent u dat in eerdere studies ook tegengekomen?

,,Nee, niet echt. Het is natuurlijk wel bekend dat de criminaliteitscijfers onder Antilliaanse jongeren relatief hoog zijn en dat zij vaker gewelddadige vormen van criminaliteit plegen.''

U constateert dat de werkloosheid onder minderheden daalt en het opleidingsniveau stijgt. Gaat het langzaam beter?

,,Ja, minderheden profiteren volop van de krapte op de arbeidsmarkt. Hun kinderen gaan vaker naar peuterspeelzalen, dat is heel gunstig. En je ziet steeds meer allochtone jongeren op de hbo's en universiteiten.

Geldt dat ook voor Antilliaanse jongeren?

,,Dat is een probleemgroep. Vooral de laag opgeleide Antillianen die recent naar Nederland zijn gekomen en weinig perspectief hebben blijken in de bijstand terecht te komen. Opmerkelijk is dat het percentage minderheden dat leeft van een uitkering daalt, behalve onder Antillianen. Het is ook een negatieve vicieuze circel. Die jongeren komen hier, zoeken een huis, vallen in handen van huisjesmelkers, maken schulden en komen dan soms in de criminaliteit terecht.''

Allochtonen blijken zich vaker ziek te voelen en veel vaker naar de huisarts te stappen. Is daar een verklaring voor?

,,Er is natuurlijk een samenhang tussen sociaal-economische achterstand en gezondheid. Hoe armer, hoe slechter je gezondheid. Maar als je allochtonen vergelijkt met autochtonen in dezelfde positie, is er nog steeds een verschil.''

Allochtonen gaan weer minder vaak naar een psycholoog.

,,Misschien hoort dat niet, een gevoel van schaamte. Of de Westerse manier van hulpverlening staat hen niet aan. Als je gelooft in het boze oog, dan helpen medicijnen van een dokter hier niet veel. De relatie tussen de allochtone patiënt en de huisarts loopt ook van beide kanten niet goed.''

Wat is het probleem?

,,Allochtone patiënten voelen zich onbegrepen. Ze vinden dat de huisartsen zich niet inleven en ze worden boos als ze niet worden doorverwezen naar een specialist. Ze hebben ook de neiging hun klachten nogal expressief te uiten. De huisartsen vinden dat overtrokken, een beetje aanstellerij. Ze vinden dat de allochtone patiënten veel tijd kosten en hun klachten niet goed duidelijk maken.''

Spelen de gezondheidsproblemen en het gedoe met de huisartsen ook bij allochtone jongeren, bij de tweede generatie?

,,Veel minder. Wat gezondheid betreft lijkt de tweede generatie veel meer op Nederlandse jongeren dan op hun ouders. Dat is heel interessant, zeker in de discussie over integratie en aanpassen. Je ziet: het gebeurt gewoon. Zonder dat er enig beleid op wordt losgelaten.''

Geldt dat ook voor andere terreinen?

,,Ja. Recent hebben we onderzoek gedaan naar opvattingen van islamitische vrouwen. De tweede generatie denkt totaal anders dan hun moeder. Ze willen werken, onderwijs volgen, minder kinderen krijgen. Dat is het overnemen van Westerse waarden zonder dat er druk achter zit. Ook sociaal-economisch gaat het de goede kant op, maar een beetje geduld is wel nodig.''