Stekker aanzetten

De door Rob Biersma gegeven beschrijving van het aanzetten van een stekker (NRC Handelsblad, 15 april), is heel nuttig voor iedere beginnende klusser, hoewel de vlag de lading niet helemaal dekt; het had beter kunnen heten `Ik kan ... een snoer aanzetten. De hoofdboodschap wordt echter in een zinnetje tussen haakjes verstopt, namelijk de oorzaak van de draadbreuk dicht bij de strijkbout: de verkeerde gewoonte om het snoer op te winden, waardoor kinken in het snoer komen. En omdat voorkomen steeds beter is dan genezen volgt hier een korte uiteenzetting over het opwinden van snoeren, slangen en touwen, geheel in de stijl van Biersma's stukje.

Ik weet niet of dit een fout is die voornamelijk door vrouwen gemaakt wordt of dat het daaraan ligt dat vrouwen zo veel snoeren moeten opwinden. Maar wat gebeurt er? Men windt het snoer op en begint bij de stekker. Omdat bij het opwinden niet alleen lussen gelegd worden maar het snoer bij iedere lus ook een halve slag in zich gedraaid (getordeerd) wordt hoopt de torsiespanning zich aan het vaste einde bij het toestel op en ontstaan er kinken. Deze leiden op den duur tot draadbreuk. Bij de omgekeerde werkwijze, namelijk als men met opwinden bij het toestel begint, kunnen alle ontstaande spanningen zich aan het vrije einde `ontladen' en ontstaan er geen kinken. De meeste fabrikanten pogen deze goede manier van opwinden te stimuleren; zij geven het toestel met behulp van ribben of gleuven een vorm waarop het snoer makkelijk opgewonden kan worden – vanuit het toestel en uiteraard bij getrokken stekker. Het beste zijn echter de automatische haspels die in de betere stofzuigers toegepast worden.

Wat voor een snoer dat aan een elektrisch toestel vastzit geldt, is ook van toepassing op tuinslangen die aan de kraan vastzitten of touwen die aan een schip vastzitten. Geen matroos zou een touw vanuit het losse einde opwinden.